‘We willen niet ons dak opknappen op het moment dat het regent. Nu is het droog.’ Die metafoor gebruikte rector Tom Veldkamp afgelopen week richting de universiteitsraad toen het ging over alles wat zich het beste laat samenvatten als de ‘transitie’ die de UT moet doormaken. Immers, met een nieuw kabinet dat het onderwijs buiten schot houdt en een verrassende financiële ‘meevaller’ zijn de donkere regenwolken voorlopig even weg.
De rector kwam niet voor niets op de proppen met de beeldspraak. Hij had een terecht punt: kijkende naar de langetermijnprognoses heeft de UT wel degelijk nog magere jaren voor de boeg. Daar moet je je op voorbereiden. Veldkamp liet wel weten het ‘waarom’ van deze transitie duidelijker te willen verkondigen richting de UT-gemeenschap.
Want als er iets duidelijk werd na een – zoals wel vaker – oeverloze discussie bovenin de Horsttoren, was het dat de Uraad eigenlijk nog weinig snapte van de transitie. Sterker nog, ze namen zelf het woord ‘onrust’ in de mond. Verwarring zou passender zijn, nu dit stadium is bereikt. Of beter gezegd, als je kijkt naar wat er al achter de rug is.
We kregen namelijk al een financiële crisis om de oren. Gevolgd door acute maatregelen en rigoureuze reorganisaties. Met bijkomend ‘onzichtbaar’ leed: niet-verlengde contracten, onvervulde vacatures en onderbezetting in de ondersteuning. Beleidsmatig antwoord: ‘building blocks’, met de nadruk op ‘harmoniseren’, ‘optimaliseren’ en meer financieel bewustzijn. Dat later onder de vlag van ‘Reinventing our UT’: onze universiteit opnieuw uitvinden.
Ergens was dat het punt al om te zeggen: hier rijmt iets niet. Wat heet jezelf opnieuw uitvinden als de plannen ogenschijnlijk niet verder reiken dan alleen maar iets efficiënter werken en wat meer op de centen letten? Want inherent aan dit rommelige proces is dat het verhaal niet op orde is – en eigenlijk nooit was. Al die bouwstenen, beleidsstukken, buzzwords en bezuinigingsmaatregelen door elkaar heen maken het niet overzichtelijker.
Nu lijken er twee realiteiten parallel naast elkaar te bestaan: het hogere echelon van de UT dat dondersgoed weet waar het naartoe wil, maar het niet kan uitleggen. Of diezelfde bovenlaag die het eigenlijk ook allemaal niet zo goed weet, maar het gaandeweg hoopt uit te vinden.
Natuurlijk zijn er geen makkelijke antwoorden op moeilijke vragen. Maar een goed verhaal heeft een duidelijk beginpunt en logisch eindpunt. Een bepaalde volgordelijkheid. Actie, reactie. Keuze, consequentie. Waarom? Daarom. Zodat iedereen die dat verhaal leest het begrijpt. Dat ontbreekt nog steeds. Deze universiteit heeft namelijk de hardnekkige reflex om moeilijke oplossingen te zoeken voor makkelijke problemen. ‘Overorganisatie', zo noemde vertrekkend wetenschappelijk directeur Maarten van Steen het eerder dit jaar treffend.
Nu moeten transitieteams de boel op gang trekken. Het valt te hopen dat de opdracht voor die teams helder is, want het is niet gek dat onze ‘volksvertegenwoordigers’ en daarmee de gemeenschap op dit moment met vraagtekens zitten. Want die hele transitie heeft vooralsnog veel weg van een papieren exercitie: eentje die de randzaken aanpakt, niet de hoofdzaken. Het is dan ook niet het metaforische dak van het huis dat opgeknapt wordt, maar de bekabeling.
Daarmee is het des te gekker om dit traject te bestempelen als ‘Reinventing our UT’, want dat impliceert dat het gehele huis gerenoveerd moet worden. De ‘financiële hygiëne’ op orde hebben? Dat is een basisvoorwaarde voor iedere zichzelf respecterende organisatie. Procesoptimalisatie, duidelijke informatievoorziening en rapportages zonder verrassingen? Idem dito. Faculteiten die op een redelijkerwijs vergelijkbare manier werken, omdat ze onderdeel uitmaken van dezelfde universiteit? Opleidingen die weten wat hun kosten en baten zijn?
Dat is geen ‘reinventing’, maar gewoon een stukje volwassenheid.