Studenten blijven massaal weg van de campus

| Rense Kuipers

Het lukt de UT maar moeilijk om alle studenten weer naar de campus te krijgen, nu de coronamaatregelen eraf zijn. Dat tot frustratie, maar bovenal grote zorg van opleidingsdirecteuren. ‘We zijn uit de lockdown, maar het blijkt moeilijk om de lockdown uit de student te krijgen.’

Photo by: Gijs van Ouwerkerk
Foto: studenten op het O&O-plein in pre-coronatijden.

‘De campus is prachtig in het voorjaar […]. We vinden het belangrijk dat we elkaar weer fysiek ontmoeten, omdat we zo het best contact met elkaar leggen. Kom dus naar de campus!’

Het is haast een vurig pleidooi van het college van bestuur richting studenten, in de meest recente officiële coronamailing. De oproep komt niet uit de lucht vallen; er waren immers al duidelijke signalen dat studenten niet zomaar meer terugkeren naar de campus, in deze post-coronaperiode c.q. lockdowninterbellum.

‘Niet anders gewend’

Dat zien ook een aantal opleidingsdirecteuren van dichtbij gebeuren. Alma Schaafstal (Creative Technology en Interaction Technology, faculteit EEMCS), Lisa Gommer (Mechanical Engineering en Sustainable Energy Technology, faculteit ET) en Katja Haijkens (biomedische technologie, faculteit TNW) stellen dat gaat om een relatief kleine groep die totaal van de radar is. ‘Maar er is ook een vrij grote groep die niet of amper naar de colleges komt’, zegt Schaafstal. ‘Het zou zomaar om de helft kunnen gaan, afhankelijk van welke docent je het vraagt. Dan hebben we het dus over een best significante groep die regelmatig de campus mijdt en geen lid wordt van de community. We kennen ze gewoonweg niet. En daar maak ik me absoluut zorgen over. We zijn uit de lockdown, maar het blijkt moeilijk om de lockdown uit de student te krijgen.’

Volgens Haijkens blijft met name de groep tweedejaars weg van de campus. ‘Wat op zich ook niet gek is; vorig collegejaar ging bijna volledig online voor hen. En ook dit collegejaar waren er een paar lockdownperiodes. Ze zijn simpelweg niet anders gewend.’ Gommer ziet eenzelfde patroon en deelt de zorgen. ‘Het blijkt buitengewoon lastig om een bepaalde groep studenten terug te krijgen’, zegt ze. ‘Er zijn studenten die het prettig vinden dat alle colleges opgenomen worden, zodat ze het op afstand kunnen volgen of de colleges in hun eigen tijd terug kunnen kijken.’

Verplicht colleges opnemen

Misschien is dat wel de meest plausibele verklaring voor het relatief massaal wegblijven van studenten. Immers, de UT-opleidingen zijn momenteel nog steeds verplicht om alle colleges op te nemen, voor het geval iemand in quarantaine zit. ‘Ja, die verplichting geldt nog steeds. En in sommige gevallen is het meer dan begrijpelijk. Maar je gaat mij niet wijsmaken dat je vijf weken achter elkaar in quarantaine zit – dat soort gevallen zien we namelijk ook’, zegt Schaafstal.

'Ik ben geschrokken van het gebrek aan betrokkenheid de laatste tijd'

Gommer maakt zich vooral zorgen over de kwaliteit van hybride onderwijs. ‘De opnames zijn meestal niet van de beste kwaliteit – en vanuit didactisch oogpunt kun je ook wel stellen dat een hoorcollege op afstand met weinig interactie niet de beste manier is om onderwijs te krijgen.’ ‘Bovendien’, vult Schaafstal aan, ‘zien we ook dat docenten zelf moeite hebben met deze vorm. Ze kunnen de studenten die thuis zitten niet in de ogen kijken en missen de interactie – al helemaal met de rest van de groep die wel fysiek aanwezig is.’ 
Ook Haijkens is geen voorstander van hybride onderwijs. ‘Het klinkt allemaal gemakkelijk, maar het is in de uitvoering extreem ingewikkeld. Niet alleen om het technisch goed voor elkaar te krijgen, maar vooral ook in de interactie tussen studenten en docent. Die docent pikt tijdens een fysiek college veel beter signalen op of de groep het snapt of niet. Nu hebben ze weleens het gevoel dat ze bij online colleges voor een lege ruimte staan les te geven.’

Afbreuk aan kwaliteit?

Hoeveel afbreuk aan onderwijskwaliteit doet de hybride vorm eigenlijk? Dat valt volgens de opleidingsdirecteuren moeilijk te kwantificeren. ‘Maar we hebben bepaalde onderwijsvormen die zich moeilijk lenen voor hybride vormen’, legt Schaafstal uit. ‘Neem bijvoorbeeld tutorials, die vallen of staan met peer-to-peer learning. Je overlegt, kijkt hoe andere groepjes werken, krijgt ondersteuning van een docent of student-assistent ter plekke. Allemaal belangrijke elementen die niet na te bootsen zijn op een zolderkamer.’

