Spotlight

‘In de startblokken voor digitaliseringsuniversiteit’

| Rense Kuipers

Er ligt een ‘keiharde missie’ voor Maarten van Steen. De wetenschappelijk directeur van het nieuwe Digital Society Institute moet aantonen dat het onderzoeksinstituut meerwaarde heeft om tweede en derde geldstromen binnen te halen. ‘We hebben alles in huis om dé digitaliseringsuniversiteit van Europa te worden’, zegt Van Steen.

Het onderzoeksgeld wordt aan de UT niet meer verdeeld door de onderzoeksinstituten, maar door de faculteiten. De prangende vraag die Van Steen daarom aan zichzelf stelt is: wat heb je als instituut nog te bieden, als je zelf veel minder geld te verdelen hebt? ‘Zeker voor dit instituut is het een uitdaging om onderzoeksgroepen mee te krijgen. Uit allerlei hoeken van de UT hebben onderzoeksgroepen met het thema digitalisering te maken. Onze meerwaarde zit ‘m in deelname aan onderzoeksprojecten en vertegenwoordiging namens groepen in die projecten. Ik hoop dat het instituut straks als één grote, verbindende schakel opereert.’

'Omgaan met technologie is één ding, het vertrouwen ervan en daarnaar handelen is een forse stap verder.'

Volgens Van Steen kan zijn instituut, en de UT als geheel, een voortrekkersrol nemen in het creëren van grote consortia. ‘Samenwerkingsverbanden met miljoenensubsidies waarbij veel partijen betrokken zijn. Wij kunnen nadrukkelijk bijdragen aan de totstandkoming van grootschalige samenwerkingen door bijvoorbeeld een jaar lang verkennend voorwerk te doen.’

Boodschap

Maatschappelijke impact staat ook hoog op de agenda. Ideeën zijn er om dat voor elkaar te krijgen. ‘We staan voor drie grote uitdagingen: het ontwikkelen van robuuste, digitale technologie, de integratie van digitalisering in ons dagelijks leven en gegronde besluitvorming op basis van geautomatiseerde analyses. Elke vakgroep binnen ons digitaliseringsspectrum kan op een van die uitdagingen een waardevolle aansluiting vinden. Dat is de boodschap waarmee ik met dit instituut naar buiten treed.’

In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld elektrotechnici en computerwetenschappers zich richten op de ontwikkeling van robuuste technologie. Van Steen noemt het sociale robotica-onderzoek van hoogleraar Vanessa Evers een schoolvoorbeeld van digitale integratie. ‘Dat is een complexe interface waarbij het ook gaat om de omstandigheden waarin de technologie wel of niet geaccepteerd wordt. Verschillende disciplines versterken hier elkaar, want het vereist ook inzichten van gedragswetenschappers.’

'Voor ons is het belangrijk om focus te hebben op zaken die er écht toe doen.’

Op het gebied van geautomatiseerde data-analyse ziet de wd’er voor meerdere disciplines binnen zijn instituut een rol weggelegd. ‘We krijgen steeds meer te maken met geautomatiseerde systemen die advies geven. Denk aan zelfrijdende auto’s. Als er iets fout gaat bij well-informed decision making, wie is dan verantwoordelijk? Dan heb ik het niet alleen over het technische aspect, maar ook over het sociale. Omgaan met technologie is één ding, het vertrouwen ervan en daarnaar handelen is een forse stap verder.’

Vertaalslag

Van Steen acht het cruciaal voor zijn instituut om de vertaalslag te maken naar de maatschappij. ‘Veel mensen buiten de academische wereld hebben namelijk geen idee wat digitalisering met ze doet. Kijk naar de ontegenzeggelijke impact van de smartphone. Aan het begin van dit millennium konden mensen zich die invloed nauwelijks voorstellen. En nu komt de beweging van het Internet of Things eraan, dat ook enorme gevolgen gaat hebben. Voor ons is het belangrijk om focus te hebben op dit soort zaken, die er écht toe doen.’

Hij noemt ook de sleepwet als voorbeeld. ‘Een enorme trade-off tussen het vergroten van veiligheid en het schenden van privacy van burgers. Oplossingen liggen nog niet op de plank. Een Nijmeegse collega zei tegen mij: “Beperking leidt tot innovatie”. Oftewel, wij kunnen door zo’n wetswijziging vanuit onze expertise gedwongen worden om wél met een acceptabele oplossing te komen.’

'Wij hebben als instituut onderscheidende en aansprekende projecten nodig.'

Samenwerking is de hoofdmoot voor Van Steen. Zo denkt Van Steen dat zijn instituut een rol kan spelen in het terugdringen van armoede in de stad Enschede, door met data inzichten te verkrijgen in waar de kans groot is dat armoede op de loer ligt. Zo’n initiatief zou medewerking vereisen van gemeente en private partijen. Maar ook met andere UT-instituten zoals TechMed en MESA+ wil Van Steen samenwerken. Hij ziet legio kansen voor zijn eigen instituut om aan te sluiten bij het grootschalige en ambitieuze TopFit-onderzoeksprogramma, gericht op het gezonder krijgen en houden van de bevolking in Oost-Nederland.

Digitaliseringsuniversiteit

Van Steen heeft geen missie liggen om toptalenten binnen te halen, zoals MESA+ dat heeft. ‘Nee, wij hebben als instituut onderscheidende en aansprekende projecten nodig. Projecten waarin ICT belangrijk is, maar niet de enige component is. Als instituut pakken we de leiding in het vormen van die projecten en het bij elkaar brengen van partijen.’

De UT-alumnus is er stellig in dat de UT goud in handen heeft op digitaliseringsgebied. ‘Niet voor niets staat het thema bij ons hoog op de agenda. Hoger dan op andere universiteiten, durf ik te stellen.’ Dat was voor hem reden om ‘terug’ te komen na een wetenschappelijke loopbaan van twintig jaar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daar had hij de missie om mee te helpen de VU en de UvA samen te laten werken op dit gebied. ‘Terwijl het er in Twente al stond. Ik sta op de schouders van mijn voorgangers. En ik ben er heilig van overtuigd dat we alles in huis hebben om dé digitaliseringsuniversiteit van Nederland, nee, Europa, te kunnen worden. We staan met een heleboel mensen in de startblokken om dat te bereiken.’