PNN: ook promovendi gaan gebukt onder hoge werkdruk

| HOP, Evelien Flink

Promovendi aan Nederlandse universiteiten werken zich een slag in de rondte, met soms burn-out en psychische klachten als gevolg. De druk moet van de ketel, zegt het Promovendi Netwerk Nederland.

Er is weer veel te doen over de hoge werkdruk op universiteiten. Overwerken is voor veel wetenschappers eerder norm dan uitzondering, meldden onder meer WOinActie en het Rathenau Instituut deze week. In Utrecht houden studenten aankomende maandag een protestactie uit solidariteit met hun overbelaste docenten.

Ook promovendi draaien volop overuren, stelt het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) vandaag in een nieuw rapport. De belangenvereniging peilde tussen maart en mei 2020 de meningen van 1.601 promovendi aan Nederlandse universiteiten en academische ziekenhuizen (umc’s).

Slaapgebrek

Zo’n 63 procent van de respondenten werkt wekelijks meer dan in hun contract is afgesproken; gemiddeld 4,4 uur extra. Van de promovendi aan de umc’s verricht zelfs 82 procent onbetaald overwerk, voor gemiddeld 6,4 uur per week.

Dus ervaart een meerderheid van de respondenten een (te) hoge werkdruk. Bijna de helft (47 procent) kampt met meerdere psychische klachten als stress, slaapgebrek, concentratieproblemen of zelfs depressie.

Niet normaal

Desondanks heeft slechts 11 procent van de promovendi zelf het gevoel dat hun mentale gezondheid in gevaar is. Dat komt doordat dit soort klachten in de wetenschap normaal zijn geworden, vermoedt PNN-voorzitter Lucille Mattijssen. ‘Als je collega’s allemaal moe en gestrest zijn, dan vind je zulke symptomen bij jezelf waarschijnlijk ook niet vreemd.’

Veel begeleiders bagatelliseren de problemen bovendien, zegt Mattijssen. Wat niet meehelpt, is dat zij zelf ook last hebben van hoge werkdruk. ‘Dat drupt dan door naar de promovendi, die er extra taken bij krijgen.’

Gevecht

Is het op een gegeven moment niet genoeg geweest? Een kwart van de ondervraagde promovendi heeft weleens overwogen om te stoppen met het promotietraject door twijfels over een toekomst in de wetenschap. Dat snapt Mattijssen wel. ‘Na je promotie is de stress niet voorbij: er volgt een hele reeks aan tijdelijke contracten en een gevecht voor onderzoeksgeld of een vaste aanstelling.’

Het PNN wil dat instellingen de promovendibegeleiders beter trainen en dat er gespecialiseerde promovendipsychologen komen. Ook moet er minder nadruk liggen op het aantal publicaties.

‘Eigenlijk moet de werkdruk in de hele wetenschap omlaag’, zegt Mattijssen. ‘Het is goed dat er aan Nederlandse universiteiten een hoge standaard is, maar die mag niet ten koste gaan van de gezondheid van je personeel.’

Omvangrijk

Het is de eerste keer dat zo’n grote enquête onder promovendi in Nederland is gehouden. Het onderzoek is zo omvangrijk dat niet alle resultaten in één rapport pasten. De komende weken volgen daarom meer publicaties.

Hoewel promovendi van alle universiteiten de enquête hebben ingevuld, zijn niet alle instellingen even sterk vertegenwoordigd. Ongeveer een derde van de respondenten komt uit Wageningen.