Faculteitsraad: verandering BMS is nodig

| Rik Visschedijk

‘Een goed visiedocument, waar we mee verder kunnen’, zo omschrijft Henk van der Kolk, voorzitter van de faculteitsraad BMS, het document BMS under Steam. ‘De raad realiseert zich dat er echt iets moet gebeuren met de faculteit.’

Het document ging in oktober door de faculteitsraad, waar het een positief advies kreeg. Ook het CvB keurde het plan eind november goed. De kern: meer aansluiting bij de techniek door de vorming van vier clusters en het laten uitvloeien van wetenschappelijk personeel. Dit jaar wordt via natuurlijk verloop afscheid genomen van 15 tot 18 wetenschappelijke personeelsleden.

Aansluiting

‘Er worden nog niet veel harde keuzes gemaakt met het vaststellen van BMS under Steam, dat zal de komende tijd gebeuren’, zegt Van der Kolk. ‘De visie schetst een lijn waar de raad het mee eens is: meer aansluiting bij het profiel van de UT en inkrimping van de organisatie om de financiën op orde te krijgen. Dat laatste is natuurlijk niet leuk, maar we zien de noodzaak wel. We zijn blij met de intentie om dat zonder gedwongen ontslagen te doen. En, een alternatief is er niet.’

Regie

Van der Kolk geeft aan dat de faculteitsraad met het instemmen de regie uit handen geeft. ‘De beslissingen worden hiermee door de afdelingen en de decaan genomen. Wij worden achteraf geconsulteerd over de keuzes’, zegt hij. ‘Toch ondersteunen we de gang van zaken omdat we zien dat de organisatie in clusters zorgt voor een goede aansluiting bij het technische profiel van de UT. De veranderingen gebeuren van onderaf en worden zo breed gedragen.’

Twijfels

Ook faculteitsraad-lid Jörgen Svensson ziet de noodzaak van veranderingen. ‘Er moet gewoon iets gebeuren’, zegt hij. ‘Maar we hadden ook zorgen: leidt de verandering tot aantrekkelijke opleidingen? Kunnen we met het huidige personeel de omslag wel goed maken? En, welke consequenties heeft het voor onderzoek en onderwijs? De raad heeft dus geen weerstand tegen de plannen, maar wel twijfels. Maar decaan Theo Toonen krijgt het vertrouwen om deze veranderingen in te zetten.’