Startpunt van de wollige discussie was een voorgestelde wijziging van het zogeheten bestuurs- en beheersreglement (BBR). Daarin staan de overkoepelende spelregels van de universiteit. Die moeten worden aangepast, zo legde het college van bestuur uit. Specifiek: het gaat om een voorstel voor de invoering van eenzelfde departementenstructuur per faculteit, duidelijkheid over de rol en taken van opleidingsdirecteuren en de ‘governance’ van interfacultaire eenheden.
‘Resultaat, geen vehikel’
Om daar nu al advies over te geven, vond de raad woensdagochtend te voorbarig. ‘Een wijziging van het BBR is wat ons betreft het resultaat van zo’n transitieproces, geen vehikel om dat proces vorm te geven’, zei Emile Dopheide (Campus Coalitie). Hij constateerde namelijk dat er nog discussies zijn over de harmonisatie van faculteiten. En dat zowel de raad zelf als de decentrale medezeggenschap nog betrokken moeten worden.
De faculteitsraad van EEMCS, die voor de gelegenheid aansloot, deed bij monde van lid Georgiana Caltais een duit in het zakje: in hoeverre kan de faculteit zelf beslissen hoe ze herstructureren, wat zijn de rechten van de faculteitsraad en hoe wordt de gemeenschap betrokken?
Eenzelfde onduidelijkheid geldt ook voor de zogeheten ‘interfacultaire eenheden’. Dopheide wees op het lange, taaie en verwarrende proces dat al achter de rug is. Het voorstel van het college van bestuur om de interfacultaire eenheden om te dopen in ‘university provisions and facilities’ was volgens de raad te vaag. ‘Zo’n term is niet voor iedereen helder’, aldus Dopheide. ‘Zeker aangezien de eenheden verbonden zijn met onze academische activiteiten is die term niet passend.’
Plannen te vaag
En dan was er nog een ander punt. Tijdens de recentelijke presentatie van het instellingsplan kondigde de UT de komst van een centraal ‘Transition Support Team’ aan, inclusief transitieteams per faculteit. Uraadslid Catalin Popa vond de taken en verantwoordelijkheden van die teams nog te vaag. Bovendien constateerde Popa ‘onrust’ op de werkvloer. ‘Mensen weten dat er een transitie aankomt, maar ze weten niet wat het voor hen persoonlijk betekent.’
De opmerking vatte het sentiment van beide agendapunten in grote lijnen samen: de UT heeft transitieplannen. Maar hoe, waarom, wanneer en door wie die plannen tot uitvoering gebracht worden, daarover is volgens de Uraad nog te veel onduidelijkheid. Daarom de expliciete oproep van de raad: kom met een heldere tijdlijn, heldere rolverdeling en duidelijkheid over wie waar (mede)zeggenschap over heeft.
‘Roadmap’
Rector Tom Veldkamp toonde begrip voor die oproep, maar wees erop dat de discussie en de verandering moet plaatsvinden binnen de faculteiten. ‘Ik snap dat het belangrijk is om het waarom van deze verandering duidelijker te maken, daar wil ik zeker mijn rol in pakken’, aldus de rector.
Zo zegde hij toe dat er aan het begin van het nieuwe collegejaar een ‘roadmap’ komt. Die maakt inzichtelijk waar en wanneer een organisatiewijziging nodig is binnen een eenheid. Van een UT-brede organisatiewijziging is volgens hem geen sprake. Die roadmap moet volgens Veldkamp ook duidelijker maken wat de rol van de transitieteams is.
Duidelijkheid
En de interfacultaire eenheden? Een nieuwe term die meer passend is dan ‘university provisions and facilities’ is welkom, aldus de rector. Wanneer er uitsluitsel is over de toekomst van de eenheden, is onbekend. Maar het doel blijft onveranderd: er moet duidelijkheid komen over alle UT-eenheden die géén faculteit of dienst zijn. ‘Dat kan ook gaan over de Twente Graduate School of het NanoLab bijvoorbeeld’, aldus de rector. ‘We willen een uniforme, open en transparante manier van werken creëren, zodat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is – ook welke medezeggenschap betrokken is.’