‘Laat de strakke regie op de OER los’

| Rik Visschedijk

Het Twents Onderwijsmodel (TOM) is drie jaar na de invoering volwassen en robuust. Dat zegt gepensioneerd UT-hoogleraar Ton Mouthaan. Hij werd begin dit jaar als verkenner aangesteld om het hoog opgelopen conflict tussen de Uraad en het College van Bestuur glad te strijken. ‘TOM is stevig verankerd, het is tijd om de strakke centrale regie los te laten.’

Photo by: Rikkert Harink

Mouthaan geldt als één van de founding fathers van TOM. Hij heeft een lange staat van dienst op de UT, onder andere als decaan, maar ook als voorzitter van de Universitaire Commissie Onderwijs (UCO). In februari werd hij gevraagd als verkenner, nadat de PvdUT op hoge poten een Uraad-vergadering verliet naar aanleiding van de Onderwijs- en Examenregeling (OER). Het wederkerende twistpunt: de ondeelbaarheid van modules. Dat gladstrijken lijkt gelukt: in de ingelaste Uraad-vergadering medio april lijken de grootse verschillen in standpunten overbrugd te zijn.

Hoe kwam de UT bij u als verkenner?

Mouthaan: ‘Kort na de Uraad-vergadering in februari belde rector Thom Palstra: ‘We hebben een probleem en ik kan de consequenties niet goed overzien omdat ik net nieuw ben’, zei hij. En hij vroeg of ik een bijdrage kan leveren. TOM loopt nu vier jaar, maar achter de schermen zijn veel UT’ers, waaronder ikzelf, er al lang mee bezig geweest. Het was echt een monsterklus om een nieuw onderwijsmodel te ontwerpen. Als je dan gevraagd wordt om mee te denken om uit een patstelling te komen, dan zeg je niet zomaar nee.’

Hoe heeft u het aangepakt?

‘Mijn voorwaarde was; ik wil het heel praktisch houden. Dus niet die talloze rapporten, evaluaties en stukken doornemen, maar praten met de mensen waar het om gaat: de studenten. Welke knelpunten ervaren zij en welke aanbevelingen kan ik daaruit destilleren? In een week heb ik vier lunchgesprekken gehouden met studentvertegenwoordigers van de faculteiten en studentleden van de Uraad om hun persoonlijke ervaringen te horen. Vervolgens heb ik mijn conclusies gedeeld met de opleidingsdirecteuren, want zij gaan uiteindelijk over de decentrale regelementen.’

Wat zijn uw belangrijkste conclusies?

‘Hét twistpunt in de discussie over de OER is ondeelbaarheid van de modules: het is alle 15 EC of niets. Het probleem daarbij is dat als je een onderdeel niet haalt, je alles over moet doen. In de praktijk zie je dat binnen de opleidingen, dus decentraal, daar in sommige gevallen een work around wordt gevonden. Bijna altijd is er de mogelijkheid om af te wijken, mits er een verhaal bij is. Zo kan bijvoorbeeld een wiskundevak in een module relatief los staan van het geïntegreerde deel. In opleidingen worden daar uitzonderingen voor toegestaan.’

‘Het moduleonderwijs staat bij studenten niet ter discussie: ze zien de meerwaarde er van in. Waar studenten wel echt ontevreden over zijn is de onvoorspelbaarheid van herkansingsmogelijkheden: welke toetsen zijn geen struikelblok om een module te begrijpen?’

‘Mijn advies is om vooraf duidelijkheid over te geven. Geef bijvoorbeeld met een sterretje aan welke toetsen in de geïntegreerde module vallen en welke buiten de context van de module kunnen worden herkanst. Het gaat er om dat een student laat zien dat ‘ie de samenhang in de module begrijpt en de inhoud onder de knie heeft. Als dat zo is hoeven de gehaalde toetsen niet worden overgedaan en kan zo’n nog niet voldoende gescoorde ‘sterretjes’ toets later worden bijgespijkerd.’

De oplossing is dus: de opleidingen krijgen meer te zeggen in hun decentrale OER?

‘In de praktijk is dat al zo. Je hoeft de centrale OER echt niet helemaal dicht te timmeren. Vanuit het verleden is het begrijpelijk dat we centraal stevig vastleggen wat een module is en wanneer je die hebt gehaald, omdat we net begonnen met dit onderwijsmodel. We zijn nu een stuk verder, de modules zijn robuust en TOM is verankerd. Studenten geven zelfs aan dat ze juist nog meer samenhang willen zien. De strakke centrale regie kun je daarom loslaten. De opleidingen en de modulecoördinatoren hebben de meeste kennis over de inhoud van de modules, leg de verantwoordelijkheid ook daar neer.’

Hoe zit het met het bindend studieadvies?

‘Als je drie modules haalt en daarmee 45 EC, dan krijg je een positief studieadvies. Zo is het nu geregeld en dat blijft. Maar als je toestaat dat een enkel vak niet een struikelblok hoeft te zijn voor een module, dan moet je daar ook anders naar kijken. De gehaalde toetsen die niet meer hoeven worden overgedaan binnen een module tel je mee. Een student kan dan een positief studieadvies krijgen, en toch twee modules niet helemaal afgerond hebben. Nogmaals, de opleidingen hebben het beste zicht of de student de samenhang in de module begrijpt. Maak van die lokale wijsheid gebruik. En geef studenten vooral vooraf duidelijkheid.’

Heeft u nog een rol in het vervolg?

‘Nee, mijn rol is met het opleveren van dit advies uitgespeeld. Ik denk dat de partijen hiermee verder kunnen en proefde in de ingelaste Uraad dat er weer constructief overlegd werd. De verdere uitwerking is aan het College van Bestuur en de Uraad. Ik heb er alle vertrouwen in dat die tot een goede oplossing komen.’