Schaduwzijde van strategie internationalisering

| Dick Meijer

In zijn ‘taal-notitie’ herhaalt het college van bestuur de belangrijkste argumenten om een volledig Engelstalige universiteit te worden. Ten eerste is een grotere internationale instroom nodig om ‘marktaandeel te behouden’, ten tweede dient de universiteit-van-de-toekomst studenten op te leiden als global citizens en voor te bereiden op een internationale, Engelstalige werkkring. Op beide argumenten valt veel af te dingen, maar kan ook op langere termijn ongewenste gevolgen hebben.

Photo by: Arjan Reef

Financieel gedreven


De perverse prikkel in de onderwijsbekostiging maakt dat alle universiteiten moeten groeien om marktaandeel en dus budget te behouden of te vergroten. Eerst streefde de UT naar het ‘infrastructureel optimale’ aantal van 10.000 studenten, nu is dat strategisch opgehoogd naar 12.000, als ware het ‘maximale’ aantal landingen op Schiphol. Hoewel de bestaansrecht bedreigende effecten van de demografische ontwikkeling in de regio zich niet hebben voorgedaan, is zo’n groei alleen te halen als we massaal internationals lokken met Engelstalige opleidingen.

Maar steeds als wij meer studenten binnenhalen, net als onze collega-universiteiten, wordt het totaalbudget niet naar rato aangepast, waardoor overal de docent-student-ratio weer slechter uitvalt, de werkdruk nog hoger wordt en dus de onderwijskwaliteit verder onder druk komt. De middelen die vrijkomen uit de Wet Studie Voorschot vallen tot nu toe grotendeels weg tegen ministeriële bezuinigingen.

Simplistisch taalbeleid


Of je internationalisering nu als ‘verdienmodel’ ziet, of dat je vergroting van het marktaandeel als een neveneffect van internationalisering beschouwt, maakt in feite niet uit. Het gaat erom dat er voortdurend bestuurlijke druk wordt uitgeoefend op de overgebleven Nederlandstalige opleidingen om op de Engelse toer te gaan. De onderliggende gedachte is dat als we een echte Engelstalige universiteit zijn, alle belemmeringen van instroom van docenten en personeel zijn weggenomen en als vanzelf een internationale gemeenschap groeit.

De misvatting in die gedachte is dat de Nederlanders tekort gedaan worden in hun taalvaardigheid en hun positie op de arbeidsmarkt. En dat geldt ook voor de buitenlanders: zij zullen alleen op eigen initiatief de Nederlandse taal en cultuur leren kennen en, mochten zij leven en werk voortzetten in Nederland (wat voor de kenniseconomie te hopen is), dan zal een deel van hen integratieproblemen ondervinden. Linguïsten en taalpsychologen zijn het erover eens dat de ontwikkeling van de taalvaardigheid juist gebaat is bij een meer-talen-beleid. De UT dringt de voertaal Engels op aan het personeel en de studenten en laat het vervolgens aan henzelf over om de taal, cultuur en integratie in Nederland ter hand te nemen.

Maatschappelijk draagvlak


Kamerbreed en ook in het kabinet wordt er gezind op maatregelen om een halt toe te roepen aan de perverse prikkel tot groei en de economisch gedreven vlucht in verengelsing en internationalisering. De UT lijkt ongevoelig voor deze politiek discussie en het groeiende sentiment in de samenleving ten aanzien van een elite die zich in zijn Engelse bastion verschanst en daar om financiële redenen zo veel mogelijk internationals binnenhaalt. De belastingbetaler draagt de kosten van het onderwijs aan alle Europese studenten, waarvan een groot aantal hun hier behaalde diploma in het vaderland verzilvert in plaats van bij te dragen aan de Nederlandse kenniseconomie. Nog is er draagvlak in maatschappij en politiek voor een vanuit de overheid bekostigd hoger onderwijsstelsel. Maar als de huidige ontwikkeling doorzet (doorgezet wordt), kan de overheid de almaar hogere rekening bij de studenten neerleggen, wijzend op het profijtbeginsel. In Denemarken proberen ze dat te voorkomen door de groei van de internationale instroom te beperken, maar de UT loopt als een blind paard op een muur af.

Bijstelling van het UT-beleid


Een paar voorbeelden hoe het anders kan:

  1. Stel een echt taalbeleid op met als uitgangspunten ‘Nederlands als primaire voertaal’ en ‘het kunnen verstaan van Nederlands en Engels door al het personeel en studenten’.
  2. Schaf de bijdrage uit de eerste geldstroom aan beurzen voor internationale studenten af en zet het in waarvoor het bedoeld is: onderwijs.
  3. Heroverweeg de overgang naar een uitsluitend Engelstalige opleiding, waarbij ook het alternatief van twee instructietalen wordt meegenomen (bijv. bij hoge instroom en behoud van kleinschaligheid).
  4. Pak uitwassen van de internationalisering aan, zoals bij de studie psychologie waar de instroom nu meer dan 80% Duits is.

Je kunt wel degelijk vóór internationaliseringservaringen zijn, maar tegelijkertijd ook tegen de (zeer) ongewenste effecten voor studenten, personeel en de BV Nederland. Dit als gevolg van de manier waarop de financiële drijfveren en oneigenlijke argumenten het beleid bepalen.

Dick Meijer
UR-lid namens de PvdUT