‘Het is tijd om te stralen, voor mij en de faculteit’

| Rik Visschedijk

Jennifer Herek volgde een klein half jaar geleden Hans Hilgenkamp op als decaan bij de faculteit Technische Natuurwetenschappen. Ze geniet na een periode van verschillende rollen binnen de UT van de volle aandacht die ze de faculteit kan geven. ‘We staan er goed voor, ik kan me concentreren op verbindingen leggen, collega’s laten stralen en samenwerking zoeken binnen en buiten de faculteit.’

We ontmoeten elkaar voor het interview in haar huis aan de Langenkampweg in Enschede. Ze kocht de medewerkerswoning twee jaar geleden, verbouwde en trok er een half jaar geleden met haar man en twee zoons van 15 en 12 in. ‘Anders dan de faculteit hebben we het thuis nog niet helemaal op orde’, wijst ze op peertjes zonder lampenkap en een verhuisdoos overdekt met een kleed die dienst doet als tafel. ‘Maar dat maakt niet uit, we doen alles op z’n tijd.’

Herfst

Alles op z’n tijd, het zou het leitmotiv van deze periode in haar leven kunnen zijn. ‘Afgelopen oktober werd ik 50’, zegt ze. ‘Dat hield me bezig, want ik voelde dat ik in de herfst van mijn leven kwam. Ik dacht veel na: wat wil ik eigenlijk, wat vind ik echt belangrijk? De afgelopen jaren had ik verschillende petten op, hoogleraar Optical Sciences met een eigen vakgroep, dean bij UCT/ATLAS en dean bij het honours programma. Maar ook toezichthouder bij de Student Union en lid van de DesignLab Research Fellows. Allemaal leuk en leerzaam om te doen, maar door de breedte lastig om focus aan te brengen.’

Toen de vacature voor decaan bij TNW een jaar geleden voor het eerst vrij kwam, hapte ze nog niet toe. ‘Ik zat in mijn denkproces. Ja, er werd aan me getrokken om te solliciteren. Maar ik was er nog niet klaar voor. Bovendien: als ik deze functie ambieer, dan moet het echt uit mezelf komen in plaats van ervoor gevraagd te worden.’

De nieuwe decaan voor TNW werd in die eerste ronde niet gevonden. Na de zomer kwam er een tweede ronde. ‘Toen was ik er klaar voor’, zegt ze. Herek besloot dat ze met haar ervaring als hoogleraar, met excellentie-programma’s en onderwijskundige vernieuwingen de faculteit iets te bieden heeft en het daarnaast goed voor haarzelf zou zijn.

‘Ik liep ongepland naar binnen en zei: Hans, ik wil jouw baan’

Toch sprak ze met bijna niemand over haar plannen, zelfs niet in het gezin, vertelt Herek. ‘Wanneer ik definitief wist dat ik zou solliciteren? Ik liep in gebouw Carré langs de kamer van Hans Hilgenkamp. Hij zat daar alleen. Ik liep ongepland naar binnen en zei: Hans, ik wil jouw baan. Toen was het definitief, ik ga voor deze kans. In aanloop naar mijn sollicitatie heb ik alleen met de TNW-secretaresse Anneke Kolhoop gepraat. Van haar wilde ik weten of ze het zag zitten met mij. Haar zegen, om het zo te zeggen.’

Herek raakte gaandeweg overtuigd dat het decanaat goed voor haarzelf zou zijn, maar ook voor de faculteit. ‘We staan er zo goed voor’, zegt ze. ‘En met het geld uit de sectorplannen kunnen we nieuwe initiatieven opzetten. Ik wil mij inzetten om verbindingen te leggen. Met de clustering van TNW is dat al in gang gezet: leerstoelen werken meer samen. Maar er liggen meer mogelijkheden. Ik wil mensen bij elkaar brengen, ook waar dat misschien niet heel logisch lijkt en echt de cross-over maken tussen scheikunde, natuurkunde en health. Daarnaast wil ik aandacht besteden aan persoonlijk ontwikkeling op alle niveaus en het creëren van een meer diverse en inclusieve community.’

Door al die verschillende rollen op de UT, kent Herek inmiddels het klappen van de zweep en speelde daar zelf ook een rol in. ‘Ik vond het belangrijk om de functie van Honours Dean een prominente plek te geven bij het cortège - de plechtige optocht van hoogleraren - tijdens de dies natalis’, zegt ze. ‘Ja, die positie had ikzelf. Maar daar deed ik het niet voor. Ik vind het belangrijk voor de UT als de deans en leiders van bijvoorbeeld Pre-U, de Graduate School en DesignLab een zichtbare plek krijgen. Dat begint bij officiële gelegenheden.’

‘Ik wil graag óp mijn verjaardag de brief schrijven. Dat is het juiste moment.’

Herek solliciteerde op haar eigen voorwaarden. Toen ze de externe recruiter belde over de functie, durfde ze een gunst te vragen: ‘De deadline ligt een dag voor mijn verjaardag, maar ik wil graag óp mijn verjaardag de brief schrijven. Dat is het juiste moment’. Het antwoord: ‘Goed, maar doe het vroeg, de sollicitatiecommissie komt om elf uur ’s ochtends bij elkaar.’ Die brief lag er op tijd, zij het met een tikfout in het eerste woord. ‘Toen ik het zag, baalde ik. Daarna volgde berusting: ik ben ook maar een mens en die tikfout doet niets af aan de inhoud.’

Nu, in de zomerse tuin aan de Langekampweg, heeft ze haar herfstproces afgesloten. Herek kan zich voor het eerst sinds lange tijd honderd procent concentreren op één rol: de faculteit TNW verder uitbouwen met haar collegiaal bestuur. ‘De herfst heb ik altijd de mooiste periode van het jaar gevonden’, zegt ze. ‘Zeker in de Amerikaanse staat Wisconsin, waar ik opgroeide, zijn de kleuren dan zo mooi.’

Tijd om te stralen

Het jaargetijde was een inspiratiebron. In het begin van haar wetenschappelijk carrière deed Herek onderzoek naar Caroteen, het molecuul dat bijvoorbeeld een wortel z’n typerende kleur geeft en ook in bladeren zit. ‘In de zomer sluimert het’, zegt ze. ‘Dan wordt Caroteen naar de achtergrond gedrukt door anderen. Maar in de herfst, als de moleculen om Caroteen indutten, dan is het tijd om te stralen en zorgt het voor die typische najaarskleuren: geel, oranje, rood en paars.’

Daar ziet Herek een analogie met haar eigen carrière. Ze deed veel en alles met passie, maar zat nooit echt aan de tafel waar beslissingen vielen, of prominent in het cortège. ‘Nu is het tijd voor mij om te stralen’, zegt ze. ‘Die gloed wil ik meegeven aan de faculteit: ik wil van de collega’s horen waar ze echt warm voor lopen en ze helpen dat te bereiken.’