Veel komt samen voor Heleen Herbert op de opening van het academisch jaar 2026. In 1990, precies op deze datum, vierde ze haar achttiende verjaardag. Ook in Enschede, op de campus van de UT, tijdens de Kick-In. Vandaag spreekt ze hier als minister van Economische Zaken en Klimaat de nieuwe generatie studenten toe.
Waarom koos u technische bedrijfskunde?
‘Ik zocht een breed georiënteerde studie, die alle facetten van het bedrijfsleven combineerde, zowel intern als binnen de maatschappij. Ik was en ben een echte gamma: ik hou ervan als veel dwarsverbanden samenkomen tot een gemeenschappelijk resultaat. De opleiding was wat dat betreft een warm bad, naast bedrijfskundige vakken hadden we sociologie en marketing , maar ook zoiets als warmteleer en mechanica. Van alles wat. En dat moesten we dan aan elkaar zien te verbinden.’
U komt uit Beerzerveld, een dorp aan de rand van Twente. Was de afstand voor u een reden om voor Enschede te kiezen?
‘Niet bepaald. Deze studie werd toen maar op twee plekken in Nederland gegeven: Eindhoven en Enschede. Met als doorslaggevende reden dat Eindhoven zich in die tijd meer op de logistiek richtte, dat trok me minder. Enschede voerde toen nog de slogan ‘De ondernemende universiteit’ en dat sprak mij aan.
Beerzerveld heeft me nooit tegengehouden of beklemd. Er was natuurlijk wel veel dat ik nog niet wist toen ik net begon, maar ik kom uit een hechte gemeenschap, van waaruit veel mogelijk was en die me leerde dat we samen sterk staan. Dat waardeer ik enorm. Ik betrad de wereld met een open blik.
Enschede was goed, in die zin, want daar trof ik mensen en belangrijker, inzichten, van over de hele wereld. In een kleine gemeenschap geldt er wel vaak één min of meer onuitgesproken gemiddelde van hoe je naar de wereld moet kijken. In Enschede leerde ik dat loslaten en denken: ‘Ja, zo kun je het óók zien.’
Hoe zag uw studentenleven eruit? Wat voor type student was u?
‘Een behoorlijk actieve. Het was echt een leuke tijd. Ik woonde aan de Calslaan 22, in een huis met zestien huisgenoten. Ik ben dol op gezelligheid, dus ik zocht altijd wel iets om te doen.
Ik was onder andere voorzitter van de congrescommissie van de studievereniging Stress. Ik hou van zingen, dus ik heb zangles gehad en zat in verschillende bandjes. Bij DKV Euros heb ik nog gekanood en in het bestuur gezeten. En ik zat in de Kick-In-commissie. Daarmee was mijn agenda vol genoeg, dus bij een studentenvereniging hoefde ik niet.
Qua studie genoot ik van de breedte aan vakken. Van de harde technische kant tot de brede bedrijfskundige kant. Het was veel, maar heeft me wel gebracht waar ik ben.’
Had u toen al ministersambities?
‘Nee, totaal niet. Ik heb mijn loopbaan nooit strak gepland. Al die commissies en besturen deed ik erbij omdat ik dat leuk vond en opgegroeid ben met het idee dat als je ergens van mee wilt genieten, je er ook iets voor moet terugdoen. Ik trad de wereld met een onbevangen houding tegemoet: ‘We zullen zien wat er komt’.
Maar, een vroegere leidinggevende zei weleens dat ik moest stoppen met zeggen dat iets ‘toevallig’ op mijn pad was gekomen. Alhoewel ik mijn keuzes vooral maakte omdat ik ervan genoot, doe je er altijd een stapje extra voor, omdat je er plezier in hebt. En dat valt op en leidt tot nieuwe kansen. Ik heb er dus wel degelijk hard voor gewerkt, met dit als resultaat.’
Hoe kwam u bij NS terecht?
