| Technasiumleerlingen van scholengemeenschap De Waerdenborch in Holten werken voor hun meesterproef aan een schaalmodel van een deel van de bobsleebaan in het Oostenrijkse Igls. |
Het technasium is een relatief nieuw onderwijsconcept voor havo en vwo, waarbij leerlingen kennismaken met technische vervolgopleidingen en beroepen. In Overijssel bieden vijf middelbare scholen dit concept aan. De scholieren krijgen zes uur per week les in het vak `onderzoek en ontwerpen'. Daarvoor doen ze workshops en projecten die samen met de UT, Saxion en het bedrijfsleven zijn opgezet. Zo volgen de leerlingen gastlessen van masterstudenten en komen ze een kijkje nemen op de universiteit.
In het eindexamenjaar bestaat `onderzoek en ontwerpen' uit een meesterproef in samenwerking met het hoger onderwijs. Deze meesterproef wordt dit schooljaar voor het eerst uitgevoerd op de UT. Vijf vwo'ers - drie jongens en twee meisjes - van scholengemeenschap De Waerdenborch in Holten werken mee aan projecten bij de faculteit CTW. De vakgroep technische mechanica betrekt de eindexamenleerlingen bij de bouw van een bobsleesimulator; bij biomedische werktuigbouwkunde staat het ontwikkelen van een speeltoestel centraal, waarbij kinderen bewust worden gemaakt van hun sprongkracht.
Volgend schooljaar moeten tachtig 6 vwo-leerlingen van vijf verschillende scholen hun meesterproef uitvoeren. Dat gebeurt in groepjes van drie of vier klasgenoten. `De leerlingen doen een ontwerp- of onderzoeksopdracht binnen een vakgebied dat ze interessant vinden, bijvoorbeeld biomedische technologie, civiele techniek of werktuigbouwkunde. Hun opdracht moet aansluiten bij een bestaand onderzoek van een vakgroep op de UT. De bedoeling is dat de leerlingen zelf een opdracht formuleren, een plan van aanpak maken en dit vervolgens uitvoeren. Daarvoor gaan ze niet alleen op school, maar ook op de UT aan de slag', vertelt projectleider Marieke Rinket van het Technasiumnetwerk Overijssel.
Rinket is met subsidie van het Platform Bèta Techniek gedetacheerd vanuit de UT om het technasium in Overijssel op te zetten. Voor de meesterproef zoekt ze 25 projecten, die van half augustus tot eind februari worden uitgevoerd. `Bij elke faculteit zou ik graag projecten willen opzetten. Het moeten aansprekende opdrachten zijn die aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. Dat mogen best pittige opdrachten zijn, waarin de leerlingen hun tanden kunnen zetten en waarbij ze worden uitgedaagd. Bij de projecten die nu lopen, moeten ze allerlei wiskundige berekeningen maken, schaalmodellen bouwen en gebruikmaken van het beslist niet eenvoudige 3D-tekenprogramma Solid Edge. Van deze scholieren mag je best wat verwachten', aldus Rinket.
De meesterproef heeft een omvang van 160 lesuren en wordt voor het grootste deel uitgevoerd op school. De begeleiding is in handen van hun docent `onderzoek en ontwerpen' en een docent van de UT, die daar naar schatting twaalf uur mee bezig is. Ook kunnen masterstudenten worden ingezet om de leerlingen te ondersteunen.
Doel van de meesterproef en het technasium is de doorstroming naar technische studies te bevorderen. `We willen het liefst dat de scholieren een meesterproef doen bij de faculteit waar ze na hun eindexamen misschien willen gaan studeren. Dat maakt de stap naar de UT veel gemakkelijker. Want de meesterproef laat heel goed zien wat zij van de universiteit kunnen verwachten', constateert de projectleider.
Het is nog te vroeg om te bepalen hoeveel technasiumleerlingen daadwerkelijk voor een technische universitaire opleiding kiezen. Nader onderzoek moet dat uitwijzen. Van de vijf leerlingen die nu hun meesterproef doen, gaan er waarschijnlijk twee studeren op de UT.