Q&A-sessie over harmonisatie blijft oppervlakkig

| Martin ter Denge

Vier van de vijf decanen beantwoordden deze ochtend zestien vooraf ingestuurde vragen over de harmonisering van de faculteiten. De ongeveer zestig aanwezigen in Waaier 2 kregen vooral algemeenheden voorgeschoteld.

BMS-decaan Tanya Bondarouk opende met een statement waarin ze herhaalde waarom harmonisatie nodig is: duidelijkere en consistentere werkprocessen tussen alle faculteiten, meer duidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is, weerbaardere departementen en gedeeld leiderschap. ‘Wat kun je daarop tegen hebben?’ vroeg ze zich af. Ook onzekerheid over overheidsbeleid en de opkomst van AI werden later als redenen aangehaald.

Raamwerk, geen one-size-fits-all

De vier decanen (Bart Koopman van ET was er niet bij) deelden de zestien vragen op in twee categorieën: onzekerheden over organisatiestructuur en twijfels over rolverdelingen en verantwoordelijkheden.

Een voorbeeld van een vraag was of er rekening werd gehouden met verschillen tussen faculteiten. Boudewijn Haverkort van EEMCS bevestigde dat en benadrukte dat het geen one-size-fits-all-oplossing is. De harmonisatie fungeert volgens hem vooral als raamwerk waarmee faculteiten zich kunnen herinrichten. Volgens Jeroen Cornelissen van TNW blijft er ruimte voor couleur locale. Freek van der Meer zei dat onderlinge cultuurverschillen en gebruiken processen kunnen vertragen.

Op de vraag of er in het ondersteunende personeel geschoven wordt, antwoordde Haverkort dubbelzinnig: ‘Ondersteunend personeel wordt niet herverdeeld over de faculteiten. Alleen als er een goede reden voor is.’

Moeilijk meetbaar

Sterke reacties vanuit de zaal bleven uit. Wel vroegen meerdere aanwezigen om een document waarin wordt uitgelegd waarom de harmonisatie überhaupt nodig is en hoe het succes ervan gemeten wordt aan de hand van prestatie-indicatoren.

Cornelissen zei daarop dat er al documenten zijn waarin dat beschreven staat. Volgens hem is herstructurering geen doel op zich en is het succes ervan ook moeilijk te meten. Dat is opvallend, omdat in het instellingsplan staat dat de UT met betrouwbare data wil volgen of de harmonisatie op koers ligt.

Hij benadrukte dat input vanuit de UT-gemeenschap belangrijk is. Hij riep daarom op om vooral de dialoog aan te gaan: ‘Kom naar ons toe met vragen en input, want als wij niet weten wat je bezighoudt, kunnen we er ook niets mee doen.’

Eventuele vragen die via de livestream werden gesteld, kwamen niet aan bod.

 

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.