‘Wij gidsen van aankomst tot vertrek’

| Rik Visschedijk

Een derde van de niet-Europese eerstejaars studenten op de campus gaat gebukt onder psychische en sociale klachten die een wissel trekken op hun studie. Drie kilometer verderop, in het ITC-gebouw, haalt 99 procent van de masterstudenten de eindstreep binnen de gestelde tijd. Hoe doet die faculteit dat?

Photo by: RIKKERT HARINK

Bij ITC werken twee studentbegeleiders: Theresa van den Boogaard en haar collega Marie-Chantal Metz. ‘Studenten kunnen bij ons terecht voor alle niet-academische vragen en problemen’, zegt Van den Boogaard. ‘Zelfs ’s nachts en in het weekeinde, want we draaien calamiteitendiensten. Het gaat dan om spoedgevallen. Bijvoorbeeld een spoedopname of een overlijden in het thuisland. Dan regelen we dat meteen. We zorgen dat de student binnen twaalf uur op het vliegtuig naar huis zit en als het nodig is, schieten we de betaling voor.’

Lage drempel

Het is onder andere deze service die maakt dat ITC-studenten niet komen te ‘zwemmen’ in hun studie. De studentbegeleiding zit samen met het Course Secretariat (BOZ), studentregistratie en de financiële administratie voor studenten op de eerste verdieping. ‘Studenten lopen daardoor makkelijk bij ons binnen’, vervolgt Van den Boogaard. ‘Ze komen doorgaans met een praktische vraag. Het is dan makkelijk om ook even te vertellen wat niet goed gaat als dat het geval is. Dat geeft ons als studentenbegeleiding een ingang voor een gesprek.’

‘Onze gasten moeten zich welkom voelen’

Rector Thom Palstra vindt het belangrijk dat internationale studenten buiten hun studie contact hebben met de Nederlandse cultuur en brede sociale contacten opdoen, zo zegt hij in een reactie. ‘Al onze buitenlandse studenten moeten zich welkom voelen: binnen de UT, maar ook als welkome gast in de Nederlandse samenleving.’

Die laagdrempeligheid maakt het verschil, aldus student Thom van Harten, voorzitter van de ITC Student Association Board (SAB). ‘Bijna alle studenten komen van ver’, zegt hij. ‘Ze verlieten huis en haard  om een diploma te halen. Ik denk dat iedereen een cultuurshock ervaart. Dat gaat om praktische zaken. Hoe je alle formaliteiten voor de studie en je leven in Nederland regelt. Maar ook om alledaagse dingen.’

‘Zorgvuldige introductieperiode is basis’

De studentbegeleiders beamen dat. ‘Daarom krijgen onze studenten meteen na aankomst een informatiesessie die het gemakkelijk maakt om te acclimatiseren in Nederland, Enschede en bij de faculteit ITC als internationale gemeenschap’, zegt Metz. ‘Die sessie krijgen ze tijdens het introductieprogramma en we verwachten dat ze die bijwonen. Tijdens de introductie worden alle administratieve zaken waar een internationale student mee te maken krijgt afgehandeld. We geven ook voorlichting over de gezondheidszorg in Nederland en de manier van onderwijs binnen het ITC. De student is na de introductieperiode klaar om zich volledig op de studie te focussen.’

‘Home-friends’

UT-woordvoerder Bertyl Lankhaar zegt dat er een nauwe samenwerking tussen ITC en de dienst Center for Educational Support (CES) is op het gebied van (internationale) studentbegeleiding, waar de UT gebruik maakt van elkaars kennis. Studenten hebben, zo geeft ze aan, bij het maken van de kwaliteitsafspraken aangegeven dat ze graag investeringen zien in home-base projecten voor alle studenten. In de Internationale studentenbarometer kwam naar voren dat er verbetering mogelijk is in het hebben van ‘home-friends’, oftewel goede contacten tussen internationals en Nederlandse studenten.

Lankhaar: ‘Op deze gebieden lopen verschillende initiatieven, zoals student-buddy’s, een meer inclusief introductieprogramma en het ontwikkelen van home bases, waar studenten elkaar ontmoeten en samenwerken.’  

Er is op deze manier alle aandacht voor een goede start. ‘We zien ITC als een familie’, aldus Van den Boogaard. ‘We zijn er voor elkaar. Zie het als gidsen. Dat doen we van aankomst tot vertrek. Allemaal met één gezamenlijk doel: binnen de gestelde tijd het diploma halen. Daar werken we aan.’

De ITC-familie beperkt zich niet tot het klaslokaal. Praktisch alle studenten wonen aan de Boulevard in het ITC-hotel. Bianca Haverkate is daar resident manager. ‘We zijn veel meer dan een hotel’, zegt ze. ‘Hier is sociale controle, op een goede manier. Onze receptioniste Saskia kent iedereen en ziet aan de ogen als het niet goed met iemand gaat. En Annie van de housekeeping houdt een oogje in het zeil. Maak je te veel rommel? Dan zegt ze er wat van.’

Gemeenschapsgevoel

Haverkate geeft, niet zonder trots, een rondleiding door het hotel. De gemeenschappelijke ruimtes zien er keurig uit. We verwachten dat de bewoners daaraan bijdragen, zegt ze erbij. ‘Er is hier gewoon een goed gemeenschapsgevoel. Nieuwe bewoners worden betrokken bij het hotelleven. De SAB organiseert verschillende feesten en disco’s in de gemeenschappelijke ruimtes. Vaak laten de verschillende culturen iets van hun thuisland laten zien. Zo ontstaat een echte community.’

De begeleiding is volgens student Thom van Harten geen overbodige luxe. ‘Voor al die internationale studenten geldt: failure is not an option. Ze komen om te slagen. De cultuur is nauwelijks studentikoos en we komen bijna niet uit onze ITC-bubbel. Je betaalt een behoorlijk bedrag voor de studie, verblijf en levensonderhoud. Dat brengt flinke druk met zich mee. Er is geen plan B.’

‘Verwachtingen managen is een groot deel van ons werk, het belangrijkste ingrediënt voor een geslaagde studie’

Om de studie tot een succes te maken, creëert ITC een ‘sociale kring’, zoals Van den Boogaard het noemt. ‘Internationale studenten hebben behoefte aan een gemeenschap. Ze moeten begeleid worden, zeker in het eerste jaar. De combinatie van praktische vragen en de mogelijkheid voor een sociaal praatje, is een van de succesfactoren. Zeker internationale studenten vinden het moeilijk om alleen aan te kloppen met een probleem.’

De studentbegeleiding stopt niet als het papiertje binnen is. ‘We houden altijd een exitgesprek’, zegt Metz. ‘Wat zijn je plannen? Hoe ga je het thuis aanpakken? Na twee jaar Twente kan de student in het thuisland een cultuurschok ondervinden. Ze maken een verandering door en dan kan het thuiskomen anders zijn dan verwacht en gehoopt. Het managen van verwachtingen is een groot deel van ons werk: het belangrijkste ingrediënt voor een geslaagde studie.’