Ziekteverzuim: lichte stijging na stabiele jaren

| Rik Visschedijk

Het ziekteverzuim op de UT vertoont een lichte stijging na vier stabiele jaren. Opvallend is het verzuim vanwege psychische redenen. Dat staat in het jaarverslag 2016 van de externe arbodienst Human Capital Care (HCC). Die noemt de ‘toegenomen ervaren werkdruk’ een voor de hand liggende oorzaak.

Het verzuimpercentage op de UT is met 3,1 procent relatief laag, maar stijgt over de meerderheid van de UT-onderdelen. De afgelopen jaren lag dat percentage op 2,7 procent.

Bij de faculteiten is het percentage het hoogst bij BMS (3 procent) en ITC (2,7 procent). Bij de verschillende UT-diensten liggen die percentages boven de vijf procent met als uitschieters Human Resources (7,5 procent) en Marketing en Communicatie (6,2 procent). Omgerekend naar het aantal medewerkers komt het aantal werkgerelateerde ziekmeldingen bij de diensten zeven keer zo veel voor als bij de faculteiten.

Verzuimpercentage?

Het verzuimpercentage is het belangrijkste begrip bij het meten van ziekteverzuim. Dit geeft het gemiddelde aantal zieke werknemers weer per honderd werknemers. Het verzuimpercentage wordt gemeten over een bepaalde periode, bijvoorbeeld een maand, een kwartaal of een jaar.

Werkgerelateerd

HCC verklaart de hogere werkgerelateerde ziekmeldingen bij de diensten door krappe personele marges, terwijl er een hoog ambitieniveau is. ‘Bestaand werk gaat door en veranderingen en nieuwe projecten vragen veel’, schrijft de arbodienst. Vooral bij HR is de stijging van zowel het verzuimpercentage als de meldingsfrequentie te zien als een ‘serieus signaal’.

Bij de bestuursondersteuning CvB (Algemene Zaken) zijn er de afgelopen maanden een hoger verzuim en meer ziektemeldingen geweest. HCC: ‘Waarschijnlijk zijn langdurig verzuim en verschuivingen bij de leiding mede debet aan deze hoge cijfers.’ De arbodienst legt voor faculteit BMS een relatie tussen het verzuimpercentage en de fusie van de faculteiten MB en GW en de daaropvolgende organisatiewijziging

'Dit bevestigt dat we iets moeten doen aan de werkdruk'

Medewerkersonderzoek

Human Resources-beleidsmanager Annemiek Baars herkent de signalen over werkdrukbeleving uit het medewerkersonderzoek uit 2015. ‘Het gaat om een lichte verzuimstijging, maar dit bevestigt dat we iets moeten doen aan de werkdruk die onze medewerkers ervaren. Daar zijn we al volop mee bezig, bijvoorbeeld met de themamaand werkdruk die we dit jaar weer in oktober houden. Daarnaast bereiden we een gesprek voor met het CvB en de decanen over de ervaren prestatiedruk. Dat moet ook, want in de nieuwe cao Nederlandse Universiteiten zijn afspraken gemaakt over de aanpak van werkdruk.’

Over haar eigen afdeling HR zegt Baars de werkdrukproblematiek te herkennen. ‘In de kern wil iedereen iets moois van het werk maken en willen collega’s graag nieuwe projecten oppakken om onze ambities waar te maken. Maar tegelijk kost verandering energie, zitten agenda’s vol met overleggen en balanceren we in onze uren en werkwijzen om daadwerkelijk werk uit te voeren en onze doelen te realiseren. Daarom gaan we analyseren hoe we werken en waar we kunnen verbeteren.’

Aanbesteding

Sandra Konter, hoofd Veiligheid, Gezondheid en Milieu (VGM) a.i., geeft aan dat de UT het verzuim meer preventief wil benaderen. ‘We zitten in de aanbestedingsronde voor een nieuwe arboleverancier met zowel de bedrijfsartsen als bedrijfspsychologen’, zegt ze. ‘In die aanbesteding vragen we om een visie op duurzame inzetbaarheid en op preventie van werkgerelateerd en langdurig ziekteverzuim.’