De eerste stap richting 2030

| Rense Kuipers

De eerste ‘inspiratiesessie’ voor de nieuwe strategie van de UT is achter de rug. Een nagenoeg volle Waaier 3 was vanmorgen het decor voor een niet al te concrete beschouwing op de rol die big data gaat spelen – ook voor de universiteit.

Photo by: Eric Brinkhorst

The first step towards 2030

The first 'inspiration session' for the new UT strategy took place this morning. An almost packed Waaier 3 was the setting for a not too specific approach on the role big data will play eleven years from now - also for the university. Sander Klous, a Professor at the University of Amsterdam was the guest speaker this morning. 

EWI-decaan Joost Kok begon met het belang van de (in totaal zeven) sessies te benadrukken. ‘We willen ons laten inspireren. Dat doen we kritisch, maar met een open blik, om vandaaruit toe te werken naar wat voor universiteit we in 2030 willen zijn.’

De blik bij de inspiratiesessies onder de noemer van Shaping2030 is niet alleen gericht naar binnen, maar ook naar buiten. Eregast was daarom Sander Klous, UvA-hoogleraar Big Data Ecosystems for Business and Society. Voordat hij van wal kon steken, kreeg het aanwezige publiek een poll voor de kiezen. De stelling: ‘In 2030 is mijn werk radicaal anders door toedoen van big data en digitalisering’. 58 mensen vulden digitaal in van wel, 19 dachten van niet.

Magazine swipen

Klous begon zijn verhaal over verwachtingen. De Amsterdamse hoogleraar liet een filmpje zien van een peuter die een magazine probeerde te swipen. ‘Laten we vandaag niet pogen antwoord te geven op wat big data en kunstmatige intelligentie zijn, maar proberen om gedrag te begrijpen. Dan kun je beter inspelen op de verwachtingen van mensen.’

Zo gaf Klous voorbeelden van systemen die ons gedrag beïnvloeden: ov-poortjes in metrostations en navigatiesystemen die automobilisten door onverhard asfalt sturen. ‘Of iets goed gaat of niet, in ons dagelijks leven nemen we geen beslissingen meer zonder algoritmes. We kennen allemaal wel het voorbeeld dat als je nu een vakantie boekt, je weken later nog overal appartementen ziet opduiken in advertenties. Maar geef het tien jaar en dat soort frustraties zullen verdwijnen.’

Alien intelligence

Vervolgens gaf de UvA-hoogleraar de urgentie van de huidige tijdsgeest aan, door zelfrijdende auto’s als voorbeeld te nemen. ‘We zitten nu in de tijd dat we gaan bepalen waarover we zelf willen beslissen en wat we willen overlaten aan onze systemen.’ Wat betreft de zelfrijdende auto kwam het opnieuw neer op verwachtingen. Klous: ‘We hebben andere verwachtingen van computers dan van mensen. Dat geldt ook voor de fouten die zij maken en die wij maken. Ook al zou een machine minder fouten maken, negen van de tien mensen zouden niet diezelfde fout begaan. Voor ons zou zoiets logisch zijn om goed te doen. In zekere zin is AI nog alien intelligence voor ons.’

Algoritmes aan het roer

Hoe betrekken we allerlei ontwikkelingen rondom big data en kunstmatige intelligentie op de UT? Daarvoor kwamen hoogleraren Willem Jonker en Jos van Hillegersberg en student Wim Kamerman bij Klous op het podium. Maarten van Steen, wetenschappelijk directeur van het Digital Society Institute, poneerde de stellingen.

De eerste van de drie stellingen genereerde de meeste gespreksstof: ‘In 2030 moeten managementbeslissingen vooral gedomineerd worden door algoritmes’. Kamerman noemde het iets onomkeerbaars, maar dan vooral met algoritmes in een adviserende rol. Jonker, naast hoogleraar ook CEO van EIT Digital, was het met hem oneens. ‘Data is vooral gestoeld op logica. Managementbeslissingen komen vaak neer op gut feelings, die je krijgt na een clash van gegevens, informatie en data. Ik denk niet dat AI dat weet te imiteren.’

Teamwerk

Van Hillegersberg vulde aan dat bij het verstrekken van hypotheken al veel meer wordt vertrouwd op het werk van algoritmes. ‘Voor mij komt het uiteindelijk neer op teamwerk tussen de algoritmes en de managers die beslissingen moeten maken.’ Hoe ver die samenwerking tussen mens en machine moet gaan, komt volgens gastspreker Klous vooral ook neer op verwachtingen en vertrouwen. ‘De grote vraag is: hoe komen we tot het punt dat het werk van computers acceptabel wordt voor ons?’

Kortom, genoeg voer ter inspiratie en voor discussie. En aan het einde kwam opnieuw de stelling terug: ‘In 2030 is mijn werk radicaal anders door toedoen van big data en digitalisering’. 43 mensen dachten van wel, nu 16 niet (in absolute aantallen minder, maar relatief meer). Misschien een teken dat de sessie van vanochtend op zijn minst een stukje perspectief en nuance wist te bieden.