Uraad stemt in met instituutsplannen

| Rik Visschedijk

De Universiteitsraad stemde woensdag in met het laatste deel van de reorganisatie UT2020, de instituutsplannen. Zonder slag of stoot ging dat niet. Het college van bestuur moest toezeggen een visie op onderzoek te schrijven die eind volgend jaar af is.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Met die toezegging ging de personeelsgeleding van de Uraad, die over dit onderwerp mocht stemmen, akkoord met vier stemmen voor, één tegen en twee blanco. De tegenstemmer, Dick Meijer (PvdUT): ‘We hebben als medezeggenschap één keer de kans om in te stemmen. Als de instituutsplannen tussentijds wijzigen, dan wil ik dat het veranderde plan ook weer hier voorligt.’

Stempel drukken

De UT gaat door met drie onderzoeksinstituten-nieuwe-stijl. De werktitels zijn Institute on Digital Society (voorheen CTIT), Techmed.Research (voorheen MIRA) en Institute on Nanotechnology MESA+. De wetenschappelijk directeuren worden nu geworven. Er zijn al plannen, waarin staat wat de instituten gaan doen. ‘Als er dan een wetenschappelijk directeur komt, kan ik me voorstellen dat-ie de plannen bijstelt’, aldus Herbert Wormeester (CampusCoalitie). ‘Daarom zouden we op een later moment willen stemmen over de plannen, als er meer duidelijkheid is. Een wetenschappelijk directeur moet ruimte hebben om zijn stempel te drukken.’

Dick Meijer gaf aan dat er nog veel vragen zijn. ‘Bijvoorbeeld of de High Tech Human Touch-gedachte goed te herkennen is en of het engineering-onderzoek goed vorm kan krijgen. Ook zijn er allerlei adviesraden opgetuigd, waar ik geen touw meer aan vast kan knopen. Er leven nog allerlei vragen. En daarom willen we de besluitvorming enige tijd uitstellen.’

Geen aantrekkelijk aanbod

Rector Palstra zag niets in dat voorstel. ‘We maken ons echt onmogelijk als we dat doen. We zijn nu de toekomstige, wetenschappelijk directeuren aan het werven. Die kandidaten kan ik niet voorleggen dat ze pas over een half jaar weten of en hoe ze door kunnen met het instituut. Dat is geen aantrekkelijke aanbod.’ De rector pleitte daarom voor instemming op dit moment en met de geldigheidsduur van de plannen, vijf jaar.

Onvoldoende, vond Meijer dat antwoord. ‘Dit is het enige moment in vijf jaar dat we een uitspraak kunnen doen. Daar wil ik zorgvuldig in zijn. Op z’n minst wil ik dat eerst intern met de fracties in de Uraad bespreken.’

Hij bleef bij zijn standpunt, ook na de toezegging van het CvB te komen met een visie op onderzoek. Voor het merendeel van de Uraad was die belofte wel voldoende om in te stemmen.