‘Niet fluitend, maar zingend naar mijn werk’

| Jelle Posthuma

We werken bijna iedere dag met ze samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is Boukje Vreman (37), opleidingsmarketeer van de faculteit TNW.

Photo by: Frans Nikkels

Wat doet een opleidingsmarketeer zoal?

‘Eigenlijk ben ik de vooruitgeschoven post van Marketing & Communicatie binnen de faculteit TNW. Mijn eerste verantwoordelijkheid is het werven van nieuwe studenten, maar ik ben ook een aanspreekpunt binnen de organisatie. Ik ben een soort huisarts. Collega’s komen bij mij met een marketing- of communicatievraag, en vaak kan ik ze daarmee helpen, maar soms moet ik ze doorverwijzen naar een specialistische collega bij M&C in de Spiegel. Als een soort nomade reis ik tussen de Spiegel en Carré.’

Hoe lang werk je al op de UT?

‘Bijna drieënhalf jaar. In 2016 ben ik begonnen als interim. Ik had net een andere baan aangenomen, toen de UT langskwam. Tegen de UT kon ik geen nee zeggen. Ik zegde deze baan af en begon als interim opleidingsmarketeer op de universiteit. Inmiddels ben ik alweer een tijdje in vaste dienst.’

Ga je nog altijd met plezier naar je werk?

‘Ik ga niet fluitend naar m’n werk, maar zingend. De dynamiek, de sfeer van vernieuwing en de slimme omgeving van de campus: het inspireert mij enorm. Neem de open dagen van de UT. Daar konden we de potentiële studenten voor de eerste keer het nieuwe TechMed Centre laten zien. We stonden in het Atrium en opeens kwamen van alle kanten studiezoekers met hun ouders naar binnen. Zeker achthonderd, uit alle hoeken en gaten. Ontzettend gaaf om te zien. Ik liep er vol trots rond.’

Wat doe je graag ter ontspanning?

‘Dan ga ik op pad met mijn honden. Ik heb drie Vizsla’s. Hongaarse Staanders worden ze ook wel genoemd. Het is zo’n gaaf ras. Eigenlijk zijn drie honden wel een beetje veel van het goede, maar dat is nou eenmaal zo ontstaan. Ik moet er niet aan denken om er eentje te moeten missen.’

Met de honden trek je de natuur in?

‘Ja, ik woon sinds anderhalf jaar dichtbij het buitengebied, in Eibergen. Ik heb het grootste gedeelte van mijn leven in Borculo gewoond. Mijn ouders hadden er veertig jaar lang een bloemenzaak. Daarom was ik altijd het meisje van de bloemenwinkel. Dat was ik misschien wel een beetje zat. Hoewel Eibergen ook maar een klein plaatsje is, kan ik daar min of meer anoniem door de supermarkt lopen.’

Wat is eigenlijk het mooiste cadeau dat je ooit hebt gekregen?

‘Een schilderij van een vriendin. Ik kan het werk moeilijk omschrijven, het is abstracte kunst. Maar als mijn huis in de brand vliegt, dan ren ik met het schilderij naar buiten. En met mijn honden, natuurlijk.’

Waar heb je een hekel aan?

‘Mensen die niet oprecht zijn. Daar heb ik antennes voor. Ik houd er niet van als mensen zich anders voordoen dan ze zijn. Misschien heeft dat met mijn Achterhoekse roots te maken.’

Welk boek ligt er op je nachtkastje?

‘Er liggen er drie. Ik lees nooit één boek. Op dit moment lees ik Paulien Cornelisse (De verwarde cavia), Carol Dweck (Mindset) en sinds gisteren Emily Brontë met Wuthering Heights, echt een boek voor de wintermaanden. In mijn boekenkast staan veel Engelse en Amerikaanse romans. Ik heb Engelse Taal en Cultuur en Amerikanistiek in Nijmegen gestudeerd. Het meest indrukwekkende boek dat ik ooit las, is Night van Elie Wiesel, waarin hij vertelt over zijn ervaringen in de concentratiekampen van Buchenwald en Auschwitz.’

Wat heb je gisteravond gegeten?

‘Er is voor mij gekookt. Gewoon een goede nasi, gemaakt door mijn broer. Hij woont tijdelijk bij mij in huis.’

Wat is je favoriete reisbestemming?

‘Dat gaat letterlijk alle kanten op. Van Ierland tot India. In India heb ik zes maanden een traineeship gedaan, in de stad Poona. India is waarschijnlijk het meest bizarre land ooit. Er is geen groter contrast denkbaar met de Westerse wereld. Alles is intens als je het vliegtuig uitstapt. Eigenlijk valt het niet te beschrijven. Ik wil absoluut nog een keer terug. Het staat in schril contrast met Ierland, ook een van mijn favoriete reisbestemmingen. Ierland, en dan vooral de westkust, spreekt mij aan vanwege de ruige natuur, het weidse uitzicht. De twee landen verschillen enorm, maar ik houd wel van uitersten. Dat geldt ook voor mijn muzieksmaak, trouwens.’

Vertel…

‘Het gaat van Fleetwood Mac, via ABBA naar Racoon. Eigenlijk komt de hele top 2000 wel langs. Ook om zelf te zingen. Ik heb een hele tijd in een bandje gezongen. Op de middelbare school kreeg ik van de muziekleraar een microfoon in mijn handen gedrukt, en wat bleek: het klonk best aardig. Deze leraar stimuleerde mij om tijdens schooloptredens te gaan zingen. Uiteindelijk ben ik in een bandje gerold met jeugdvrienden. We speelden vooral rock. Ook zong ik bij de Vrienden van Borculo, waarmee we tien jaar lang de openingsavond van het jaarlijkse Septemberfeest verzorgden. Er is ontzettend veel muzikaal talent in Borculo. Of we het Volendam van de Achterhoek zijn? Ja, misschien wel.’

‘Op dit moment speel ik niet meer in een band. Wel heb ik bij de laatste kerstborrel voor de collega’s van M&C gezongen. Veel spannender dan zingen in een grote feesttent... 65 collega’s die naar je kijken terwijl je zingt: het voelde heel naakt. Ik heb ‘’Brand’’ gezongen, de Achterhoekse versie van het nummer ‘’Fire’’ van de Pointer Sisters. Ik zou trouwens wel weer in een band willen zingen. Het oprichten van een UT-band staat nog op mijn bucketlist.’