Sinds 2010 zijn Bonaire, Sint Eustatius en Saba bijzondere gemeenten van Nederland; daarmee vallen ze ook onder het Nederlandse onderwijssysteem. Omdat er op de eilanden weinig mogelijkheden zijn voor vervolgonderwijs, vertrekken studenten vaak naar Nederland voor een studie.
Maar het onderwijs op de eilanden bereidt hen niet genoeg voor op die overstap, schrijft de Onderwijsraad in een nieuw rapport. Vooral de taalvaardigheid vormt een grote uitdaging: een goede beheersing van het Nederlands is belangrijk voor leerlingen die in Nederland willen studeren. Maar wie naar een ander Caribisch eiland of naar de Verenigde Staten gaat, moet juist goed zijn in Papiamento of Engels.
Specifieke kwetsbaarheden
De eilanden kennen specifieke kwetsbaarheden, schrijven de auteurs van het rapport: de scholen zijn klein, liggen ver van (Europees) Nederland en hebben niet dezelfde toegang tot hulpmiddelen en ondersteuning. Daardoor zijn ze niet altijd voldoende toegerust om leerlingen op een studie voor te bereiden.
En dat heeft gevolgen: ongeveer een kwart van de jongeren uit Caribisch Nederland die gaan studeren in Europees Nederland stopt vroegtijdig met de studie, met name door taalproblemen.
Differentiëren
De Onderwijsraad roept de minister van OCW daarom op om het onderwijs te verbeteren. Belangrijk is dat dit gebeurt op een manier die past bij de specifieke situatie van de eilanden. Het aanhouden van dezelfde regels voor heel Nederland klinkt eerlijk, maar pakt in de praktijk ongelijk uit. Daarom is het ‘nodig meer te differentiëren in benadering’.
De raad pleit onder meer voor extra investeringen in docenten Nederlands op de eilanden. Daarnaast zouden scholen zelf aanvullende lessen Nederlands kunnen aanbieden aan leerlingen die in Nederland willen gaan studeren.