Open brief aan rector Ed Brinksma

| Beer Sijpesteijn

Het Maagdenhuis is bezet. Een grote groep studenten en docenten van de Universiteit van Amsterdam zijn nu al een aantal weken in protest. Hun eis is tweeledig: (1) Democratisering van het bestuur van de universiteit, met vooral als doel (2) het tegengaan van het rendementsdenken in de academie.

In Twente zijn we door de bank genomen een stuk minder actiebereid en een bezetting van College-van-Bestuur-zetel de Vleugel, het bijgebouwtje dat ons equivalent van het Maagdenhuis is, lijkt dan ook niet realistisch. Activist betekent bij ons actief zijn en ‘meedenken’. Zowel de Student Union als de Universiteitsraad zijn liever ‘constructief’ en veilen de scherpe randjes van CvB-beleid af. Harde garanties worden niet geëist, via ‘maatwerk’ lossen we later alles op.

'Trek de rector uit de vleugel'

De laatste keer dat we protesteerden was in december 2010 tegen de langstudeerboete van kabinet-Rutte 1. Het was een jolige bedoening: Rector Magnificus Ed Brinksma werd met rood-wit-lint omwikkeld opgehaald uit de Vleugel, liep mee naar de Bastille, vertelde dat hij het met de studenten eens was en dronk een biertje. Het CvB zou zich voor ons inspannen in Den Haag. In de praktijk betekende dit dat toenmalig CvB-voorzitter en CDA-senator Anne Flierman vóór het wetsvoorstel stemde. Voor. Maar we deden er niets tegen, we gingen over tot de orde van de dag. Flierman vertrok uiteindelijk pas in mei 2013, omdat hij voorzitter van de NVAO kon worden.

Onderwijskunde

Laten we alsjeblieft niet denken dat rendementsdenken en gebrek aan democratie niet ook op onze universiteit problematische kwesties zijn. Het was niets anders dan rendementsdenken dat in 2011 de opleiding Onderwijskunde de das om heeft gedaan. Onderwijskunde was een uitstekende opleiding die goede professionals afleverde. De bijbehorende onderzoeksgroepen deden het ook prima en onderwijskunde op zijn Twents had een unieke en veelgeprezen ingenieur-achtige aanpak. Maar ons CvB vond dat er te weinig studenten waren. Niet te weinig om PhD-posities te vullen of om aan de arbeidsmarkt te leveren. Nee, te weinig om financieel rendabel te zijn voor de UT.

In hetzelfde collegejaar begon de hele discussie die uiteindelijk leidde tot het Twentse Onderwijsmodel. Dit begon met een alarmerend bericht eind 2010 vanuit de hei-sessie van CvB, decanen en Raad van Toezicht dat de UT flink moest gaan bezuinigen. Dit proces werd vormgegeven in de zogenoemde RoUTe 14+-strategie. Het waren voor alles rendementsredenen die een herziening van het bacheloronderwijs noodzaakten. Het CvB probeerde het discours later te spinnen alsof het een onderwijsideologisch project was, maar lees de UR-stukken en –notulen van die tijd maar na. Waarom anders vreesden opleidingen als Technische Wiskunde lange tijd de eis dat de nieuwe ‘brede bachelors’ een instroom van rond de 50 a 60 studenten per jaar moesten hebben? Dan pas renderen ze.

Holle frasen

Het moet nog maar blijken of het TOM en de rest van RoUTe 14+ haar doelstelling heeft behaald. Het CvB belooft altijd een hoop op het gebied van evalueren, maar daar komt zelden iets van terecht. De UR, de SU en het OPUT, de organen die officieel studenten en medewerkers vertegenwoordigen kunnen hier weinig aan doen. Dit illustreert het gebrek aan democratie op de UT. Los van het vraagstuk of bestuurders direct gekozen zouden moeten worden of niet, is het zo dat de rechten en middelen die inspraakorganen momenteel hebben niet voldoende zijn om het CvB goed te controleren. En dan zijn we weer terug bij dezelfde holle frasen: meedenken, constructief zijn en repareren met maatwerk.

Geen tanden

Ik weet bovenstaande allemaal nog goed, ik was erbij dat jaar als lid van de Universiteitsraad. Ook ik ging mee in deze manieren van denken en was huiverig om niet in te stemmen met beleidsstukken, de UT moest immers vooruit. Enkele keren heb ik tegengestemd, maar dat was altijd klein bier. In de praktijk stemt de Universiteitsraad in met CvB-voorstellen en krijgt daar hooguit minieme toezeggingen voor terug, die niet eens af te dwingen zijn. Universiteitsraden kunnen ook niet echt anders in Nederland. Bij tegenstemmen kan een CvB een conflictprocedure aangaan waarbij de landelijke geschillencommissie die het conflict onderzoekt enkel kijkt of CvB’s hun voorstellen volgens de juiste procedures aan Universiteitsraden hebben voorgelegd. Als dat het geval is kan het CvB hun beleid alsnog doordrukken. Universitaire medezeggenschap heeft geen tanden in Nederland.

Rendementsdenken tiert welig in Twente

Terug naar Twente waar het rendementsdenken welig tiert. Beleid met betrekking tot onderwijs, onderzoek en studentenvoorzieningen draait uiteindelijk om één ding: kan het financieel uit. Van labruimte tot koffie bij tentamens is geld het doorslaggevende rechtvaardigheidsmechanisme dat alle andere argumenten kan overrulen. Dit zou niet zo moeten zijn en eigenlijk weet iedereen dat ook, zeker alle mensen wiens onderzoeksvoorstellen niet gehonoreerd werden ondanks dat hun voorstellen door peers als excellent waren bestempeld. Natuurlijk zijn er financiële kaders, maar dat zouden slechts voorwaarden van beleid moeten zijn, niet het doel.

