‘Bij watercomplex Euros zaten 71 nesten’

| Christian Orriëns

De thaumethopea processionea, in de volksmond de eikenprocessierups, teistert ook de campus. Het groenbeheer is momenteel druk bezig met het ruimen van de processierups. André de Brouwer (Campus & Facility Management) over de voortgang van de bestrijding.

Photo by: Andreas Maerz

Hoe pakken jullie de eikenprocessierups aan?

‘Wij verwijderen de nesten van de rups. Allereerst de nesten op drukbezochte plekken en vlak bij de ramen van gebouwen. Op de campus loopt continu een team rond dat aan het ruimen is. Daarnaast zetten we de nematode uit, een natuurlijke vijand van de processierups die de hem opeet. Klinkt makkelijk, maar de nematode moet op de juiste plaatsen en in juiste hoeveelheden worden uitgezet. Dat is best een werk. Volledig preventief is het dier ook niet. De nematode heeft voedsel nodig en dat betekent dat de processierups al aanwezig moet zijn.’

‘Missen we één nest, dan zitten ze de volgende dag in een andere boom’

Waar zit de rups momenteel op de campus?

‘Veel bomen zijn besmet. Het probleem is dat de beesten, zoals de naam al zegt, in processie achter elkaar aanlopen. Missen we één nest, dan zitten ze de volgende dag in een andere boom. Dat maakt deze rups erg hardnekkig om te bestrijden. In de buurt van het watercomplex van Euros Roeien zaten 71 nesten. Momenteel zijn we redelijk bij met het bestrijden van het beestje.’

Hoeveel tijd gaat erin zitten om de rups te ruimen?

‘Vroeger waren we ongeveer één dag per week bezig met het opruimen van de nesten. Nu is dat zes dagen. Doordat we er echter snel en volledig mee bezig zijn, merken we dat de problemen nog meevallen in vergelijking met buiten de campus. De nesten op het UT-terrein zijn doorgaans zo groot als een tennisbal, buiten de campus zijn ze vaak al zo groot als een voetbal.’

Hoe kan het dat juist nu de rups een groot probleem is?

‘Experts weten niet zeker waarom de rups juist nu een steeds groter wordend probleem is. Het klimaat, met name de zachter wordende winters en de warmer wordende lentedagen, kunnen een rol spelen.’

 Klimaatverandering van invloed

Contact met de eikenprocessierups en zijn brandharen is allesbehalve comfortabel. Het kan zorgen voor jeuk, huidirritatie en irritatie van de ogen en luchtwegen, aldus het RIVM. Jordi Huirne, meteoroloog bij Weeronline, geeft een verklaring voor de opmars van de processierups. Huirne: ‘Door de opwarming van het klimaat in West-Europa rukt de eikenprocessierups steeds noordelijker op. Sinds het eind van de jaren 80 is de temperatuur flink gestegen en zijn de lentes beduidend warmer geworden dan vroeger. Daardoor kon de rups in de jaren ‘90 de zuidelijke provincies van Nederland binnendringen. Sinds enkele jaren is de rups in het gehele land te vinden, voornamelijk in het oosten en zuiden, waar veel eiken staan. Omdat de periode vanaf begin april tot en met begin juni dit jaar recordwarm was, piekt 2018 wat het aantal processierupsen betreft. Nooit eerder waren er zoveel klachten. In de toekomst zullen de lentes nog warmer worden met als gevolg dat de processierups zich nog fijner zal voelen in ons land. De overheid heeft de overlast jarenlang flink onderschat en wordt nu pas wakker. Niet alleen Nederland heeft te maken met de rupsen, ook Engeland en Frankrijk hebben dit probleem’.

Wat gaat de UT in de toekomst doen met betrekking tot de processierups?

‘Er zijn preventieve plannen. We willen de bermen inzaaien met andere plantensoorten die andere rupsen aantrekt, wederom een natuurlijke vijand van de processierups. De bermen achter bij de atletiekbaan zijn al ingezaaid en het is de bedoeling om dit op diverse plekken op de campus te doen. Verder constateerden wij dat wanneer de buren van de campus niet tijdig de nesten laten opruimen, het probleem zich snel naar de campus verspreidde. De gemeente onderschatte jarenlang de problematiek, maar het wordt nu beter. De gemeente bestrijdt ook.’

‘Om een indicatie te krijgen hoe groot het probleem volgend jaar wordt, zetten we vallen uit. De processierups ontpopt zich tot nachtvlinder en deze vallen vangen de nachtvlinder. Door ze te tellen, zouden we een indicatie voor volgend jaar moeten krijgen. Echter is deze methode niet volledig betrouwbaar.’