‘Sportende ingenieur levert beste ideeën’

| Redactie

CTW-Promovendus Ted Ooijevaar is bestuurslid van de vorige week opgerichte afdeling Sport Engineering van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs, KIVI NIRIA. Inzichten van ingenieurs kunnen volgens de beroepsvereniging op veel gebieden een bijdrage leveren aan het optimaliseren van topsport. Ooijevaar, zelf ingenieur én fanatiek sporter, ziet kansen voor de UT.

Sandra Pool

Waarom is de afdeling sport engineering opgericht?

‘Er mist een schakel in de cirkel tussen de sporter en de trainer. Stel een zwemmer en bewegingswetenschapper werken samen, ze constateren een probleem en willen dat aanpakken, dan is er een techneut nodig om dat te doen en te meten. Bij de eerste brainstormsessie was ik de enige vanuit de UT. En ik zat er op persoonlijke titel bij. Delft en Eindhoven hadden wel iemand afgevaardigd.’

Een gemiste kans voor de UT?

‘Als sporter– ik skeeler en schaats – en als ingenieur maak ik direct die koppeling tussen techniek en sport. De beste ideeën komen van een sportende ingenieur. Die staat het dichtbij de sport. Op de schaatsbaan ontstaan bij mij de beste ideeën. Ik ben er dagelijks mee bezig. Dan denk ik al schaatsend wat er anders kan of beter. Bij de Universiteit Delft is iemand aangesteld als coördinator van al het sportgerelateerd onderzoek. Dat mis ik hier op de UT, terwijl er wel wat gebeurt op dit gebied. Ik zie wel mogelijkheden ja.’

Wat is het doel?

‘Kivi Niria wil verschillende disciplines bij elkaar brengen. We focussen ons op topsport met de Olympische Spelen in 2028 als richtlijn.We kijken naar verbeteringen. In mei gaan we naar het Nationaal Zwemcentrum de Tongelreep in Eindhoven. Het trainingscentrum is de thuishaven van topzwemmers als Marleen Veldhuis en Ranomi Kromowidjojo. Er wordt veel gemonitord en gemeten. Door die technische insteek en andere manier van kijken, kun je verbeteren.’

Wat is jouw rol?

‘Ik ben lid van de activiteitencommissie. Acht keer per jaar organiseren we een bijeenkomst. Dat kan gaan over materialen – denk aan technische ontwikkeling van zwempakken – monitoring, filmen en terugkoppelen van trainingen of het aanleggen van een voetbalveld en de afwatering werkt niet. De kruisbestuiving tussen verschillende ingenieurdisciplines is interessant om zo’n probleem te bestuderen.’

Zijn er nog raakvlakken met jouw promotieonderzoek?

‘Ik doe onderzoek naar schadedetectie in composietmaterialen. Dat vindt je veel in de vliegtuigindustrie. Voordeel is dat het materiaal veel lichter is, nadeel is dat het composiet van binnen kapot kan gaan. Je wilt dus monitoren waar de schade zit. Daar ben ik mee bezig. In de sport wil je ook alles weten, meten en monitoren. Ergens is er wel een raakvlak ja.’

CTW-Promovendus Ted Ooijevaar
Archief 2009. (Foto: Arjen Reef)

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.