Photo by: Klaas-Jelmer Sixma
Spotlight

Rouwprofessor Lonneke Lenferink: ‘Ik voelde me nooit heel erg thuis op de universiteit’

| Rense Kuipers

Eigenlijk wilde ze zangeres worden en was een academische studie slechts plan B. Tegenwoordig is Lonneke Lenferink ‘rouwprofessor’, kersvers lid van De Jonge Akademie en onderzoekt ze alle facetten die met rouwen te maken hebben – van rouwdagboeken, MH17-nabestaanden tot deepfake-technologie.

Snel achter elkaar een Veni- en Vidibeurs op zak, een bijzonder hoogleraarschap in Groningen, een ‘KNAW Early Career Award’, lidmaatschap van De Jonge Akademie… ‘Het kwartje valt wel heel veel de goede kant op de laatste tijd’, zegt Lonneke Lenferink, met enig gevoel voor understatement. ‘Ik moet nog een beetje bijkomen van het afgelopen jaar.’

Een type om naast de schoenen te lopen is Lenferink niet, zo blijkt al snel. ‘Ik ben heel nuchter opgevoed. Mijn vader was bouwvakker, mijn moeder werkte veel in de schoonmaak. Doe maar gewoon, was het altijd. Hoe leuk en betekenisvol ik werken in de wetenschap ook vind, het is echt niet belangrijker dan andere beroepen in de wereld. Dat heb ik altijd van huis uit meegekregen.’

Appels met peren vergelijken

Ze wijst op de geluksfactor bij haar recente successen. ‘Ik kan het nu zeggen vanuit een bepaalde luxepositie. Ik ben best kritisch over hoe onderzoeksgeld verdeeld wordt, want velen vallen buiten de boot. Ik doe graag goed en betekenisvol onderzoek, dus het is fantastisch dat ik financiering ervoor krijg.’

‘Ik voelde me nooit zo heel erg thuis op de universiteit. Wat doe ik tussen deze mensen?’

Als kersvers lid van de Jonge Akademie komen precies dat soort onderwerpen op tafel. ‘Want die voorstellen, dat is vaak gewoon appels met peren vergelijken. Ga maar als NWO-commissie honderden totaal verschillende aanvragen en narratieve cv’s beoordelen… Waarom geen systeem waarbij je de slechtste 20 procent eruit filtert? En laat de top-vijf-procent ook maar direct een beurs krijgen, als een soort wildcard. Voor alles ertussenin, waarom zou je niet gewoon gaan loten? Daar zou ik best voorstander van zijn.’

Van jazzmuzikant naar psychologie

Zo’n twintig jaar geleden had ze zich niet kunnen voorstellen dat ze zich als wetenschapper bezig zou houden met dit soort systeemdiscussies. Geen De Jonge Akademie, maar de muziekacademie. ‘Ik wilde altijd zangeres worden. Ging daarom ook in eerste instantie naar het conservatorium, waar ik vocal jazz studeerde. Als ik hier mijn brood mee wilde verdienen, bedacht ik me op een gegeven moment, dan gaat dat heel lastig worden. Misschien moest ik toch een verstandigere keuze maken en een universitaire studie doen. Ik dacht heel praktisch: waar kan ik zonder veel gedoe aan de slag? Is de treinverbinding oké vanuit Zwolle? Het werd uiteindelijk psychologie aan de UT.’

Ze kwam als eerstegeneratiestudent in een onbekende wereld terecht. ‘Ik voelde me nooit zo heel erg thuis op de universiteit. Voor mij was het eerder: ik ben hier toevallig. Wat doe ik tussen deze mensen?’ Bovendien was muziek nog steeds ‘plan A’, een academische studie ‘plan B’. Toch ging het studeren haar soepel af. Het in contact staan met mensen, respondenten werven voor onderzoek…. Promoveren, daar dacht ze richting het eind van haar master niet aan. ‘Nee, dat was voor mensen die op de universiteit thuishoren, vond ik. Toch was het mijn begeleider – tegenwoordig collega – Christina Bode, die me overtuigde.’

‘Rouwen is ook liefde, hè?’

Zodoende ging ze als promovendus aan de slag aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het onderwerp: rouw, specifiek bij achterblijvers na een vermissing. Hoe beladen ook, het schrok haar niet af. Integendeel. ‘Het onderwerp fascineerde me. In mijn eigen leven heb ik best ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. Een moord in de familie en de broer van mijn toenmalige vriendje overleed. Dus ik was al veel met rouw in aanraking geweest.’

