Feestgedruis

| Redactie

Het commentaar van U-Today. Het festivalseizoen op de campus is weer begonnen, maar de onderliggende ‘festivalisering’ is niet tot ieders plezier. We zouden eens goed in de spiegel moeten kijken en ons afvragen of wij twee keer per maand in het feestgedruis willen zitten.

Het kan niemand op de campus ontgaan: het festivalseizoen is begonnen. Afgelopen vrijdag stond Kingsnight op het programma, één van de twaalf grote festivals op het terrein. Daar is niet iedereen blij mee. Omwonenden klagen over geluidsoverlast. Dat deden ze toen de UT een nieuwe ‘omgevingsvergunning’ aanvroeg. Afgelopen jaar belden ‘onze buren’ vier keer met de gemeente vanwege overlast van feesten in studentenhuizen. Dat is kritiek die de UT, die in allerlei gedragscodes regels aan de eigen medewerkers en studenten oplegt, zich moet aantrekken.

Het geluidsoverlast uit studentenhuizen is één ding, want dat is van alle tijden en steden. Zorgelijker voor de UT zijn de signalen van de buurt over de brede vergunning om festivals te mogen organiseren. ‘Indien deze vergunning wordt verleend, dan is het duidelijk dat er geen respect meer bestaat voor de omwonenden’, schreef één. Een ander legde de vinger op de gevoelige plek: ‘Geluidsoverlast is absoluut niet noodzakelijk voor het voortbestaan van de universiteit.’

Daar heeft de klager natuurlijk gelijk in. Die festivals dienen uiteindelijk één doel: geld in het laatje. En met wat goede wil kunnen we zeggen dat die evenementen een marketingfunctie hebben. Duidelijk is dat de campus een plek van onderzoek, onderwijs en valorisatie is, maar ook een festivalterrein waar Mental Theo en The Partysquad de massa in vervoering brengen. En dat is een onwrikbaar gegeven: de buurt heeft er maar mee om te gaan.

De dienst Campus & Facility Management wil dat de UT een goede noaber is en nodigt de omwonenden daarom twee keer per jaar uit voor een kijkje achter de schermen. Dat komt ongetwijfeld voort uit goede motieven, al zal de opgelegde dwangsom a tienduizend mille – bij een volgende overtreding – zeker meespelen.

Opmerkelijk is dat de UT zelf zich niet onbetuigd laat in het aanspreken op storend gedrag van haar medewerkers en studenten. In de Uraad vorige week woensdag bijvoorbeeld, zei Mirjam Bult, vicevoorzitter van het CvB, dat het naderende rookverbod op de campus niet ‘hiërarchisch’ wordt gehandhaafd. ‘Elkaar aanspreken op gedrag moeten we met elkaar en in vertrouwen doen’, zei ze. Daarbij vergat ze even dat we elkaar moeten aanspreken op regels die toch echt van hogerhand – en dus hiërarchisch – zijn opgelegd.

De ‘festivalisering’ in Nederland wordt vaker besproken. Drie jaar geleden onderzocht de Volkskrant de schaduwzijde van Nederland als festivalland. De conclusie: meer grote evenementen betekent ook meer klachten. In de hoofdstad bijvoorbeeld moet nu de rem op het aantal festiviteiten in het Westerpark: het wordt de bewoners en het stadsdeelbestuur allemaal te veel.

Er zijn zeker argumenten te bedenken voor evenementen op de campus. Sommige festivals zijn wellicht onder de noemer ‘cultuur’ te vatten en het is prima om op het UT-terrein mensen te verwelkomen die hier anders niet komen. Maar je kunt je afvragen of twaalf van die grote festivals niet te veel van het goede is. Dat komt in het seizoen toch neer op zo’n twee per maand.

We zouden eens goed in de spiegel moeten kijken en ons afvragen of wij – met of zonder vergunning – twee keer per maand in het feestgedruis willen zitten. Want ook hier geldt de Gulden Regel: ‘Wat gij niet wil dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet’.