De voorlopige plannen zijn om Studium Generale te plaatsen bij de dienst Campus & Facility Management en DesignLab bij de faculteit ET. Het college van bestuur wil al dit soort ‘interfacultaire eenheden’ bij ofwel een faculteit of een dienst onderbrengen.
‘Verliest concept’
De universiteitsraad kon zich daar woensdagochtend maar voor een deel in vinden, bij monde van raadslid Aditya Pappu. ‘Een interfacultaire eenheid onder één faculteit plaatsen is wat ons betreft niet de juiste manier voorwaarts. We maken ons bijvoorbeeld zorgen over financiën: wat als een faculteit ervoor kiest om het budget van zo’n eenheid uit te hollen?’
Ook zette Pappu vraagtekens bij de betrokkenheid van medezeggenschap: wie maakt aan welke tafel welke beslissing? Twijfel zit bij de Uraad met name als het gaat om verantwoordelijkheid. ‘Je kan wel één faculteit hebben die administratief verantwoordelijk is voor zo’n eenheid, maar ze zijn een gedeelde verantwoordelijkheid van meerdere faculteiten. Plaats je er eentje binnen een faculteit, dan verlies je het concept van een interfacultaire eenheid.’
Wijziging in BBR
In de huidige plannen staan alleen wijzigingen beschreven voor vier interfacultaire eenheden: het honoursprogramma, Pre-U, DesignLab en Studium Generale. Alleen voor laatstgenoemde lijkt een definitieve beslissing gevallen, maar de UT kent nog meer interfacultaire eenheden, zoals het Robotics Centre en het momenteel financieel onstabiele Fraunhofer Innovation Platform. De universiteitsraad wil daarom van het college van bestuur een ‘duidelijke, conceptuele beschrijving’ van wat een interfacultaire eenheid is.
Precies daar wordt momenteel aan gewerkt, reageerde rector Tom Veldkamp. Hij kon zich vinden in de suggesties van de raad en zei dat er momenteel wordt gekeken naar een aanpassing van het bestuurs- en beheersreglement (BBR). ‘We willen een duidelijke, generieke beschrijving verwerken in het BBR. Vervolgens kunnen we per eenheid bepalen wat dit betekent. Het kan betekenen dat een situatie hetzelfde blijft, of een verhuizing van een faculteit naar een dienst of in een ander geval wellicht een reorganisatie. Dat moeten we uiteindelijk per casus bepalen.’
In principe past de UT dat BBR doorgaans in het najaar aan, omdat er vaak meerdere wijzigingen nodig zijn. De Uraad wil dat het CvB hier echter meer vaart achter zet. ‘Zodat het verwerkt kan worden in de kaderbrief die we in juni bespreken. Op die manier kunnen de faculteiten en diensten dit ook verwerken in hun financiële meerjarenplannen’, aldus voorzitter Herbert Wormeester.
Een formele wijziging komt er nog niet in juni, maar wel een ‘framework’ waar de raad haar zegen over wil geven.