Biodiversiteit als wapen tegen processierups

| Christian Orriëns

Om de druk van de processierups op het campusgroen te verlagen zet het groenbeheer in op meer biodiversiteit op de campus. André de Brouwer, contractmanager terrein bij de dienst Campus & Facility Management, over de plannen en al genomen maatregelen.

Biodiversity as a weapon against oak processionary caterpillar

In order to reduce the pressure of the oak processionary caterpillar on campus, green maintenance is investing in more biodiversity on campus. André de Brouwer, site manager at the Campus & Facility Management department, about the plans and measures already taken.

De eikenprocessierups (thaumethopea processionea), teistert al enkele jaren de campus tijdens de zomer. Vorig jaar was het groenbeheer zes dagen per week bezig met het ruimen van de rups, die zich in de eiken op en rondom de campus nestelde.

Een schatting van de overlast

Om een indicatie te krijgen van de verwachte overlast plaatste de afdeling Groenbeheer al in 2016 feromoonvallen op vier plekken op de campus. ‘Deze vallen trekken vlinders aan die we vervolgens tellen, specifiek de nachtvlinder die voortkomt vanuit de processierups’, vertelt De Brouwer. ‘In 2016 telden we 325 vlinders, het jaar erna 130 vlinders en in 2018 265 vlinders. De methode is niet volledig betrouwbaar maar schetst wel een beeld van de verwachte druk aan processierupsen. We verwachten ook dit jaar weer veel overlast.’

Biodiversiteit

Om de bestrijding hanteerbaar te houden, zet het groenbeheer daarom in op meer biodiversiteit op de campus. Zoals de naam suggereert zit de eikenprocessierups vooral in eikenbomen en de rups lijkt te gedijen in de huidige monocultuur van de campus. ‘We hebben nu op diverse plekken op de campus de bermen ingezaaid met een meer divers aanbod aan planten. Het idee hierachter is om een leefomgeving te creëren voor diersoorten die natuurlijke vijanden zijn van de rups’, aldus De Brouwer.

Daar komen ook praktische zaken bij kijken, zoals een ander grasmaaibeleid. De Brouwer: ‘Bij de ingang kun je je voorstellen dat we een strak beeld van de campus willen behouden en dus een strakke grasmat. Daarnaast hebben we zomereiken verwijderd en circa tachtig nieuwe bomen geplaatst die minder aantrekkelijk zijn voor de rups, zoals esdoorns en enkele moeraseiken. Ook hebben we op zestig plaatsen vogelnestkastjes opgehangen, om koolmezen aan te trekken. De koolmees is een natuurlijke vijand van de processierups.’

Geen gif

‘We willen zoveel mogelijk af van het bestrijden met gif en het zogenaamde opzuigen van de processierups’, zegt de contractmanager terrein. ‘De vlinderstichting heeft op de campus diverse plaatsen aangemerkt waar zowel passief als actief beschermde vlinders zich bevinden. Bestrijden van de processierups met gif kan ook schadelijk zijn voor andere soorten.’

‘Daarnaast komt bij het bestrijden van de rups met gif, of het spuiten van de zogenaamde nematode (een wormvormig diertje dat een natuurlijke vijand is, red.), een aanzienlijk kostenplaatje kijken’, vervolgt De Brouwer. ‘De gemeente wil zelf ook steeds minder gaan inzetten op het bestrijden van de rups. Op de campus zal je nergens oude nesten vinden, maar in veel gebied van de gemeente zijn de nesten van vorig jaar (deze vormen nog steeds een risico volgens het RIVM, red.) nog steeds niet geruimd.’

Informatiesysteem

Om de gehele operatie te overzien, beschikt het groenbeheer over een geologisch informatiesysteem. ‘Hierin slaan we op waar op de campus we de rups constateren’, aldus De Brouwer. ‘Op deze manier weten we welke bomen besmet zijn en kunnen werknemers op hun app zien waar ze moeten bestrijden. Daarnaast gebruiken we de informatie voor het strategisch plaatsen van bijvoorbeeld vogelnestkastjes van de koolmezen. Zo weten we exact waar het actief en passief bestrijden van de rups het meest effectief zal zijn.’

De opmars van de dennenprocessierups

Mogelijk volgt er ook een nieuwe dreiging voor het campusgroen. ‘De dennenprocessierups is nu in de zuidelijke provincies van Nederland geconstateerd. Deze kan in de toekomst ook zijn entree gaan maken op de campus. Hoe deze rups zich dan gaat verhouden tot het campusgroen weten we niet, maar ook deze rups vormt een risico met zijn brandharen. Door nu in te zetten om de biodiversiteit, hopen we de campus weerbaarder te maken tegen deze risico’s.’