‘Als ik eenmaal op stoom ben, dan maak ik tijd goed. Het kenmerk van een diesel.' (Foto: Gijs van Ouwerkerk)
Met 53 jaar is hij veruit het oudste lid van de Drienerlose schaatsvereniging De Skeuvel. En opmerkelijk genoeg ook het lid met de grootste kans op een gouden plak op het NK. UT-docent Jann van Benthem gaat bij het langebaanschaatsen voor de hoogste podiumplek in het seniorenveld.
Natuurlijk, hij kent zijn momenten van frustratie als zo’n ‘jonge hond’ met minder schaatskilometers in de benen hem in de baan voorbij knalt. Maar de laatste tijd zijn de rollen vaak omgedraaid en is het de routinier die de achterkant van zijn ijzers laat zien. Naarmate de jaren vorderen neemt de vooruitgang wel af. Van Benthem zet minder grote stappen dan een beginnend student op het ijs. Maar zijn stappen zijn wel sterker. Bij het langebaanschaatsen (in de categorie 50 tot 55 jaar) behoort de Drienerloër tot de beteren. Dit jaar zit een podiumplek op het NK er nog niet in, maar voor begin 2012 zijn er kansen. ‘Ik ga er wel voor en ik weet dat ik mijn plafond nog lang niet heb bereikt.’
De gelouterde schaatser werd pas vorig jaar lid van De Skeuvel. Hij dacht door zijn techniek te verbeteren aan snelheid te winnen en kreeg daar gelijk in. Want keer op keer verbetert hij nu zijn persoonlijke records.
Sinds zijn 45ste is Van Benthem het schaatsen als een serieuze sport gaan zien en niet langer als een hobby. Dat gebeurde tijdens een tocht op de ijsbaan in Deventer toen hij zich probeerde aan te sluiten bij het veld van de marathonschaatsers en competitie wilde rijden in de regio. Hij presteerde niet onverdienstelijk. Maar de droom ooit eens bekroond te worden tot nationaal kampioen moest hij in het marathonveld laten varen. Waar hij als marathonschaatser geen kansen zag op het eremetaal is er bij het langebaanschaatsen wel hoop op een podiumplaats. Vorig jaar maakte hij de overstap van het marathonschaatsen naar het langebaanschaatsen. Met vier afstanden, waaronder de sprint van 500 meter. Dat was even wennen, maar hij lijkt nu ook hierin zijn weg te hebben gevonden. ‘Vooral mijn sprint moet beter.’ Op de eerste meters zegt hij te veel tijd te laten liggen. Het mag allemaal wel iets explosiever. ‘Ik moet mijn tegenstanders vaak in de eerste meters laten gaan, maar als ik eenmaal op stoom ben, dan loop ik vaak in. Het kenmerk van een diesel.’
Van Benthem bestudeert nauwkeurig de tijden van zijn rivalen die eveneens in aanmerking komen voor nationale titel. De KNSB houdt in een databank keurig de schema’s bij van de deelnemers aan het NK. ‘Als ik die tijden bekijk, dan mag ik nog wel even aan de bak. Maar als ik zie hoe snel ik het afgelopen jaar met de trainingen bij De Skeuvel vooruit ben gegaan, dan is er zicht op een medaille.’
Van Benthem zet veel opzij voor die ambitie. Goed leven, goed eten en intensieve trainingen om zijn explosiviteit op de kortere afstanden te verbeteren. Want behalve over scoren op het NK denkt Van Benthem ook serieus na over deelname aan het WK. ‘Het gaat elke wedstrijd een stukje sneller en als ik mezelf blijf verbeteren, moet ik in staat zijn straks mooie dingen te laten zien en wie weet een paar fraaie prijzen te pakken.’