Elke dag drie uur in de woordenboeken

| Paul de Kuyper

Twee keer al won Rein Leentfaar (70) het UT-dictee in de categorie ‘externen’. De Zeeuw neust elke dag een uur of drie in de Van Dale en hij reist stad en land af om mee te doen aan dictees.

Photo by: Arjan Reef

Wat is er zo leuk aan dictees?

‘Een mens moet een hobby hebben. Op de hbs vond ik dictees al leuk, ik haalde vaak een 10.

In België had je jaarlijks het Davidsfonds Groot Nederlands Dictee waar in de voorronden twaalfduizend mensen meededen. Toen er in 2006 een voorronde in Sluis (Zeeland) kwam, waar ook het standbeeld van Johan Hendrik Van Dale staat, wilde ik ook meedoen.

Daarna is die hobby gegroeid. Sinds 2006 heb ik zo’n 250 dictees bezocht: in Nederland en België en zelfs een keer in Kaapstad. Ik heb wel eens vijf dictees per week gedaan, maar nu ga ik selectiever te werk. Een keer mocht ik meedoen aan het landelijk televisiedictee in de Eerste Kamer. Daar werd ik vierde.’

Hoe bereidt u zich voor?

‘Ik doe niks speciaals meer, het gaat eigenlijk het hele jaar door. Ik zit vrijwel iedere dag een uurtje of drie in de woordenboeken te prutsen. Het Groene Boekje is saai, alleen maar tekst, maar in Van Dale staan allemaal interessante achtergronden.

Om de paar dagen stuur ik zo’n vijftig opmerkingen naar Van Dale. Niet allemaal fouten, maar zo’n mailtje leidt wel tot aanpassingen. Ik heb er een gratis abonnement op de elektronische Van Dale aan overgehouden.

Het lukt me niet alles te onthouden. Vervelend, want ik maak daardoor ook nog wel eens domme fouten. Als een dictee echt supermoeilijk is met veertig woorden die niemand kent, dan ben ik in het voordeel. Maar er zijn ook makkelijke dictees. Het UT-dictee is van goed niveau, niet triviaal. Ik maak toch wel zo’n drie à vier foutjes.’

Wat is uw favoriete dicteewoord?

‘Hexakosioihexekontahexafobie. Dat komt uit de Bijbel en betekent angst voor het getal 666, de duivel. Volgens de gangbare regels mag het niet in een dictee voorkomen omdat het niet in het Groene Boekje of de Van Dale staat. Maar het is wel een mooi woord, toch?’

Wat is uw grootste taalergernis?

‘Niet iets specifieks. ’s Avonds als ik met mijn vrouw een detective kijk, tuur ik altijd naar de ondertitels. Fout, roep ik dan. En Teletekst van Omroep Zeeland: per pagina vind je zo twee fouten. Ik moet nog leren dit soort zaken te relativeren. Een dictee is immers maar een spelletje.’


Op 9 december vindt in de Waaier de derde editie van het Groot UT-dictee der Nederlandse Taal plaats. Er wordt gestreden in vier categorieën: studenten, medewerkers, prominente UT’ers en externen. Rector Ed Brinksma draagt het dictee voor. De avond begint om 19.30 uur. Meedoen is gratis en aanmelden is niet nodig.

Het dictee wordt georganiseerd door UT Nieuws en Studium Generale. Vorig jaar struikelden de deelnemers vooral over woorden als erlenmeyers en toxischeshocksyndroom. In 2012 was preses een instinker.