Photo by: Frans Nikkels
Spotlight

‘Ik heb me nooit opgesloten in Twente’

| Rense Kuipers

Hoogleraar bestuurskunde, Bas Denters, nam na meer dan veertig jaar dienstverband deze week afscheid van de UT. Een terugblik op zijn rol als bestuurskundige. ‘Je moet niet alleen naast, maar ook op het veld staan.’

De cirkel is op meerdere manieren rond voor Bas Denters. In 1979 kwam hij voor een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken naar Twente. Zijn werkplek was een kantoortje in het toenmalige TW/RC-gebouw, nu Cubicus. Sinds enkele maanden mag hij de Cubicus weer zijn thuisbasis noemen – en weet hij, dankzij een opdracht van datzelfde ministerie, zijn échte uitzwaaimoment nog even uit te stellen tot 1 augustus volgend jaar.

Bas Denters werd geboren in Nijmegen, maar groeide op in Arnhem. Hij was de eerste academicus in een familie van, naar eigen zeggen, eenvoudige komaf. Na zijn studie haalden de UT-bestuurskundigen van het eerste uur, Andries Hoogerwerf en Peter Boorsma, hem naar Twente. Sindsdien is hij ruim 41 jaar aan de UT verbonden. ‘Natuurlijk is er veel veranderd. Bestuurskunde, ooit een faculteit, is nu een klein onderdeel van één grote faculteit met alle sociale, gedrags- en managementwetenschappen. Maar, ik heb steeds alle vrijheid gekregen om nieuwe initiatieven te ontwikkelen’, vertelt Denters. ‘Ik heb me nooit opgesloten in Twente. Ik was landelijk en internationaal actief. De UT gaf me daarvoor de ruimte.’

'Op wedstrijddagen ben ik de hele dag zenuwachtig'

Uitlaatklep

Een andere bepalende factor om de regio trouw te blijven: de liefde. Denters ontmoette zijn vrouw op de UT-werkvloer, bij bestuurskunde. Ze kregen twee zoons. Met hen deelt hij zijn liefde voor FC Twente. Ook al is hij import-Tukker, Denters is sinds de opening van het Arke Stadion (nu Grolsch Veste), niet meer weg te slaan bij de club. ‘Alleen bij ziekte of als ik in het buitenland zit, mis ik een wedstrijd.’ Hij is zich van het contrast bewust: enerzijds een ogenschijnlijk bedachtzame hoogleraar, anderzijds de bloedfanatieke voetbalsupporter. ‘Op wedstrijddagen ben ik de hele dag zenuwachtig en ik kan er flink ziek van zijn als ze verliezen’, geeft hij toe. ‘Het chagrijn als FCT verliest, of het plezier als ze winnen, dat is iets wat ik moeilijk kan verklaren. Het voetbal is hoe dan ook een goede uitlaatklep! Als hoogleraar ben je natuurlijk ook gewoon mens.’

Wisselwerking

Het menselijke aspect speelt in zijn werk een centrale rol. Er is altijd een wisselwerking tussen bestuur en burgers. Eén project springt eruit. ‘Ik kijk met voldoening terug op onze bijdrage bij de wederopbouw van Roombeek na de vuurwerkramp’, vertelt Denters. ‘Samen met Pieter-Jan Klok en de veel te vroeg overleden Oscar van Heffen hielden we de vinger aan de pols bij de participatie van de inwoners bij de wederopbouw. Er was na de ramp veel wantrouwen van de inwoners richting de gemeente. Ons is toen gevraagd om te monitoren of inwoners echt invloed konden uit oefenen en of hun vertrouwen in het gemeentebestuur zich gaandeweg herstelde.’

'We vergeten als experts te luisteren!'

De voornaamste les die Denters toen leerde: ‘Neem mensen serieus, luister naar wat ze zélf willen en wat ze zélf zien als hun problemen en hoe ze die willen oplossen. Dat is het begin van een cruciale dialoog. Wat te vaak gebeurt, is dat een goedbedoelende expert zegt: “Ik weet wat uw probleem is, en ik heb daarvoor een prachtige oplossing”. We vergeten als experts te luisteren! Dan gaan we aan de slag met het oplossen van niet-bestaande problemen of kiezen we voor oplossingen die in de praktijk niet blijken te werken.’ 

Daarom zijn onderzoeksvraag hoe bestuur en inwoners elkaar beter kunnen vinden bij de aanpak van grote maatschappelijke uitdagingen. Ook al is hij formeel gezien met emeritaat, hij wil zich de komende tijd richten op wat hij de Zwitserse paradox noemt. ‘Dat land kent een openbaar bestuur, dat volgens gangbare bestuurskundige ideeën nauwelijks beschikt over bestuurskracht. Bestuurlijke eenheden – zoals de gemeenten – zijn er klein, de lokale bestuurders zijn vrijwilligers en het ontbreekt aan ambtelijke expertise. Toch zijn Zwitsers, in vergelijking tot landen waar het lokaal bestuur op papier over veel meer bestuurskracht beschikt, heel erg tevreden over hun gemeenten. Mijn hypothese is dat men in Zwitserland niet zozeer vertrouwt op bestuurskracht, maar bouwt op samenlevingskracht. De Zwitsers onderkennen dat goed bestuur ook kan worden gerealiseerd door maatschappelijke initiatieven de ruimte te geven. Ik wil dat fenomeen nader onderzoeken.’

