Het is ‘kiek’n wat ‘t wot’ op de campus

| Jelle Posthuma

De campus staat voor werken, wonen en recreëren. Alle drie liggen volledig overhoop door het coronavirus. Nu we na twee maanden stapvoets naar het nieuwe normaal gaan, bezoekt U-Today de UT, op zoek naar een teken van leven.

Groen, rustig, maar niet helemaal uitgestorven: zo laat de campus zich op deze frisse morgen nog het best omschrijven. Opvallend veel werklieden en onderhoudsmedewerkers schilderen, timmeren en snoeien de UT zomerklaar. ‘Voor ons gaat het werk gewoon door’, roept Jelco Beltman vanuit een bootje in de koelvijver bij de Horst. Hij maakt samen met zijn collega Tom Blokhuis van groenvoorziener Krinkels de vijver schoon. ‘We halen de algen van het net. Niet heel vervelend werk, hoor. Maar je ziet: we moeten nog wel even.’

Werken

‘Bij Krinkels werken we in ploegen’, vertelt collega Blokhuis. ‘Daarom kunnen we prima doorgaan in deze coronatijden. Ik ben zelfs afgelopen maand begonnen met werken. Het onkruid op de campus blijft gewoon groeien, ook tijdens de coronacrisis. En als je eenmaal een achterstand hebt, is er geen beginnen meer aan. De afgelopen tijd moesten we ook alle groene strepen bij de gebouwen verwijderen, in verband met het rookverbod. En de processierups komt er weer aan. Er is werk genoeg.’

Dat geldt inmiddels ook voor de campuskapsters van de Barreboks. Vanaf deze week mogen ze weer aan de slag. Buiten, langs de vrijwel uitgestorven boulevard, staan stoelen voor de klanten. Meer dan twee tegelijk mogen er niet naar binnen. Eigenaresse Ine van Puffelen staat in de deuropening. ‘Toen we vorige week na de persconferentie het reserveringssysteem weer opengooiden, zaten we binnen een paar dagen helemaal vol.’

In de zaak worden de tweemaandenkapsels onder handen genomen. De kappersstoelen staan ver uit elkaar. ‘Na de knipbeurt ontsmetten we de stoelen. Verder doe ik een beroep op het gezonde verstand van de klanten. Als je snottert, kom dan niet naar je afspraak. Handschoenen en mondkapjes beginnen we niet aan. Probeer maar eens te knippen met handschoenen. Je knipt je vingers aan flarden.’

Van Puffelen keek reikhalzend uit naar de heropening. ‘In de eerste twee weken had ik nog wel een soort vakantiegevoel. Dat is na een paar weken wel over. Ik heb al dertig jaar een kapperszaak, dus er was een financieel buffertje. Toch mis je acht weken lang honderd procent omzet. Je teert behoorlijk in. Ik merk dat mensen ons hebben gemist. Ze komen ruim op tijd en het haar is superschoon. Echt waar! Na afloop is iedereen helemaal blij. Trouwens, voor studenten maakte de sluiting niet heel veel uit, volgens mij. Zo vaak gaan ze niet naar de kapper.’

Wonen

Over studenten gesproken. Normaal krioelt het van de studenten op de campus. Niet gek. Het is immers een universiteit. Nu duikt er af en toe een op, haast schuchter om zich heen kijkend. Ook bij de campuswoningen is het opvallend rustig. Twee studenten laden er een beamer uit hun auto. ‘We gaan een vriend verrassen. Hij moet vandaag in zijn studentenkamer afstuderen. Wij zetten buiten een beamer neer en volgen daarop zijn afstudeerpraatje. Zo ziet hij vanuit zijn raam hoe wij meekijken, op veilige afstand. Leuk idee toch?’

Verderop is Martijn Heutinck, die een lerarenopleiding wiskunde aan de UT volgt, een moestuintje begonnen naast de campusflat van zijn vriendin. ‘Het is een hobbyproject. Nu mijn stages via het internet gaan, heb ik tijd over. Hier staat de rode kool, en daar staat de prei. Het mag vast wel van woningcorporatie De Veste. Niemand heeft last van zo’n moestuintje.’

Tussen de studenthuizen zijn de resten van feestjes te bespeuren. Op verschillende plaatsen ligt een laag zwarte as op het gazon als gevolg van een vreugdevuurtje. ‘Er zijn wel eens feestjes’, weet Heutinck. ‘Ook feestjes die niet helemaal in lijn zijn met het regeringsbeleid. Maar daar ga ik niet heen. Wij nemen de coronaregels wel in acht, ja. Ik woon nu bij mijn vriendin en ga niet naar mijn eigen studentenflat. We switchen zo weinig mogelijk. Ook beperk ik het contact met mensen van buiten de flat.’

Recreëren

Niet iedereen neemt het even nauw met de coronaregels op de campus. Daarvan getuigen de buitenaccommodaties. Het basketbalveld is afgezet met ijzerwerk, evenals de buitensportschool bij de UTrack. Het werd er veel te druk op zonnige dagen. Hardlopen kan nog wel. Verschillende atleten draaien hun rondjes op de atletiekbaan.

Verderop klinkt het geluid van een hogedrukspuit. Er is leven bij het buitenzwembad. De studenten van ZPV Piranha zijn bezig met de grote schoonmaak. Het buitenbad moet binnenkort weer open. Hoe? Dat weten de studenten nog niet precies. Ook hier zullen restricties gelden, zoveel is zeker. Misschien moeten bezoekers hun eigen baan reserveren.

Een nieuwgierige voorbijganger kijkt om het hoekje. ‘Ik ben oud-medewerker en oud-student’, vertelt de man op leeftijd. ‘Normaal trek ik vijf keer in de week mijn baantjes in het zwembad. Ik ben benieuwd of het binnenkort weer kan. Ach, het blijft afwachten. Dat geldt in deze tijden voor alles. KWW, zeggen we hier in Twente. Kiek’n wat ‘t wot.’