UT-promovendus werkt aan 'virtuele verdachte'

| Johannes de Vries

‘Politiemensen zijn over het algemeen doeners en hebben dus baat bij een systeem waarmee ze theorie kunnen leren door te doen.’ Met een virtuele verdachte, gebouwd door een UT'er, moeten agenten in opleiding in de toekomst de theorie achter verhoringstechnieken simpel in praktijk leren brengen.

‘Politiemensen zijn over het algemeen doeners, leren veel in de praktijk en hebben dus baat bij een systeem waarmee ze theorie kunnen leren door te doen.’ Daarom presenteerde Merijn Bruijnes, promovendus binnen de vakgroep human media interaction (HMI), onlangs een 'virtual human' aan de politie. Met een heuse 'verdachte' moeten agenten in opleiding de theorie achter verhoringstechnieken in de virtuele praktijk onder de knie krijgen.

Bruijnes, die eerder aan de UT psychologie studeerde, maakte een filmpje van hoe dat er naar zijn idee in de toekomst uit kan zien. ‘Ik wilde politiemensen laten zien wat er over een tijdje waarschijnlijk kan,’ vertelt Bruijnes. ‘De feedback die zij dan geven is goed bruikbaar. Bovendien is het leuk om te zien dat de politie zelf enthousiast is over het project.’ En dat is belangrijk, aangezien de politie in het project participeert.

In de Verenigde Staten worden soortgelijke simulaties al langer ingezet. ‘Het Amerikaanse leger gebruikt simulaties om communicatie met mensen uit andere culturen, Afghanen bijvoorbeeld, na te bootsen. Daar zijn ze al een stuk verder, ook omdat ze er de budgetten voor hebben.’

In het project van Bruijnes draait het voorlopig met name om het simpel simuleren van praktijksituaties. ‘Het systeem is gebaseerd op de roos van Leary. Die leert dat het soms beter is om onderdanig te zijn, in plaats van de ander met veel overwicht onder druk te zetten. Politiemensen moeten dat leren. De simulatie helpt om na te bootsen hoe een gesprek ontploft als je dat verkeerd doet.’

Op dit moment is er nog niet ‘echt’ - met vrije spraak - te communiceren met de virtual human. ‘Dat wordt waarschijnlijk ook niet binnen mijn promotie gerealiseerd,’ zegt Bruijnes. ‘Er zijn nu nog mensen nodig die houding en gedrag interpreteren, maar uiteindelijk moet de virtual human dat zelf kunnen. Het onderzoek dat ik nu doe, richt zich op het onderliggende model van wat de virtual human wil. Wie weet dat ik het later - als er financiering én een goede programmeur gevonden kan worden - met een spin-offbedrijf kan realiseren. Maar dat is toekomstmuziek.’