Database moet UT’ers stimuleren labs te delen

| Rense Kuipers

De UT krijgt dit voorjaar een database van zoveel mogelijk laboratoria en andere onderzoeksinfrastructuur, om samenwerking en gedeeld gebruik van de faciliteiten te stimuleren. Op termijn wil de UT strategischer in deze infrastructuur investeren.

Photo by: ERIC BRINKHORST
Ter illustratie.

De plannen komen voort uit de zogeheten ‘building blocks’, de bezuinigingsmaatregelen die de UT in 2024 introduceerde. Een van die bouwstenen is de onderzoeksinfrastructuur. ‘In een notendop: we gaan efficiënter en optimaler gebruikmaken van de huidige infrastructuur’, legt programmamanager Amir Ametovic uit. ‘Daarnaast willen we beter geëquipeerd zijn voor de toekomst, zodat we beter, sneller en sterker kunnen anticiperen op ontwikkelingen.’

Database zoals in Wageningen

De eerste stap die de UT zet is om een UT-brede database te hebben van de eigen onderzoeksinfrastructuur. Die database moet doorzoekbaar zijn, waarbij UT’ers vervolgens bepaalde faciliteiten kunnen reserveren voor gebruik – of contact op kunnen nemen met de laboratoriumbeheerder(s) voor samenwerking. ‘Zulke synergiën hopen we hiermee te creëren’, zegt Ametovic.

Dit voorjaar wil de universiteit een database hebben vergelijkbaar met die van de Wageningen Universiteit. ‘We zetten momenteel de puntjes op de i voor het ontwerp, op basis van onze wensen en eisen. Daarna is het een kwestie van bouwen en implementeren. Zo’n systeem moet qua ontwerp en functionaliteiten goed in elkaar zitten en passen bij hoe wij als UT werken’, aldus Ametovic. ‘Daar was maandenlang een gebruikersteam vanuit verschillende faculteiten bij betrokken, die al langer op zo’n manier werken. Het kiezen van een systeem en implementeren is één ding, dat mensen het daadwerkelijk gaan gebruiken is een ander.’

Uitzonderingen en efficiëntieslag

Volgens Ametovic zal niet voor elke labfaciliteit gelden dat ze de deuren wagenwijd open moeten zetten voor andere UT’ers. ‘Nee, er is lokaal veel onderzoek dat erg specifiek is – met bijbehorende apparatuur. We proberen samenwerking zoveel mogelijk te stimuleren, maar het is heel logisch als er uitzonderingen zijn. We gaan niemand dwingen’, aldus Ametovic.

Op termijn kan het de universiteit helpen een efficiëntieslag te maken, vertelt hij. ‘Door onze infrastructuur inzichtelijk te maken voorkomen we overlap, zien waar veel of weinig gebruik van wordt gemaakt, of welke apparatuur vernieuwd, vervangen of juist niet vervangen moet worden.’

Vergelijkbaar met vastgoedplan

Achter de plannen zit ook een langetermijnvisie; de UT wil ‘strategischer en programmatischer’ investeren in de eigen onderzoeksinfrastructuur. Een werkgroep buigt zich momenteel over de uitvoering hiervan. ‘Vergelijk het met het Lange Termijn Strategisch Huisvestingsplan, legt Ametovic uit. ‘Ruim tien jaar geleden was dit er niet voor vastgoed, sindsdien wel. De UT was ook altijd wat reactief als je kijkt naar investeringen in de infrastructuur. Passend bij onze onderzoekstrategie, de impactdomeinen en andere ambities willen we een stip aan de horizon zetten en vanuit daar terug-beredeneren: welke strategische investeringen zijn nodig om daarnaartoe te komen?’

Hoe zo’n strategisch infrastructuurplan eruit komt te zien, dat is nog niet duidelijk in dit stadium. ‘Het is ook makkelijker gezegd dan gedaan. Je moet bijvoorbeeld rekening houden met de geldstromen en de afhankelijkheid van externe financiering’, zegt Ametovic. ‘Bovendien laat de toekomst zich moeilijk voorspellen. Belangrijk uitgangspunt is dat we de komende jaren steviger en gerichter kunnen investeren wanneer en waar het nodig is.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.