Werkdruk: faculteiten en eenheden aan zet

| Rik Visschedijk

‘Een mooi plan’, zei Uraadslid Jörgen Svensson (PvdUT) over het ‘plan van aanpak werkdruk’, dat woensdagochtend voorlag in de Uraad. Daarmee sloeg de raad een heel andere toon aan in vergelijking met een eerder overlegvergadering, toen het werkdrukplan werd afgeschoten.

‘Het uitdelen van tompoezen lost het probleem niet op’, verzuchtte Dick Meijer (PvdUT) toen. Daar was het CvB het wel mee eens: een taskforce ging het werkdrukprobleem analyseren. Daar kwam onlangs een plan uit voort, waar de Uraad zich achter schaarde. Dat was ook wel tijd, want in de CAO is afgesproken dat iedere universiteit voor eind 2017 een werkplan zou hebben.

Centraal beleid

Svensson zei waardering te hebben voor dit plan van aanpak. Maar hij vroeg zich ook af of er niet erg veel verantwoordelijkheid wordt afgeschoven op de faculteiten. ‘Ik overdrijf een beetje, maar veel werkdruk komt uit centraal beleid. Ik denk aan de internationalisering en het Twents Onderwijsmodel. Moet we daarom niet ook centraal actiepunten benoemen?

CvB-vicevoorzitter Mirjam Bult reageerde: ‘Uit de analyse van de taskforce wordt duidelijk dat met name nieuw beleid ingrijpende gevolgen kan hebben op de werkdruk. We kunnen besluiten niet afschuiven. Het CvB staat voor de continuïteit van de UT, in een tijd waarin we steeds beperkte financiering vanuit de overheid krijgen en waarin er veel concurrentie is.’

In die afweging, tussen continuïteit en de werkdruk die nieuw beleid oplevert, is de consequentie voor het personeel niet altijd top of mind, stelt Bult. ‘Daarom voeren we bij besluitvorming vanuit de Vleugel een uitvoeringstoets in, zodat we weten wat nieuw beleid oplevert aan werkdruk.’

De faculteiten en eenheden zijn eerst aan zet. De taskforce werkdruk analyseert vervolgens die plannen en kijkt wat centraal kan worden aangepakt.