Martin van der Hoef docent van het jaar 2016

| Rense Kuipers

De titel ‘docent van het jaar 2016’ gaat naar Martin van der Hoef (scheikundige technologie, ATLAS). Hij troefde in de finale van de Centrale Onderwijsprijs Janneke Alers (biomedische technologie, gezondheidswetenschappen) en Erik Faber (creative technology) af.

In de finale in de Horst gaven de drie kanshebbers een minicollege, gaven studenten van hun respectievelijke opleidingen een aanbevelingspitch en kregen ze een vragenronde voorgeschoteld. Ze gaven onder andere hun visie op het thema van de Centrale Onderwijsprijs: ‘education in motion’. Zo draait onderwijs voor Erik Faber om het vormen van een totaal mens, de ‘Homo Universalis’.

Motivatie

Dat betekent volgens hem niet het stampen van kennis. Hij refereerde daarbij aan een citaat van Albert Einstein: ‘Education is not the learning of facts, but the training of the mind to think’. Hij had het thema graag omgedraaid gezien, ‘motion in education’, met de nadruk op motivatie. Want, zo stelde Faber: ‘Zonder motivatie is niks in beweging.’

Smartphone

Winnaar Martin Van der Hoef opperde ook zo zijn ideeën over onderwijs, dat volgens hem achterloopt op maatschappelijke ontwikkelingen. ‘Het zou logisch zijn als het mee zou veranderen, maar onderwijs is grotendeels nog hetzelfde als dertig jaar geleden, toen ikzelf college kreeg.’

Van der Hoef vervolgde: ‘Inmiddels zoek je dingen op via internet. Waarom zou je dan niet je smartphone gebruiken met je tentamen? Nu ben je tijdens je tentamen geïsoleerd. Dat is niet representatief voor hoe je informatie in een toekomstig werkveld gebruikt.’

Beleving

Janneke Alers wil niet alleen lesgeven, maar een beleving meegeven. Daarom nam ze ook tijdens haar minicollege een practicum af onder het aanwezige publiek. Ze stelde: ‘Sommige studenten leren liever met hun handen.’ Dat kun je volgens haar niet zomaar vervangen door videocolleges. Daarnaast pleitte Alers ervoor om studenten zelf meer de touwtjes in handen te laten hebben en ze als docenten ook vertrouwen te geven. Van der Hoef en Faber deelden datzelfde sentiment.

Uiteindelijk trok Van der Hoef na publieksstemmen, de beoordelingen van de jury en de organisatiecommissie aan het langste eind.