‘Ecologen zijn vooral goed in verbindingen leggen’

| Enith Vlooswijk

‘Aan de borreltafel’ is een rubriek over wetenschap. Wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk praat met én tekent over UT-onderzoekers, die vertellen over hun vakgebied en de misvattingen die hierover bestaan. In deze vijftiende aflevering: Iris van Duren, ecoloog en universitair docent bij de faculteit ITC.

‘Er zijn grofweg twee soorten wetenschappers: je hebt mensen die heel veel weten van een klein beetje en je hebt mensen die een overzicht hebben van van alles.’ Iris van Duren, universitair docent en ecoloog, schaart zich bij de laatste groep. In plaats van zich monomaan te focussen op een klein gebied, verkent ze liever regelmatig onbekend terrein. ‘Voortdurend in- en uitzoomen’ noemt ze dat.

Haar specialisatie is ‘remote sensing’, het gebruik van satallietdata op het gebied van duurzaamheid. Dat past ze toe op onderzoek naar biodiversiteit en de duurzame productie van bio-energie, maar ze kan ook meepraten over de verspreiding van olifanten in Liberia en de belangrijkste voedselgewassen van de Ruandese berggorilla. Momenteel besteedt ze veel tijd aan een project rondom duurzame garnalenteelt in Vietnam. De teelt gaat samen met het herstel van mangrovebossen op dezelfde locatie. ‘Ik weet geen reet van garnalen, ik lust ze niet eens’, zegt ze lachend, ‘maar ik weet wel hoe je mangrovebossen in kaart kunt brengen. We werken dus samen met mensen die veel weten van garnalenteelt en zo kijk ik hoe ik mijn eigen expertise kan inparkeren.’

Het stereotype beeld van de ecoloog is iemand die blijmoedig met een netje en een vergrootglas door de velden banjert. Dat beeld is erg beperkt, legt Van Duren uit. ‘Ecologen zijn vooral goed in verbindingen leggen tussen allerlei onderdelen van een ecosysteem. Dus je snapt goed hoe systemen in elkaar grijpen, hoe stoffen afgebroken worden, welke organismen nodig zijn om al die processen in elkaar te laten grijpen - de watercyclus, de koolstofcyclus, de cyclus van voedingsstoffen. Dan wil dat niet zeggen dat ik alles maar begrijp van elk ecosysteem. Het is niet zo dat als ze mij parkeren in Ghana dat ik dan onmiddellijk al die soortjes ken en weet welke insecten wat doen, zo werkt dat dus niet.’

Haar vakgebied is onder invloed van technologische ontwikkelingen snel aan het veranderen. Door de groeiende hoeveelheid data en mogelijkheden om deze te analyseren, ziet Van Duren steeds meer ‘knoppendrukkers’. ‘Die halen heel grote datasets binnen en leggen allerlei relaties. Ik zie een heleboel studies waarbij van alles in kaart is gebracht en geanalyseerd is, je vindt een relatie tussen A en B, maar wat dat nou betekent en hoe dat nou zit, wordt niet zo goed uitgelegd.’ Om te snappen dat het normaal is als in september de bladeren vallen, moet je bijvoorbeeld op de hoogte zijn van seizoenswisselingen. Haar studenten brengt ze daarom bij dat een grondige kennis van systemen bij het maken van analyses erg belangrijk is.

Van al haar taken ligt doceren haar het meest na aan het hart. Sommige collega’s doen juist liever uitsluitend onderzoek. Van Duren vindt het jammer dat de universiteit maar weinig specialisatie toelaat. ‘Als je mensen dwingt om twee publicaties per jaar te schrijven, plus onderwijs te geven, plus projecten te draaien, dan krijg je alles op een gemiddeld niveau. Als je teams bouwt, waarin iemand met passie in onderzoek samenwerkt met iemand die graag onderwijs geeft, dan denk ik dat je de kwaliteit van je werk kan vergroten zonder dat je daar heel veel moeite voor hoeft te doen. In die zin is het afrekeningsmodel binnen de universitaire wereld een beetje contraproductief. Je kweekt grijze muizen, in plaats van dat je mensen inzet waar hun talent echt ligt.’