‘Alles doet ertoe, behalve de wetenschap’

| Enith Vlooswijk

De toewijzing van de felbegeerde Vici-subsidie heeft weinig te maken met wetenschap, ervaarde hoogleraar Jai Prakash toen hij, net als vele anderen, misgreep. ‘Het is alsof je van de tiende verdieping naar beneden valt.’

‘Het lijkt een gladde curve omhoog’, zegt Jai Prakash over zijn wetenschappelijke carrière, ‘maar elk van mijn successen gaat gepaard met wel duizend mislukkingen. Alleen ziet niemand dat.’

tussen lab en leven

Wat als je wéér wordt afgewezen voor die ene subsidie? Als de opstelling kapot gaat of er onenigheid is op de werkvloer? De carriere van een wetenschapper gaat niet over rozen, maar over vallen en opstaan. Wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk praat met vijf UT-wetenschappers over de moeilijke route naar succes. Dit is aflevering 1 van Tussen Lab en Leven: Jai Prakash. ​​​​​​

Het cv op de persoonlijke webpagina van Prakash (46), hoogleraar engineered therapeutics, oogt inderdaad als een ronkend succesverhaal. Hij rondde zijn promotie op het gebied van gerichte medicijnafgifte cum laude af in Groningen, waarna verschillende internationale onderzoeksinstellingen hem trachtten binnen te hengelen. Nadat hij eenmaal had gekozen voor het Karolinska Institutet in Stockholm, wist de Universiteit Twente hem in 2012 terug naar Nederland te lokken om binnen een ‘tenure track’ zijn eigen onderzoekslaboratorium op te zetten. Sindsdien ontwikkelde hij met zijn team nieuwe therapieën tegen kanker, die hij test met driedimensionale tumormodellen. Hij richtte het spin-offbedrijf ScarTec Therapeutics op, initieerde internationale samenwerkingsverbanden en ga zo maar door. Tot zover de 'één promille’ van zijn werkelijkheid.

Wat de pagina niet laat zien, is dat Prakash, net als de meeste van zijn collega’s, ruim zeventig procent van zijn tijd kwijt is aan het lospeuteren van geld voor onderzoek en dat negen op de tien subsidieaanvragen eindigen in een teleurstelling. Inmiddels is hij eraan gewend, maar dat was nog niet het geval toen hij tot twee keer toe naast de felbegeerde vici-subsidie greep: de NWO-subsidie voor excellente senior onderzoekers.

(Tekst gaat verder onder de foto.)

Zo’n vici-aanvraag verloopt in vier rondes. Eerst schrijft de aanvrager een 'pre-proposal' met het ruwe idee. Wordt deze goedgekeurd, dan is het tijd voor de ‘full proposal’ met uitgewerkte ideeën. Daarop ontvangt de aanvrager commentaar van reviewers, waarop hij of zij kan reageren. Verlopen deze drie rondes voorspoedig, dan is het tijd voor het interview met een panel van ervaren wetenschappers. ‘Dat interview gaat niet meer over wetenschap’, zegt Prakash. ‘De meeste panels zijn te breed en hebben geen helder idee waarover je het hebt. Ik heb zelf in een panel gezeten bij twee aanvragen voor wiskundig onderzoek en kwam niet verder dan de samenvatting.’

Als het doorslaggevende gesprek niet over de inhoud gaat, waar gaat het dan wel over? ‘Het gaat over jou. Over het gevoel. Hoe praat je? Ben je een actieve prater, praat je langzaam? Hoe is je houding, komt je goed over, ben je charismatisch? Alles doet ertoe, behalve de wetenschap.’

Bij die vierde ronde viel Prakash af. Wat volgens hem niet meehielp, was dat hij als nieuweling in de Twentse onderzoeksvijver werd gegooid. Hij kon niet bogen op de bestaande reputatie van een onderzoeksgroep, omdat hij die vanaf niets moest gaan opbouwen. ‘Het kost veel tijd om contacten op te doen, ingebed te raken in de onderzoekswereld. Ik miste als persoon die inbedding in het begin.’

De drie jaar na zijn aankomst in Nederland werkte Prakash aan de opbouw van zijn onderzoeksgroep. Een hels karwei: elke pipet, elke papieren zakdoek voor het lab moest nog worden ingekocht. ‘We moesten alles van de grond af opbouwen, zelfs het werkend krijgen van simpele technieken was moeilijk. Dat was erg leerzaam, maar slecht voor mijn carrière, want ik kreeg een gat in mijn publicatiereeks. Je wordt als wetenschapper niet beoordeeld op het opzetten van een lab, maar op je output, oftewel je publicaties.’

Wellicht heeft ook dat meegespeeld bij de eerste vici-aanvraag, die, net als de tweede poging, in de laatste ronde eindigde met een domper. Een enorme tegenslag, zoals iedere Nederlandse onderzoeker weet die graag de top wil bereiken. ‘Als je vroeg in je carrière de juiste subsidies krijgt toegewezen, krijg je daarna makkelijker opnieuw subsidies’, zegt Prakash. ‘Dat heet het Matthews-effect: vroege successen vergroten de kansen op toekomstig succes. De panels zien dat en denken: die kerel heeft veel subsidies gewonnen, die is vast goed!’

Toch neemt hij de panels niks kwalijk, benadrukt Prakash. ‘Iedereen is ongelukkig met het systeem. We zitten er allemaal in gevangen en niemand weet een uitweg.’

Een bittere pil, maar geen reden om bij de pakken neer te zitten. Nu, bijna tien jaar later, ziet de hoogleraar zelfs voordelen aan het missen van de vici-subsidie. ‘De eerste keer dat je zo’n afwijzing krijgt, is het alsof je van de tiende etage naar beneden valt. De tweede keer weet je al waar je moet landen en probeer je te landen op een springkussen, waardoor je nog hoger springt dan voorheen. Ik wist dat ik niet nog eens een Vici kon aanvragen, dus ik deed nog harder mijn best om mijn onderzoek vooruit te stuwen, zodat ik meer en beter kon presteren. De wetenschap is als topsport. Topsporters trainen, falen, trainen opnieuw en bereiken zo telkens een hoger niveau. Het is een gevecht. Op de dag dat ik dat opgeef, stop ik met de wetenschap.’

meewerken?

Enith is nog op zoek naar UT-onderzoekers die ze mag inteviewen over ‘hun moeilijke momenten’ in de wetenschap. Meewerken? Stuur dan een mailtje naar [email protected]

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.