Zegen en vloek

| Redactie

Het commentaar van U-Today. Bijna de helft van de UT-medewerkers is ontevreden over de werkdruk, zo blijkt uit het medewerkersonderzoek. Het is een dappere en juiste constatering dat de focus moet liggen op het management en leiderschap, want een goede leider houdt de boel bij elkaar en stelt medewerkers in staat om het beste uit zichzelf te halen, zonder dat ze zichzelf voorbij lopen.

Bijna de helft van de UT-medewerkers is ontevreden over de werkdruk, een kwart van de mensen neemt vakantiedagen op om werk af te maken en het ziekteverzuim op de campus blijft gestaag stijgen, nu naar 3,37 procent. Deze cijfers, die onlangs naar voren kwamen in het welzijnsonderzoek onder medewerkers, geven een verontrustend beeld. De universiteit lijkt daarmee een onprettige werkplek. Helemaal als we in ogenschouw nemen dat veertien procent van de ondervraagden aangeeft de afgelopen twee jaar te maken had met ongewenst gedrag.

Nuancering is op z’n plaats, want tegelijk geven de medewerkers een rapportcijfer van 7,2 aan de UT als werkgever. Er is hoge betrokkenheid, UT’ers voelen zich  verbonden met hun teams en ervaren vrijheid bij het invullen van onze werkzaamheden. De betrokkenheid bij het werk is kortom zowel een zegen als en vloek: trots op hun werk, maar het houdt nooit op.  

De angel, zo lijkt steeds meer naar voren te komen, zit in de hiërarchische structuur van de universiteit. Slecht leiderschap wordt door universiteitsmedewerkers als voornaamste reden genoemd van een sociaal onveilige werkomgeving, zo publiceerden de vakbonden FNV en VAWO in een landelijk onderzoek. Dat onderzoek ging niet zozeer om welzijn, maar om ‘sociale veiligheid’. Toch zijn er paralellen te trekken. Want ook het UT-welzijnsonderzoek wijst een negatieve relatie aan tussen werkdruk en leiderschap. De aanbeveling luidt niet voor niets: ‘Investeer in de ontwikkeling van leidinggevenden en managers’.

Een deel van het probleem is terug te brengen tot de inherent hiërarchische structuur van de universiteit. Een student wordt gevormd in die mal, van bachelor, master, promotie tot postdoc. Iedere carrièrestap tot aan het hoogleraarschap is een benoeming uit de eigen gelederen. De invloed van buitenaf is miniem: de universiteit heeft haar eigen mores en regels, zij-instromers bestaan niet. Kun je aan die regels voldoen, dan ligt het hoogste ambt in het verschiet. Wijk je (te veel) af, of klap je uit de school: dan stokt de loopbaan halverwege.

De universiteit is een plek voor intelligentie, van vrijheid en onafhankelijkheid. Maar het is ook een besloten bastion, waar iedereen hard werkt om het volgende niveau te halen. En zo’n besloten en hiërarchische cultuur herbergt een risico van uitsluiting, machtsmisbruik en manipulatie. Dat is niets nieuws, kijk alleen naar de excessen in het leger of de kerk. Die excessen kunnen geen argument zijn om het hele instituut af te schaffen, maar het is van het grootste belang om die risico’s te onderkennen.

Het welzijnsonderzoek op de UT geeft daar een goede aanzet voor. Het is een dappere en juiste constatering dat de focus moet liggen op het management en leiderschap. Want een goede leider is niet alleen een lichtend voorbeeld en autoriteit op het werkgebied. Het is vooral ook iemand die de boel bij elkaar houdt en medewerkers in staat stelt om het beste uit zichzelf te halen, zonder dat ze zichzelf voorbij lopen.