Onderzoek kan innovatie politie stimuleren

| Johan Bosveld

Het klopt dat hoger opgeleiden bij de politie vaak moeizaam worden geaccepteerd. En het klopt ook dat ze nogal eens teleurgesteld het korps verlaten. ‘Helaas gaat daardoor veel kennis en kwaliteit verloren’, aldus dr. Guus Meershoek, die met de conferentie Willen, doen en weten - wat eerst? het tij hoopt te helpen keren.

Photo by: Flickr Creative Commons | Politie Rotterdam

Meershoek is universitair docent bestuurskunde aan de Universiteit Twente en lector politiegeschiedenis aan de Politieacademie. Hij publiceert regelmatig over de ‘braindrain’ bij de politie: het werven van academisch geschoolde experts verloopt moeizaam en ze voor de politie behouden is al net zo moeilijk. Meershoek: ‘Ook bij de politie hoor je ‘we are tired of experts’. Academici kunnen vaak alleen iets bereiken als ze een leidinggevende hebben die hen beschermt tegen morrende collega’s.’

Begin jaren ’80 ontbrak het de politie aan deskundigheid om de toegenomen georganiseerde misdaad te bestrijden. Meershoek: ‘Dat leidde ertoe dat vanaf de jaren ‘90 meer academici bij de politie kwamen. Maar het was nog niet genoeg; in 2005 adviseerde de commissie Posthumus - na analyse van de zogeheten Schiedammer Parkmoord (waarbij door een justitiële dwaling iemand vijf jaar ten onrechte vastzat, red.) - dat de politie moest streven naar 30 procent hoger opgeleiden.’

Een wijdlopend verhaal

Meershoek geeft een voorbeeld hoe dit in de praktijk uitwerkt: ‘Recherchewerk heeft plaats in een hiërarchische omgeving. Voor een academicus is dat lastig. Omgekeerd vindt een rechercheur het vaak maar niks dat zo’n academicus ‘met een wijdlopig verhaal’ komt. Hij wil resultaat zien.’

Overigens speelt dit volgens Meershoek niet alleen bij de recherche, maar op alle niveaus. ‘Er is zelfs zoiets als een ‘blauw plafond’. De leiding ziet experts als ‘nuttige’ jongens, maar blijft zelf bestaan uit een old-boys-netwerk van praktijkmensen, afkomstig van de Politieacademie. Ze trekken meestal al twintig, dertig jaar met elkaar op en bedienen zich van allerlei argumenten als ‘waan van de dag’ om hun gebrek aan innovatie te rechtvaardigen. Bij de politie bestaan een aantal eilandjes, waar innovatieve dingen gebeuren die uniek zijn. Ons hightech-crimeteam is het beste ter wereld; de FBI komt hier om het vak te leren. Maar als je naar de hele organisatie kijkt, gaat het een stuk minder goed.’

Leeftijdsopbouw

Volgens de bestuurskundedocent komt dat grotendeels door de leeftijdsopbouw. Bij nieuwe vormen van criminaliteit speelt hightech een grote rol. Maar zelfs een smartphone wordt bij de politie vaak al beschouwd als iets voor jonge collega’s. ‘Dat de politie niet goed met die nieuwe vormen van criminaliteit omgaat, heeft dus alles met de leeftijdsopbouw te maken. Een groot deel van de politiemensen gaat niet eerder dan over een jaar of tien met pensioen en pas dan ontstaat er ruimte voor jongere collega’s.’

Ondertussen verwachten burgers wel dat de politie iets doet als ze op internet zijn opgelicht. ‘Het gros van de politiemensen vindt dat echter te ingewikkeld en dus gebeurt er niets. En daar hebben burgers last van, want cybercrime richt een hoop schade aan.’

Het gebrek aan motivatie om zich te verdiepen in moderne technologie heeft volgens Meershoek ook te maken met de gezagsstructuur. ‘Er kunnen zomaar nieuwe prioriteiten worden gesteld. Als de burgemeester klaagt over overlast in een wijk, moet de politie daar voorrang aan geven. Dat kan ten koste gaan van specialistisch onderzoek in een complexe zaak. Veel politiemensen zijn daarom net iets minder geëngageerd dan een expert. Ze houden er altijd rekening mee dat ze van een zaak kunnen worden afgehaald. Dus denken ze: ‘niet te hard lopen, want het kan zomaar afgelopen zijn’. De expert denkt ‘geef me nog vier weken, dan heb ik een mooi dossier’. En dat alles komt de innovatie niet ten goede.’

Meer investeren

Wat is de oplossing? Meershoek noemt het beste antwoord meteen het minst realistische: meer investeren in innovatie en mankracht. ‘Voorlopig mogen er geen ontslagen vallen, terwijl tegelijkertijd bezuinigd moet worden. Van het totale politiebudget gaat 80 tot 85 procent naar salarissen, dus wordt er vooral bezuinigd op de middelen, zoals ICT. Dat belemmert de vernieuwing en zou alleen kunnen worden opgelost door de ontslagbescherming op te heffen. Maar dat gaat dit kabinet niet doen. En geld erbij is ook geen optie.’

Gelukkig onderkent de huidige politieleiding volgens Meershoek, meer dan de vorige, de waarde van wetenschappelijk onderzoek. ‘We hebben echt niet over drie of vier jaar een gemoderniseerde politie. Maar de politie kan wel gestimuleerd worden door nieuwe inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Daartoe dient ook het symposium dat we binnenkort organiseren.’


Dit artikel verscheen in het decembernummer van UT Nieuws Magazine.