De Europese onderzoeksraad ERC heeft in totaal 182 proof of concept-beurzen toegekend aan wetenschappers uit 21 landen. Nederland staat met 27 beurzen op de tweede plaats. Alleen Duitsland wist met 31 beurzen meer geld te bemachtigen.
De laureaten hadden al eerder een onderzoeksbeurs van de ERC ontvangen en mogen nu met het geld ‘het commerciële of maatschappelijke potentieel’ van hun onderzoek verkennen. Ruim de helft (54 procent) werkt binnen de natuurwetenschappen en techniek, 37 procent richt zich op de life sciences en 8 procent op de sociale en geesteswetenschappen.
De meeste Nederlandse beurzen gaan naar de TU Delft (vijf), gevolgd door de TU Eindhoven en de Universiteit Utrecht, met elk drie toekenningen. De UT volgt met twee toekenningen.
Die zijn voor hoogleraar Robert Passier en universitair hoofddocent Christoph Baeumer, beiden werkzaam voor de faculteit TNW. Passier, hoogleraar Applied Stem Cell Technologies, wil het geld gebruiken om een ‘mini-hart’-platform te maken voor het onderzoeken van hartziekten en het testen van medicijnen. Baeumer, die onderzoek doet naar de efficiënte opslag van hernieuwbare energie, richt zich in zijn ERC-project op groene waterstof.
![]()
Christoph Baeumer. Foto: Frans Nikkels.
Dit was de eerste van twee rondes in 2026. In totaal werden er 554 voorstellen ingediend. Ondanks de stijging van het aantal aanvragen is de slaagkans nauwelijks gedaald. Dat is te danken aan het groeiende budget: de ERC stelt dit jaar 60 miljoen beschikbaar voor de twee rondes. In 2025 was dit 45 miljoen euro, in 2024 bijna 37 miljoen.