Dat geldt ook voor een aantal werkcolleges en practica binnen biomedische technologie, weet Haijkens. ‘Sterker nog, die kun je niet online volgen. Gelukkig snappen veel studenten dat en komen ze in ieder geval massaal naar de practica.’ Gommer vult aan: ‘Aan onderwijskwaliteit zit ook een belangrijke sociale kant, die onderlinge interactie. Neem bijvoorbeeld het praatje na het college met de docent, om even door te vragen. Of als je de collegezaal uitloopt, dat je even spart met een medestudent. Of, mocht het toch wat lastiger blijken, dat je even bij de studievereniging binnenloopt voor hulp van een ouderejaars.’

‘Geschrokken van gebrek aan betrokkenheid’

De grootste hoofdbrekens voor de opleidingsdirecteuren hebben dan ook vooral te maken met het gemeenschapsgevoel, de betrokkenheid en de ontwikkeling van studenten. ‘Ik ben geschrokken van het gebrek aan betrokkenheid de laatste tijd’, zegt Gommer. ‘De respons op onderwijsevaluaties en de deelname aan panelgesprekken met docenten liggen volledig op hun gat – er komt ofwel een handjevol studenten of helemaal niemand op af. Ik zag afgelopen week een docent helemaal alleen in een vergaderzaal zitten, met een schaal broodjes. Dat is veelzeggend.’ Haijkens deelt dat sentiment. ‘Ook ik zie het terug bij het gebrek aan respons op evaluaties. De verbondenheid met een opleiding is belangrijk. Studeren, zeker op academisch niveau, is niet alleen maar op afstand colleges volgen. Je bent onderdeel van een academische leergemeenschap.’

'Sommigen hebben geen idee hoe prachtig de campus is, of hoe belangrijk het fysiek afspreken is voor het gemeenschapsgevoel en je welzijn'

Schaafstal vreest in het bijzonder voor de ontwikkeling van haar studenten. ‘Op een gegeven moment is iemand van de middelbare school af. Je hoopt dan een keer een teken van begeisterung te zien. Dat studenten zeggen: dit is mijn studie, hier ben ik goed in, hier kan en wil ik verder mee. Dat bepalende kwartje voor iemands toekomstplannen, ik ben bang dat dat online niet gaat vallen.’

‘Niet verplichten’

Hoe krijgen de opleidingen de studenten weer naar de campus? Verplichten, daar zien de opleidingsdirecteuren niets in. ‘Ik weet dat een aantal opleidingen erover nadenkt. Of ze colleges verplicht willen gaan stellen, of misschien iets onder lichte dwang’, zegt Haijkens. ‘Dat zou ik gek vinden. We zijn bezig met studenten een academische studiehouding aan te leren. Ze hebben zelf verantwoordelijkheid voor hun leven en hun leren, daar past verplichten niet bij als je het mij vraagt.’ Gommer: ‘Nee, verplichten lijkt me gek. Maar zolang wij als opleidingen verplicht zijn om een online alternatief aan te bieden, ben ik bang dat het te makkelijk is voor studenten om weg te blijven.’

Stempelkaart

Grace Iroagalachi, studentassessor bij het faculteitsbestuur van EEMCS, kwam pasgeleden met een ‘Back to Campus’-initiatief om studenten ‘op een positieve manier’ terug te krijgen. ‘Ik heb loyalty cards gemaakt. Als studenten met die stempelkaarten langsgaan bij hun studievereniging en genoeg stempels verzamelen, maken ze kans op leuke prijzen. Daarnaast kunnen studenten tokens inruilen voor gratis drankjes bij hun studievereniging.’

Volgens Iroagalachi moet haar initiatief vooral de drempel om naar de campus te komen verlagen. ‘De afgelopen twee jaar hebben veel studenten de university experience moeten missen. Sommigen hebben geen idee hoe prachtig de campus is, of hoe belangrijk het fysiek afspreken is voor het gemeenschapsgevoel en je welzijn. Geen enkele student is de persoon die diegene was vóór de pandemie. Maar wat sowieso veranderd is, is dat studenten nu een keuze hebben om wel of niet naar college te komen. De pandemie heeft ons gedwongen om anders naar het onderwijs te kijken. Het zou niet creatief zijn om te zeggen: laten we maar weer teruggaan naar het oude. Maar we moeten wel proberen de positieve dingen vast te houden. Dat betekent ook dat we studenten moeten zien te motiveren om weer naar de campus te komen.’

Meerwaarde laten zien

Gommer ziet eveneens heil in een positieve benadering. ‘We kijken naar de social events, zoals borrels en barbecues. Daarnaast zijn we bezig met het opzetten van een soort College Tour, maar dan via interviews met onze eigen hoogleraren.’ Ook Schaafstal denkt dat het belangrijk is om studenten te verleiden terug te komen. ‘Dat doen we door te bewijzen dat het fysieke onderwijs dat we geven beter is dan het online alternatief. We moeten inhoudelijk onze meerwaarde laten zien.’

In diezelfde lijn denkt Haijkens dat het goed is om (nog meer) het gesprek aan te gaan met studenten. ‘Ik wil hun beweegredenen graag beter begrijpen. En, belangrijker nog, wat zou ze motiveren om wél naar de campus te komen? Ze kozen toch niet voor niets voor deze universiteit, met onderwijs op een campus? Anders hadden ze net zo goed een LOI-cursus kunnen volgen.’