Aansturing onderzoek op de schop

| Maaike Platvoet

Een meerhoofdig faculteitsbestuur met een decaan, die eindverantwoordelijk is voor al het onderwijs, het disciplinair onderzoek en personeelsbeleid. Als het aan het CvB ligt gaat de organisatie van het onderzoek ingrijpend veranderen. Daarmee moet de UT vooral slagvaardiger worden.

Het plan ‘heroriëntatie organisatie onderzoek’ zal woensdag 29 juni besproken worden in de Universiteitsraad, en kent een lange aanloop. Al in het najaar van 2015 sprak rector magnificus Ed Brinksma hierover met zijn achterban tijdens een speciaal belegde senaatsbijeenkomst. Daar waren meer dan honderd hoogleraren van de UT bij aanwezig. Vervolgens is het in samenwerking met leden van het Strategisch Beraad uitgewerkt en werd de Uraad regelmatig formeel bijgepraat.

Matrixorganisatie

De UT kent sinds het begin van de eeuwwisseling een zogeheten matrixorganisatie. In deze organisatie opereren de faculteiten en instituten op gelijk bestuurlijk niveau.

Onderzoeksmiddelen zijn echter schaarser geworden, zoals de FES-gelden (het overheidsgeld dat uit de aardgasbaten naar het onderzoek ging, red.).‘Die FES-gelden zijn er niet meer. Daarnaast is de aanvraag naar onderzoeksmiddelen steeds groter geworden en worden gelden meer op bredere onderzoeksthema’s ingezet zoals e-Health en Security, die de grenzen van een instituut overschrijven’, vertelt rector Ed Brinksma, aanjager van de nieuwe plannen. ‘Ook wordt het investeren in de infrastructuur van wetenschap steeds duurder. Gelukkig doen wij het als Nederland nog wel steeds goed op het gebied van onderzoek, maar moeten we harder lopen voor het binnenhalen van dezelfde euro.’

En dat laatste is precies wat een groot deel van de tijd van de wetenschappers opslokt. Ondertussen moeten zij ook laveren tussen twee bazen, de wetenschappelijk directeur en de decaan. ‘Wat we willen is slagvaardiger en flexibeler zijn in onze organisatie, maar ook onze inhoudelijke onderzoeksthema’s versterken en onze omgeving profileren.’ Volgens Brinksma is dat gelukt met een nieuw model, waarbij er sprake is van ‘meer integrale en eenduidige aansturing, onderzoek en ondersteuning via de lijn van de faculteiten’.

Faculteitsbestuur met student

In dit nieuwe model moet er een faculteitsbestuur komen, met een decaan, een portefeuillehouder onderwijs, een portefeuillehouder onderzoek, een directeur bedrijfsvoering en een student. Dit bestuur – met de decaan als eindverantwoordelijke – gaat over het personeelsbeleid, het onderwijs en het disciplinair onderzoek. Het multidisciplinair onderzoek in de instituten - en over de faculteiten en instituten heen - blijft het domein van de wetenschappelijk directeuren. Brinksma: ‘Zij blijven primair verantwoordelijk voor de strategische thema’s en multidisciplinaire onderzoeksprogramma. Ook zijn de wetenschappelijk directeuren het gezicht naar buiten. Zij moeten focus hebben op innovatie, profilering en branding. Hoe zetten we onszelf in de markt? En natuurlijk op het binnenhalen van onderzoeksgeld.’ ’

Instituten zullen in het nieuwe model alleen geen beheerseenheden meer zijn – want dat is straks de faculteit – maar bieden vooral een platform voor samenwerkende teams. Decanen en wd’s stemmen in gezamenlijkheid de researchagenda af, de financiën en de benodigde infrastructuur. ‘De middelen in de faculteiten worden via capaciteitsbekostiging aan de leerstoelen toegekend, waarbij de ambitie is om meerjarige afspraken te maken. Zo ontstaat er voor de onderzoeksgroepen een meer stabiele situatie omdat personeelskosten en bijvoorbeeld huisvestingslasten in aantallen fte’s en vierkante meters wordt bekostigd, in plaats van in euro’s. Om dat goed te kunnen doen is een clustering van leerstoelen noodzakelijk.'

Simpeler verdeelmodel

‘Zo ontstaat er een meer stevige en stabiele organisatie waarin we onderzoek multidisciplinair aan elkaar koppelen. Ik vind het belangrijk om daarbij te vermelden dat het gaat om verhoging van effectiviteit, en niet om efficiency. Er is dus geen sprake van een bezuiniging. Ons doel is een meer overzichtelijke en slagvaardige organisatie. Door verandering in de organisatie en financiën wordt het ‘verdeelmodel’ simpeler en kost het minder handeling, tijd en andere energie’, aldus Brinksma.

Woensdag zullen zowel de Universiteitsraad als de Raad van Toezicht advies geven aan het CvB. Brinksma heeft ook plannen om na de zomer een nieuwe senaatsbijeenkomst te beleggen, om het verkregen advies nog eens te bespreken.