Arbodienst ziet vooral psychische problemen

| Rik Visschedijk

UT-Arbodienstverlener Arbo Unie wil komend jaar werk maken van de preventieve aanpak van psychisch verzuim, zo staat in haar jaarverslag 2018. Want 58 procent van de diagnoses had dat jaar een psychische oorzaak. De dienstverlener wil speciaal aandacht voor de leeftijdscategorie onder 45 jaar en met name de vrouwen.

Het verzuimpercentage op de UT liep in 2018 op naar 3,47 procent, waar dat het jaar ervoor 3,2 procent was. Van de UT-medewerkers die in de spreekkamer van Arbo Unie zaten, meldde 58 procent zich in 2018 ziek vanwege psychische omstandigheden. Op het spreekuur van de bedrijfsarts kwamen nog eens zo’n honderd medewerkers met vragen over gezondheid op werk, wat Arbo Unie ‘aan de hoge kant’ noemt. Dit kan volgens dienstverlener wijzen op een slechte relatie met de leidinggevende.

De cijfers van Arbo Unie zijn moeilijk te vergelijken met die van de vorige arbodienstverlener Human Capital Care, zo staat in het jaarverslag. Maar het verzuim om psychische redenen lijkt weer verder te stijgen. Ook in vergelijking met andere organisaties zijn de cijfers alarmerend, vindt dienstverlener. Arbo Unie denkt aan preventieve maatregelen als supportgroepen, het bespreekbaar maken van spanningsklachten in teams en trainingen voor leidinggevenden.

Hiërarchie

Arbo Unie geeft in haar jaarverslag een opmerkelijke aanbeveling: stap af van het integraal management van hoogleraren. ‘Het leidinggeven aan hoogwaardige professionals waarvan een grote ontwikkeling wordt verwacht is niet iets wat iedereen zomaar kan, laat staat als deeltaak’, zo staat in het jaarverslag.

De hiërarchische verhouding tussen medewerker en leidinggevende op de UT levert spanningen op, concludeert Arbo Unie. Zo heeft de leidinggevende tegengestelde belangen; de zorg voor de medewerker kan botsen met de verantwoording van het onderwijs en onderzoek. De medewerker is vaak afhankelijk van één leidinggevende en dat vormt een risico, omdat er geen ander aanspreekpunt is. De hr-medewerkers worden, zo schrijft Arbo Unie, weleens ervaren als verlengstuk van de organisatie en niet als sparringpartners.

Weinig samenhang

Arbo Unie kraakt meer harde noten in het jaarverslag. Zo prijst de dienstverlener de aandacht voor werkdruk, maar ziet ze niet dat inzichten omgezet worden in adequate interventies. De autonomie van de faculteiten maakt dat er weinig samenhang wordt gevonden in preventie. Hierdoor ontstaat een cultuur van ‘blame the victim’, zoals Arbo Unie het omschrijft. ‘Als je niet tegen de werkdruk kan, dan is dat een vorm van niet voldoen of niet tegen de druk kunnen’. En dat is niet uitnodigend om hulp te vragen.

Dit komt ook terug op het gebied van ongewenst gedrag. Arbo Unie ziet in spreekuren de kenmerken van een cultuur waarin het niet voor iedereen veilig en open is om alles bespreekbaar te maken. Met name promovendi ervaren drempels om in gesprek te gaan met hun leidinggevende en vooral om hulp te vragen, omdat ze niet te boek willen staan als een persoon met problemen.   

‘Focus op cijfers en bewijs’

Het academische klimaat op de campus is voor Arbo Unie een struikblok voor activiteiten en interventies. ‘We zien een grote focus op cijfers en bewijs’, schrijft de dienstverlener. Interventies die bijvoorbeeld in de spreekkamer worden voorgesteld zijn alleen acceptabel als ze wetenschappelijk effectief zijn gebleken. ‘Dit versmalt de keus en maakt besluitvorming in onze ogen soms onnodig stroperig.’

Bij Arbo Unie is ‘weleens de gedachte opgekomen’ dat deze roep om wetenschappelijke onderbouwing een zelfopgelegde beperking is ‘om te voorkomen dat er later kritiek op zou kunnen komen’. ‘Durf ook lef te hebben’, roept de arbodienstverlener op. ‘Bewezen inzichten worden ook ergens door vooraf gegaan.’

De afdeling hr onderschrijft een deel van de conclusies van Arbo Unie in het jaarverslag, zoals meer aandacht voor werkomstandigheden op de UT, een veilige werkomgeving en ontwikkeling van leiderschap met nadruk op gezondheid. Maar hr wil niet alleen aandacht voor jongere UT’ers en vrouwen. Ze ziet meer heil in een ‘a la carte’ benadering voor verschillende doelgroepen, zo staat in een onderbouwing bij het verslag te lezen.