De protesten in Iran begonnen afgelopen december op straat en werden toen hardhandig neergeslagen. Volgens de Iraans-Amerikaanse mensenrechtenorganisatie HRANA is het dodental opgelopen tot ruim zevenduizend. Andere bronnen spreken zelfs van meer dan dertigduizend doden.
Afgelopen zaterdag gingen universiteiten in Iran na ruim een maand weer open. Op verschillende universiteiten in Iran, met name in de hoofdstad Teheran, braken direct grote demonstraties uit. Onder meer bij de Amirkabir Technische Universiteit, de Sharif Technische Universiteit en de Al-Zahra Universiteit klinken leuzen als: ‘Weg met de dictator.’ De studenten droegen zwarte kleding als teken van rouw voor de omgekomen studenten.
‘Toen de protesten eind december op straat begonnen, werd er ook meteen op de campus geprotesteerd’, vertelt Peyman Jafari, zelf als vluchteling uit Iran naar Nederland gekomen. Hij is universitair docent geschiedenis en internationale betrekkingen aan de universiteit William & Mary in de Verenigde Staten en verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.
‘De autoriteiten gooiden de universiteiten direct dicht en het onderwijs moest volledig online plaatsvinden. Drie dagen geleden mochten ze hun deuren weer openen. Studenten hebben dit moment meteen gepakt om te protesteren.’
Waarom zien we juist bij de universiteiten een golf van protest?
‘Dat heeft te maken met een lange traditie. Het begon al in 1953, toen studenten uit Teheran protesteerden tegen het bezoek van Richard Nixon, de toenmalige vicepresident van de Verenigde Staten, kort na de staatsgreep van sjah Mohammed Reza Pahlavi. Daarbij kwamen drie studenten om het leven. Vanaf dat moment zijn universiteiten een soort bastion van vrijheid geworden. Telkens als er op de straten gedemonstreerd wordt, gebeurt dat ook op de universiteiten.’
Waarom nu?
‘Er zijn twee belangrijke redenen. Op de eerste plaats raakt de situatie in Iran ook studenten direct. Op de universiteiten wordt hun vrijheid ingeperkt. Daarnaast zijn Iraanse studenten altijd bezig geweest met de politiek van het land. Ze hebben zich vaak solidair verklaard met andere protesten. Dat zie je nu opnieuw.’
‘Eerder zijn tientallen studenten en scholieren omgekomen bij de nationale protesten. Precieze aantallen weten we niet. Zo was er een student Italiaanse taal en literatuur aan de Universiteit van Teheran, Raha Bohloulipour, die begin januari om het leven kwam tijdens een protest in Teheran, waar de ordetroepen op de demonstraten schoten. Haar medestudenten hebben nu op de universiteit een grote foto van haar opgehangen en voor haar gezongen.’
Wat drijft deze studenten om ondanks extreem geweld telkens opnieuw de straat op te gaan?
‘Moed en vastberadenheid. Het begint bij een kleine groep, die andere studenten de moed geeft om zich aan te sluiten. De stemming is omgeslagen, bij iedereen en zeker onder studenten: we willen niet terug naar af. Er moet een fundamentele verandering in Iran komen.’
‘De leuzen zijn vaak hetzelfde als op straat: weg met de dictator. Maar studenten denken ook over bredere onderwerpen en hebben aandacht voor bijvoorbeeld de sociale ongelijkheid in het land. Ze hebben bovendien een goed netwerk. Ze kennen elkaar, zitten soms in dezelfde klas of bij dezelfde club. Daarom kunnen ze makkelijker mobiliseren.’
Zouden de studentprotesten aan universiteiten de nationale protesten in Iran een nieuw impuls kunnen geven?
‘Het zou kunnen. Maar er is ook veel repressie geweest; meer dan zevenduizend doden zijn gedocumenteerd. De angst is groot om te protesteren. Maar de woede is niet weg. Dat kan zeker overslaan naar andere groepen. Maar nu de Verenigde Staten het land met oorlog bedreigen, wachten veel mensen af.’
‘Op de campussen ontstaan schermutselingen tussen voorstanders van het regime, een relatief kleine groep die vaak meer privileges geniet, en tegenstanders. Daar lopen de spanningen hoog op. Eén of twee universiteiten hebben de deuren inmiddels weer gesloten.’
‘Juist daarom is het belangrijk dat wij niet stil blijven. Als universitair docenten kunnen wij ons solidair verklaren met onze collega’s in Iran. Studentenbonden kunnen zich publiekelijk uitspreken voor de protesterende studenten in Iran. En in Nederland kunnen wij een veilige plek bieden aan Iraanse studenten die hier studeren. Ook zoiets kleins is een belangrijke daad van solidariteit.’