Pillentaart

| Jenna Zaagsma

Jenna Zaagsma (23) is masterstudent biomedische technologie en educatie in de bètawetenschappen. In haar vrije tijd is ze te vinden bij studentenscouting Radix en vechtsportvereniging Arashi. Ze schrijft over haar belevenissen en wat haar bezighoudt op en rondom de campus.

Photo by: RIKKERT HARINK
Jenna Zaagsma.

‘Wacht even. Dit moet ik wel goed opschrijven. Anders lijkt het alsof je pillen in de taart hebt gestopt.’

Psychiater J. kijkt me over zijn laptop serieus aan, maar schiet toch in de lach als ik hem de foto laat zien. Een felblauwe taart, belegd met gele staafjes, kleine witte rondjes, grote witte schijven en drie ongemakkelijke tinten beige fondant. Met suiker verbeeldde ik alles wat ik de afgelopen jaren had geslikt.

Om het afbouwen te vieren, at ik pillentaart.

Ik bleef niet medicatievrij.

Psychiater J. was namelijk niet de laatste. Psychiater B., Z., H., L., K. en K. (beter bekend als: de broer van andere psychiater K.) volgden. In vijf jaar tijd verslond ik elf psychiaters. Niet omdat ik zo moeilijk was, maar omdat niemand bleef. Sommigen verdwenen zo snel dat alleen een bijnaam overbleef. Psychiater Kleinbrilletje bijvoorbeeld. Of de Duitse crisisdienstpsychiater, die zo fanatiek was met voorschrijven dat ik alleen zijn felgekleurde gele en groene broeken herinner.

Afgelopen maandag at ik weer taart.

Want ik had een kennismakingsgesprek met wat zo ongeveer mijn vijftigste hulpverlener moet worden. Ooit begon ik bij de studentpsycholoog. Maar tussen al die psychiaters, psychologen, verpleegkundig specialisten, sociaal werkers en preventiewerkers die op rap tempo een nieuwe werkplek vonden, doorverwezen of weer terugverwezen drong een vraag op.

Ben ik nu stuk, of is het systeem dat?

Het lastige is dat die vraag nergens echt thuishoort.

In de spreekkamer gaat het over mij. Buiten de spreekkamer gaat het over wachtlijsten, doorverwijzingen en professionele discussies of we alle psychiatrische Pokémons wel moeten willen classificeren. Ik ben daartussen een verkeerd gemeten ingrediënt dat over de rand van de bakvorm pruttelt.

Dus besloot ik: het maakt niet uit of ik óf het systeem stuk is. Ik wil vieren dat er iets te maken valt!

En terwijl ik maandag de cijferkaars vijftig uitblies en met een cynisch lachje de pijn van mijn hulpverleners-CV probeerde te verbergen, dacht ik aan de volgende pillentaart. De sinaasappelantidepressiva smaakt in de lagere dosis namelijk al een tijd naar zure aardbei. Nog één periode moet ik een pilletje van vijf millimeter bij een centimeter in kwartjes zien te hakken en dan mag ik weer bakken.

Misschien wordt dat mijn laatste pillentaart. Misschien niet. Maar zolang ik kan hakken en bakken, doe ik in elk geval alsof er iets te maken valt.

 

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.