Waar staan wij voor als Universiteit Twente? Wat voor kennis en technologie willen wij ontwikkelen? Hoe willen wij dat een student zich ontwikkelt in zijn of haar jaren aan de UT? Wat zijn de (unieke) bijdragen van de UT aan de maatschappij? Dat zijn het type vragen waar we antwoorden op moeten formuleren. Vervolgens is het de taak van het CvB om die antwoorden om te zetten in beleid. Hoe dit past binnen de begroting is slechts een paragraaf.

Intellectueel geweten van de UT

Gedurende de jaren heb ik vele speeches en discussies van en met Ed Brinksma gehad. Hij is de Rector Magnificus van onze universiteit, de primus inter pares van het hooglerarencorps. Zijn rol is die van intellectueel geweten van de universiteit, zou ons geestelijk leider moeten zijn zo je wil. Maar ondanks zijn goede karakter en juiste intenties ben ik van mening dat hij tekort schiet. Tijdens speeches bij academische plechtigheden toont hij zijn eloquentie en eruditie, maar altijd op een heel algemeen niveau. Mooie termen als High Tech, Human Touch en Global Citizens passeren de revue, Frans Timmermans kan een puntje zuigen aan Brinksma’s uitspraak van vreemde talen en je zal het ook niet snel oneens zijn met wat hij zegt. Zijn speeches zijn namelijk zo algemeen dat het niet meer uitmaakt wie ze waar en wanneer uitspreekt. Brinksma moet concreter worden in zijn ideaalbeelden over de academische wereld.

Tijdens discussies heb ik regelmatig geprobeerd hem te verleiden substantiever te worden, maar dat lukt niet. Of hij blijft breed en algemeen uitweiden, of hij vervalt in een bepaalde somberte en mompelt woorden als Haagse realiteit en financiële kaderstellingen. Toen ik de term lippendienst gebruikte beviel dat hem niet, maar eindelijk kleur bekennen deed hij evenmin.

'Schrijf een Rectoraatsrede'

Waar ik al jaren op hoop is een echte Rectoraatsrede waarin onze Rector Magnificus zijn visie op de Universiteit Twente uiteen zet. De mensuur, het academisch schermen, bestaat niet in Nederland, maar toch wil ik Ed Brinksma op academische wijze uitdagen:

Geachte heer Brinksma, schrijf en spreek deze Rectoraatsrede. Wees de intellectuele voorman van onze universiteit. Articuleer uw ideaalbeeld van de Universiteit Twente op een concrete wijze. Neem stelling en formuleer en beargumenteer uw ideeën op dusdanige wijze dat wij studenten en medewerkers het er mee eens of oneens kunnen zijn. Heb het nog niet over geld en andere praktische bezwaren, dat komt later.

Vertel over de rol van de UT in de regio, in Nederland, Europa en de wereld. Over hoe een achttienjarige die voor de UT kiest in vijf jaar wordt klaargestoomd voor de maatschappij. Wat onderscheidt UT-alumni en –onderzoekers van andere mensen en waarom is dat goed? Waar wil u in de toekomst als emeritus met trots op terug kunnen kijken? Deel met ons wat de rol van studenten, docenten en andere medewerkers hierin zou zijn. Wat vindt u goed aan de UT en wat (nog) niet?

In het algemeen: Wat vindt u eigenlijk van het rendementsdenken en de democratie op Nederlandse universiteiten? Wat wilde u verbeteren toen u zelf een actieve student was op de Rijksuniversiteit Groningen? Wat is volgens u uw taak als Rector Magnificus? Wat zou u veranderen als u minister van OCW was? Maak ons deelgenoot van uw overwegingen, schrijf en spreek deze Rectoraatsrede.

'Desnoods de Vleugel bezetten'

Het nemen en verdedigen van stellingen hoort thuis op een universiteit. In Twente gebeurt dat veel te weinig. We mogen ons er niet achter verstoppen dat we een technische universiteit zijn. Juist door onze technologische vooruitstrevendheid ontstaan nieuwe maatschappelijke vragen. De Rector Magnificus is verantwoordelijk voor dit debat. Hij moet het debat bevorderen door een uitdrukkelijke deelnemer te zijn, maar tegelijkertijd moet hij zorgen dat ieder lid van onze academische gemeenschap durft mee te doen. Een Rectoraatsrede is de beste manier om hier nieuw leven in te blazen.

Ik hoop dat Ed Brinksma mijn uitdaging durft aan te nemen. Natuurlijk is het goed als hij even de tijd neemt om zijn rede te schrijven, maar hij zou al snel kunnen reageren en laten weten óf hij de uitdaging aan neemt en wanneer dan. Daarna zijn studenten en medewerkers aan zet. Kunnen we ons vinden in Brinksma’s visies? Zo ja, dan kunnen wij hem steunen, bijvoorbeeld wanneer hij het in Den Haag voor de UT op gaat nemen tegen de minister en andere politici om de juiste wettelijke en financiële kaders te creëren. Zo niet, dan gaan we met hem in debat en desnoods kunnen we altijd nog de Vleugel bezetten. Maar ik hoop dat dat niet nodig zal zijn, want ik studeer in Twente.

Beer Sijpesteijn schrijft momenteel zijn scriptie voor de master PSTS. Hij was in collegejaar 2010-2011 lid van de Universiteitsraad en van 2011 tot 2013 columnist voor het UT Nieuws.