‘Het karakter van de tenuretrack is veranderd’

| Rik Visschedijk

Bij de UT zitten zo’n zeventig wetenschappers in een tenuretrack, een kleine dertig minder dan drie jaar geleden en tien minder dan vorig jaar. Hoofd HR Joost Sluijs noemt dat ‘een logische ontwikkeling, vanwege de evaluatie in 2015 waarin gepleit werd voor meer selectie op toptalent’.

Photo by: RIKKERT HARINK

‘In de tenuretrack willen we wetenschappers waarvan we echt denken dat ze toptalent zijn’, zegt hoofd HR Joost Sluijs. ‘De UT is onderscheidend, omdat we in tegenstelling tot veel andere Nederlandse universiteiten de positie hoogleraar 2 in het vooruitzicht stellen. Om dat te bereiken doorloop je een intensief programma en dat is niet voor iedereen weggelegd.’

De UT begon in 2010 met het loopbaantraject. In 2015 volgde een evaluatie. Verbeterpunten waren om de carrièreversneller beter in de markt te positioneren, meer te selecteren op toptalent en meer begeleiding te bieden.

carrièreversneller

De tenuretrack is er om bijzonder talent aan te trekken, te ontwikkelen en te behouden. Bij instroom als UD duurt het, bij positieve tussentijdse resultaten, gemiddeld tien jaar tot het hoogleraarschap. Inmiddels hebben vier tenuretrackers het eindstadium van hoogleraar bereikt.

Twee academische paden

‘Na die evaluatie is het karakter van de tenuretrack veranderd, zegt Sluijs. ‘De UT kent twee paden om je academische carrière vorm te geven. Dat kan versneld via de tenuretrack, maar – en dat zeg ik nadrukkelijk – ook regulier. Ook via een normale aanstelling kun je het tot hoogleraar schoppen. In de sollicitatieprocedure kijken we tegenwoordig waar een kandidaat goed tot zijn recht komt.

Tenuretrack of een ‘gewone’ aanstelling, de faculteit bepaalt welke aanstelling iemand krijgt. Annet Hogeling, HR-manager bij TNW, ziet dat bij haar faculteit het aantal tenuretrackers is gedaald van 42 in 2013 naar de huidige 26. ‘In de beginfase stelden we iedere nieuwe universitair docent (UD) aan als tenuretracker. Gaandeweg zagen we dat het traject niet voor iedereen passend is. Sommigen vielen uit, anderen stroomden uit naar het bedrijfsleven. Daarom besloten we ook weer mensen aan te stellen als reguliere UD.’

Verschillende kwaliteiten

Er zijn niet alleen wetenschappelijke kwaliteiten nodig om versneld hoogleraar te worden, geeft Sluijs aan. ‘We letten nu ook meer op andere competenties. Bijvoorbeeld iemands leiderschapskwaliteiten of soft skills als samenwerken en doorzettingsvermogen. We kijken of we écht die toekomstige hoogleraar en wetenschappelijk leider voor de UT zien in de kandidaat.’

Zit de kandidaat eenmaal in de tenuretrack, dan kan de wetenschapper rekenen op begeleiding. ‘Dat was een van de verbeterpunten uit de evaluatie’, zegt Sluijs. ‘Met een startpakket geven we die begeleiding vorm. Het is een vast budget voor verdiepende cursussen en congressen. Daarmee krijgt de tenuretracker ook de beschikking over middelen om te voldoen aan de eisen voor bevordering.’

Een andere verbetering: bij de aanstelling krijgt de tenuretracker meteen de supervisie over een PhD. Sluijs: ‘In Twente heb je als tenuretracker promotierecht zodra je adjunct hoogleraar wordt. Door vanaf de start van het traject een PhD te begeleiden, kun je ook daadwerkelijk belangrijke ervaring opdoen bij het begeleiden van promovendi.’

Exclusiever

Is de tenuretrack daarmee ‘af’? Sluijs: ‘Af is het natuurlijk nooit, om de paar jaar moet je kijken of het middel nog klopt bij het doel dat je stelt: namelijk talent binnenhalen, ontwikkelen en behouden. Maar ik denk dat we goede stappen hebben gezet. We hebben het traject exclusiever gemaakt. Dat biedt ook weer ruimte om mensen binnen te halen op een gewone aanstelling.’