Tussen vele losse flodders zit soms een mooie voltreffer. Daar gaat een nieuw instituut van het ministerie van Defensie naar op zoek, liet minister Dilan Yeşilgöz afgelopen donderdag aan de Tweede Kamer weten.
Het nieuwe Nationaal Instituut voor Defensie Technologie (NIDT) wil niet alleen van de geijkte onderzoekers of defensiebedrijven horen, maar ook van bijvoorbeeld studenten en wetenschappers uit onverwachte hoek. Dat heeft wel vaker iets opgeleverd. Een radar die werd ontwikkeld voor het spotten van vogels, detecteert nu bijvoorbeeld drones in Oekraïne.
Het nieuwe instituut moet leiden tot 'nieuwe militaire capaciteiten' die in potentie de manier van oorlogsvoering 'fundamenteel veranderen'. Het legt specifieke militaire problemen voor aan het grote publiek en daarop mag iedereen reageren. Het eerste gaat over de Noordzee: Defensie wil een overkoepelend systeem ontwikkelen voor het monitoren en beschermen daarvan.
'Hub' in Twente?
Een goed idee wordt samen met het NIDT steeds een stapje verder ontwikkeld tot er een werkend prototype ligt. Er is budget gereserveerd om succesvolle vindingen aan te schaffen, maar bedragen worden daarbij niet genoemd.
Het instituut wil niet alleen maar afwachten tot de voorstellen binnenstromen, maar gaat ook zelf bij hogescholen en universiteiten op bezoek om te kijken welke kennis daar al is, zegt een woordvoerder van het ministerie. Het NIDT zit in Amsterdam, maar krijgt ook ‘hubs’ nabij de technische universiteiten van Delft, Eindhoven en Twente.
Studentenbond LSVb is kritisch op de samenwerking van onderwijs en onderzoek met het leger, maar hogescholen en universiteiten hebben afgesproken de samenwerking te intensiveren. Er gaat veel geld naar Defensie, ook voor wetenschappers.