In een persbericht schrijft de UT dat ‘de huidige opzet onvoldoende basis biedt om de activiteiten op de lange termijn financieel duurzaam voort te zetten’. Nu de huidige overeenkomst afloopt onderzoeken de partijen hoe ze met elkaar verdergaan. De afgelopen drie jaar was de omzet van het Fraunhofer Innovation Platform for Advanced Manufacturing opgeteld zo’n 9,4 miljoen euro. Het verlies kwam neer op zo’n 4,2 miljoen euro.
De oorzaken, zoals eerder beschreven in managementrapportages: minder projectinkomsten dan begroot, maar ook relatief hoge vaste lasten en personeelskosten. Wetenschappelijk directeur en UT-hoogleraar Ian Gibson wees in die context eerder op ‘opstartkosten die in de lijn der verwachting lagen’.
‘Niet volledig beeld’
Mariska Giesen, directeur bedrijfsvoering van de penvoerende faculteit ET, zegt dat de cijfers in de managementrapportages niet het volledige beeld schetsen. ‘Ze geven niet alles even goed weer. FIP-AMC (de gangbare afkorting, red.) wordt gezien als één eigenstandige entiteit en moet ook als zodanig rapporteren. Het zijn echter twee verschillende initiatieven: het Advanced Manufacturing Centre (AMC, red.) is de strategische faciliteit en FIP is de samenwerking tussen UT, IPT en Fraunhofer – verenigd in een innovatieplatform. Ook is het zo dat er resultaten geboekt zijn die ten goede van faculteiten kwamen, maar niet zichtbaar zijn in de managementrapportage van FIP-AMC. Het ligt dus ook aan het beoordelingskader, waar een aanvulling voor valorisatie nodig is.’
Desalniettemin, bij een verlies van 4,2 miljoen euro op een omzet van nog geen 10 miljoen zouden bij menig bedrijf de alarmbellen afgaan. In het geval van de Fraunhofer-samenwerking is het daarbij zo dat de UT financieel garant staat voor de tekorten – en er elk jaar 250 duizend euro in pompt. In de meerjarenbegroting stonden nog steeds verwachte miljoenenverliezen. Vandaar de aanleiding om de toekomstige invulling tegen het licht te houden.
Actieplan en business case
De universiteitsraad trok in december ten tijde van de begrotingsdiscussie aan de bel over de financiën van de Fraunhofer-samenwerking. Het college van bestuur liet weten dat er een actieplan aankomt. Dat bevestigen Giesen en ET-decaan Bart Koopman. ‘We signaleerden zelf dat belangrijk is om beide initiatieven apart te bekijken en werken momenteel aan een actieplan en een hernieuwde business case’, aldus Koopman. ‘Die business case gaat uit van een sluitende begroting. In het actieplan gaan we dieper in op de inhoudelijke en strategische meerwaarde van de faciliteit AMC voor de gehele UT én het regionale bedrijfsleven. We hebben er allemaal baat bij namelijk.’
De nieuwe plannen houden onder andere in dat opnieuw naar de vierkante meters van het pand aan de overkant van de Hengelosestraat wordt gekeken. ‘Het AMC heeft niet alle ruimte nodig. Daarmee is ruimte voor een extra huurder’, legt Giesen uit. ‘Met de dan realistischer huisvestingslasten kijken we hoe we de faculteiten en AMC beter kunnen verbinden’, vult Koopman aan. ‘Ook is het voorstel om de strategische bijdrage vanuit centrale middelen te indexeren naar de inflatie conform UT-beleid. Daarnaast is het nodig om de externe contacten en business development te versterken, zodat AMC extra opbrengsten helpt genereren.’
Strategische infrastructuur
Los van het financiële plaatje, willen de betrokkenen het AMC beter positioneren en beter aan te sluiten op de UT-organisatie. ‘Het idee is om de activiteiten veel nadrukkelijker te koppelen aan de impactdomeinen van de UT’, vertelt Koopman. ‘Alleen al als je kijkt naar het domein Safety & Security en alle ontwikkelingen op het gebied van defensie: dan komen er in potentie veel projecten op ons af. En daar kan de faciliteit een belangrijke rol in spelen.’
Volgens Koopman en Giesen staat de inhoudelijke en strategische waarde van het AMC namelijk buiten kijf. ‘Dat wordt ook steeds bevestigd. Dit is een voor de UT relevante strategische infrastructuur’, aldus Giesen. ‘We moeten alleen het ei nog leggen over hoe we omgaan met de investering, de kosten en hoe we deze infrastructuur goed inbedden in de UT-organisatie. De plannen moeten voor de zomer gereed zijn.’