Miljoenen nodig voor extra vrouwelijke hoogleraren

| Rik Visschedijk

De UT zet een sprint in om uiterlijk in 2020 tien extra vrouwelijke hoogleraren aan te stellen. Daar hangt een prijskaartje aan. In een uitgewerkt scenario is dat zeven miljoen euro verdeeld over vijf jaar. Waarschijnlijk kunnen niet alle nieuwe hoogleraren hun leerstoel direct zelf bekostigen.

Photo by: Arjan Reef

De faculteiten waar de hoogleraren aangesteld worden, dragen de kosten om het gewenste percentage van 20 procent vrouwelijke hoogleraren in 2020 te halen. Dat wordt duidelijk in een voorgenomen besluit van het CvB, dat in juni in de Uraad wordt besproken. Het idee is om de faculteiten per hoogleraar vijf jaar lang jaarlijks met 25.000 euro centraal geld te ondersteunen.

Het scenario van zeven miljoen euro gaat uit van drie gearriveerde hoogleraren die de leerstoel meteen zelf kunnen bekostigen. Vier hoogleraren beginnen met veertig procent ‘aanlooptekorten’ en de laatste drie hoogleraren vallen in de categorie ‘worst case’, zoals het CvB het omschrijft. Dit zijn bijvoorbeeld startende hoogleraren die geen of nauwelijks bekostiging meebrengen. In vijf jaar tijd zouden die groeien naar een bekostigde leerstoel uit de verschillende geldstromen.

Hypatia

Om tien vrouwen naar Enschede te krijgen voor een hoogleraarspositie, wordt een campagne gestart. Die krijgt de naam Hypatia mee, vernoemd naar de Griekse vijfde-eeuwse vrouw die de ‘eerste vrouwelijke wiskundige’ wordt genoemd. Voor die campagne trekt het CvB vier ton uit. Dat geld is nodig voor het externe wervingsbureau en extra biastrainingen voor bijvoorbeeld de benoemingsadviescommissies.

De UT gaat voor de werving in zee met bureau QSXL, dat ‘internationaal gericht’ is en data en algoritmes gebruikt om passende onderzoekers te vinden. De faculteit bepaalt vervolgens of de kandidaat past bij het onderzoeks- en onderwijsprofiel.