‘Vergeet de wereld buiten de campus niet’

Het blijft voor Denters niet alleen bij bestuderen. Zijn overtuiging, uiteraard in voetbalanalogie: ‘Je moet niet alleen naast, maar ook op het veld staan.’ Zo is hij sinds 2009 bestuurslid van de stichting FC Twente Scoren in de Wijk en nauw betrokken bij de maatschappelijke projecten van de voetbalclub. Ook op de campus sloot hij zich niet op. ‘Ik wilde bewust geen grote vakgroep met veel eigen personeel. Dan ben je alleen maar aan het managen en is het moeilijk open te staan voor de toevallige ontmoeting die kan leiden tot een mooie samenwerking zowel binnen als buiten de universiteit.’

Dat laatste zegt hij met klem, in het bijzonder richting zijn faculteit. ‘Af en toe wordt er wel erg veel nadruk gelegd op de interne samenwerking. Dat is belangrijk, maar vergeet de wereld buiten de campus alsjeblieft niet.’ Voor de kwaliteit van het UT-onderwijs en -onderzoek zijn externe verbindingen cruciaal, stelt Denters. ‘De positie in nationale en internationale netwerken in de eigen discipline is bepalend voor de kwaliteitsbeoordeling van ons onderwijs en onderzoek. Daarin moeten we blijven investeren. Ik heb daar als wetenschappelijk directeur van de onderzoeksschool NIG samen met mijn steun en toeverlaat Seeta Autar ook een bijdrage aan mogen leveren. Vorig jaar verkreeg het NIG-opleidingsprogramma een Europese accreditatie. We slaagden met vlag en wimpel!’

'Voor wetenschappers geldt net als voor topsporters: je moet niet van de ene op de andere dag stoppen.'

Gouden greep

Hoe hij de universiteit achterlaat? Denters is eerst en vooral dankbaar voor mensen om hem heen. Een aantal van hen passeerden al de revue, maar hij noemt ook anderen uit verleden (Huib de Jong, Jacques Thomassen en Peter Geurts) en heden (Giedo Jansen, Henk van der Kolk, Marcel Boogers, René Torenvlied en Ariana Need). Bovendien geniet hij nog steeds van de contacten met zijn studenten en promovendi. Hij ziet volop kansen voor de UT – en in het bijzonder voor de bestuurskunde. Ronduit enthousiast is hij over de nieuwe People First-visie van de UT. ‘Heel verfrissend, een gouden greep! Bij het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen komt het uiteindelijk aan op de vraag: hoe kunnen we met onze expertise ondersteuning bieden aan mensen die controle willen hebben over hun eigen toekomst? Dat is bij uitstek iets waar bestuurskundigen een bijdrage aan kunnen leveren.’

Bas Denters in een notendop

  • 1986: Promoveerde op proefschrift getiteld ‘Partijen, kiezers en gemeentelijk beleid’. Voor dit proefschrift ontving hij de NKWP-Jaarprijs voor de beste politicologische publicatie.
  • 2000: Benoeming tot bijzonder hoogleraar en wetenschappelijk-directeur van het Kennisinstituut Stedelijk Samenleving (KISS)
  • 2006: Benoeming tot eerste ‘gewoon hoogleraar bestuurskunde’ aan de UT
  • Vanaf 2009: bestuurslid Stichting FC Twente Scoren in de Wijk
  • 2012-2019: Wetenschappelijk directeur Netherlands Institute of Governance (NIG). En tweevoudig winnaar van de ‘NIG Best Supervisor Award’

Zijn ontslagbrief – ‘een formaliteit’ – ontving hij al. ‘Uiteraard stap ik na mijn pensionering weer wat meer op mijn racefiets en ga ik weer vaker vogels spotten. Maar mijn afscheid wordt nog even uitgesteld.’ Tot komende zomer blijft de kersverse emeritus-hoogleraar namelijk nog anderhalve dag per week doorwerken aan zijn onderzoek en de begeleiding van promovendi. ‘Mijn vrouw denkt er het hare van. Maar ze weet ook dat het bloed kruipt, waar het niet gaan kan. Bovendien, zoals wijlen collega Sjoerd van Tongeren zei: ‘Wetenschap is als het beoefenen van topsport’. Voor wetenschappers geldt net als voor topsporters: je moet niet van de ene op de andere dag stoppen.’