Meet the Teacher: Iris van Duren

| Rense Kuipers

Wat maakt een docent goed? Waar haalt iemand de passie vandaan de soms stoffige stof boeiend te brengen? In de rubriek ‘Meet the teacher’ stellen we je voor aan de mensen met hart voor onderwijs. Deze negende aflevering: Iris van Duren, universitair docent bij het Natural Resources-departement (ITC).

Photo by: RIKKERT HARINK

Goed onderwijs is als een goede commercial, weet ITC-docent Iris van Duren. Het blijft pas hangen als het leuk of verrassend is. Dus zorgt ze ervoor dat er naast interessante en goed verzorgde inhoud ook voldoende amusement in haar colleges zit. Van het uitdelen van koekjes, het houden van quizjes tot een spervuur aan grappen. De lessen zijn zonder meer levendig. En dat mag ook wel nu de dagen steeds donkerder worden. En al helemaal voor de ITC-studenten die vaak uit warme oorden naar Nederland komen.

Voor Van Duren draait het om learning by doing. Haar studenten krijgen geen boekenlijst. Nee, laat ze zelf maar naar de bibliotheek gaan voor relevante literatuur. Ze worden immers opgeleid tot onderzoeker met een actieve houding – en dat zullen ze weten ook. Die benadering werpt zijn vruchten af: de meerderheid van haar eigen wetenschappelijke publicaties binnen het veld van Natural Resource Management komt de laatste jaren voort uit het werk van masterstudenten. Best een unieke prestatie.

Onderzoek doen komt echter op de tweede plaats voor de ITC-docent. Ze haalde pas vrij laat haar PhD. Meer omdat het móest. Veel meer voldoening haalt ze uit de coaching van studenten en PhD’s. Bij ITC voelt ze zich sinds haar aanstelling in 1999 als een vis in het water. Want ITC was van oudsher enkel een onderwijsinstituut. Dat zorgde in 2010 voor een behoorlijke cultuurschifting toen ITC de zesde faculteit werd van de UT. De nadruk kwam op publicaties te liggen. Daar was Van Duren op z’n zachtst gezegd niet blij mee. Ze wil liever afgerekend worden op haar drive om mensen te trainen. Niet op hoeveel papers ze schrijft.

Toch zijn er bepaalde waarden binnen ITC nooit verloren gegaan, vertelt ze. Zo heeft ze nog regelmatig contact met oud-studenten die aan het werk zijn in Nepal of Rwanda. ITC voelt voor iedereen als one big happy family. Studenten uit Eritrea en Ethiopië werken samen in hun opleiding ondanks problemen tussen hun thuislanden. Op het ITC wordt samen gewerkt, samen gegeten én samen gelachen. Want makkelijk is het niet als je uit een ver land komt. Nederlandse studenten kunnen altijd terug naar paps en mams, maar die vlag gaat niet op voor ITC-studenten. Als je je hele hebben en houden moet achterlaten, is het fijn om in een hechte surrogaatfamilie terecht te komen. En Van Duren is een trots familielid.

Het komt regelmatig voor dat studenten moeten wennen aan de amicale communicatiestijl tussen docenten en studenten. Dat zijn ze in hun thuislanden niet gewend. In Thailand is het bijvoorbeeld hoogst onbeleefd om een vraag te stellen aan een docent. Ook in andere landen zoals Ethiopië is de relatie tussen student en docent heel anders dan in Nederland. Dit moet je leren als docent. Van Duren en haar ITC-collega’s willen dat studenten zelf nadenken, vragen stellen en zelfstandig onderzoeksvoorstellen schrijven. Dat is een van haar uitdagingen. Iedereen in hun waarde laten en ze – zij het soms schoorvoetend – het vertrouwen geven om fouten te maken.

Als studenten uiteindelijk met hun diploma in hun handen staan, weet Van Duren waar ze het voor doet. Studenten helpen te groeien als lid van de enorme smeltkroes die de ITC-familie is. Om daarna uit te vliegen. Dat is in haar ogen zó veel mooier dan haar naam onder een wetenschappelijk artikel zetten.