‘Ook dat heb ik aan de UT te danken. Er werden banenmarkten georganiseerd en toevallig presenteerde de NS zich daar ook. Er zat denk ik welgeteld één dag tussen mijn afstuderen en mijn eerste werkdag. Wat me aansprak aan NS is dat het zo tot de verbeelding spreekt. Ik bedoel, treinen, hoe tastbaar wil je het hebben? Je stapt er letterlijk in. Een mooie bijkomstigheid is dat je meteen klant bent van het bedrijf waar je voor werkt. Je merkt zelf meteen wat er beter kan of nodig is. Het is een bedrijf waar een groot deel van Nederland dagelijks mee te maken heeft. Daar heb ik altijd naar gezocht in mijn werk. Toen ik werd gevraagd voor de ministerspost heb ik dus ook niet lang hoeven nadenken.’
Wat neemt u van uw UT-tijd mee in uw ministerschap?
‘Het brede gamma-denken, de dwarsverbanden leggen. De UT en Twente in het algemeen staan bekend om het ondernemerschap en praktische, toepasbare wetenschap. Die zijn cruciaal voor sterk beleid. Door gedegen onderzoek naar maatschappelijke uitdagingen kun je je een goed beeld vormen en daar slimme beslissingen op nemen. Je leert ook dat heel veel verschillende factoren bijdragen aan hoe een situatie is geworden zoals ‘ie is. En dus ook, hoe je die moet beïnvloeden en verbeteren. Dat geldt zeker voor zoiets groots als de economie en welvaart van een land. En natuurlijk het lef om ergens onbevangen in te stappen. Daar is de UT ook goed in, als universiteit die begon als ‘experiment in het bos’.’
Wat behandelt u in uw speech?
‘Het overkoepelende thema is lef. Dat is een kwaliteit die de UT al jaren laat zien en het is ook als sleutelwoord aan het 65-jarige lustrum van de UT gekoppeld. We staan voor grote maatschappelijke opgaven in Nederland waar we doorbraken voor nodig hebben. En om dat voor elkaar te krijgen moet je soms dingen buiten de gebaande paden durven doen. Het gaat onder andere over talenten ontwikkelen en behouden. Gerichte innovatie, binnen de sectoren waar Nederland sowieso al een sleutelrol speelt. Snelle valorisatie, waarmee wetenschappelijke kennis snel en effectief naar concreet ondernemerschap wordt vertaald. Zorgen dat startups en scale-ups een kans maken door te zorgen voor voldoende financiering, zeker ook voor UT-spinoffs.’
Studenten worstelen met grote vraagstukken als de geopolitieke situatie, klimaatverandering en hun eigen mentale welzijn. Wat wilt u ze meegeven?
‘Ik ben niet zo iemand die zegt dat het allemaal wel goed komt, maar uitzichtloos is het natuurlijk ook niet. De wereld heeft de studenten van nu wel nodig om dat soort problemen aan te pakken en aan oplossingen te werken. Hun slimme, analytische kwaliteiten toe te passen. Het doet ertoe dat jij ook instapt en meewerkt. We hebben je nodig en tegelijk hoef je het niet alleen te doen. Als je je inhoudelijke expertise durft te combineren met het vermogen om multidisciplinair samen te werken dan ligt de wereld voor je open.’
Wanneer is deze dag voor u geslaagd?
Lachend: ‘Als ik een fijne verjaardag heb, net als zesendertig jaar geleden. Voor de ceremonie gaan we op werkbezoek bij verschillende mooie Twentse bedrijven in verschillende stadia van ontwikkeling. Demcon bijvoorbeeld, het MESA+ Nanolab van de UT, New Origin maar ook FlowBeams. Daar heb ik zin in. Ik ben heel benieuwd. Het is ook gewoon leuk om mijn oude plek terug te zien. En tijdens de OAJ zit mijn moeder in de zaal, dat vind ik heel bijzonder.’