Want rouwen is niet alleen het verlies, weet Lenferink. ‘Mensen zeggen vaak tegen me dat het zo’n heftig onderwerp is. Maar het gaat ook om liefde, hè? Om de mensen van wie je het meest gehouden hebt. Die er nu niet meer zijn, maar die nog steeds een belangrijke rol spelen in wie jíj nu bent. Ik vond het een heel interessant thema om meer over te weten te komen. Vroeg of laat, iedereen maakt rouwen mee.’

Terwijl er nog zoveel onbekend is over het onderwerp, vertelt Lenferink. Het zorgt ook voor grote misvattingen, mythes en taboes. ‘Die welbekende five stages of grief, die zijn totale bullshit. Althans, ze zijn ooit bedacht voor mensen die terminaal ziek zijn, om van het leven afscheid te kunnen nemen. Maar ergens zijn ze een soort gemeengoed geworden rondom rouwen. Onzin. Net als dat je alleen heftig en emotioneel rouwen de enige manier zou zijn. Sterker nog, we volgden tien jaar lang de nabestaanden van MH17-slachtoffers. Bij de meerderheid was er geen sprake van hevig rouwreacties. Maar dat betekent dus niet dat je niet van je dierbaren hebt gehouden.’

‘Het gaat er niet om dat je het verdriet wegneemt, het gaat erom dat het verdriet er is en dat je dat leert te verdragen’

Zulke misvattingen zijn schadelijk, vindt de UT-wetenschapper. ‘Ik kan me er oprecht boos om maken. Ik maakte het vaker mee in mijn onderzoek; als ik mensen interview die hun dierbare verloren, dat ze zich bijna schamen voor hun gebrek aan emoties. Of dat ze ervan schrikken dat ze hun dierbare niet echt missen, ook al hielden ze ontzettend veel van ze. Uiteindelijk is rouwen een heel persoonlijk proces. Daarom houd ik niet van de term ‘het een plekje geven’, want dat insinueert dat het er ergens niet mag zijn. Verdragen is wat mij betreft de beste term. Het gaat er niet om dat je het verdriet wegneemt, het gaat erom dat het verdriet er is en dat je dat leert te verdragen.’

Traumatisch verlies

In haar onderzoek richt ze zich primair op niet-alledaagse zaken, het zogeheten traumatisch verlies. Bijvoorbeeld door een ramp, moord, suïcide, ongeval of vermissing. ‘Waar veel mensen snel hun leven weer oppakken na een verlies, geldt voor 3 tot 5 procent dat zij vastlopen in hun werk of studie. Zelfs uit bed komen kan al een dagtaak zijn. Bij traumatisch verlies kan dat percentage nog een factor vier hoger liggen.’

‘Als je mensen met zoveel pijn en zoveel verdriet ziet… Ik zou het heel vervelend vinden als ik helemaal afgestompt zou zijn’

Met tal van heftige casussen die ze voor haar kiezen krijgt, hoe gaat ze er zelf mee om? ‘Laatst was ik op een cold case-dag. Als je mensen met zoveel pijn en zoveel verdriet ziet, die veertig jaar na de verkrachting en moord van hun dochter met tranen in hun ogen hun verhaal vertellen… natuurlijk raakt me dat. Gelukkig bestaan mijn dagen niet alleen uit zulke gesprekken, ik kan ook af en toe vluchten in statistieken. Nee, ik zou het heel vervelend vinden als ik helemaal afgestompt zou zijn.’

Dagboekmetingen op smartphones

Na haar promotie en postdoc (zowel in Groningen als in Utrecht) keerde Lenferink in 2021 terug bij de UT, als universitair docent. ‘Ik speelde toen al met het idee om een soort dagboekmetingen te doen via de smartphones van mensen. Dat gebeurt gewoon in Twente. Zonder kritisch te zijn op andere universiteiten, maar op de UT gebeurt heel veel. We hebben zelfs bachelorstudenten die diepte-interviews houden met nabestaanden en dagboekdata analyseren. Waar zie je dat?’

Die dagboekmetingen zijn een rode draad in alle aspecten die Lenferink onderzoekt op het gebied van rouw. ‘Vier of vijf keer per dag krijg je een melding op je smartphone, die direct naar de vragenlijst leidt. Dat kan na een moeilijke nacht zijn, of terwijl je rustig aan het werk bent. Het gaat me niet om de technologie an sich. We hebben allemaal die smartphone op zak, als verlengstuk van onszelf. Dus wil je een rouwproces over tijd volgen, dan is het handig om dit op meerdere momenten te meten. Dan helpt het meer om iemand in het dagelijks leven te overvallen dan dat je iemand maandelijks een schriftelijke vragenlijst laat invullen. Het geeft een heel natuurgetrouw beeld.’

Overdraagbare rouw

Ze laat op allerlei manieren het thema ‘rouw’ terugkeren in haar onderzoek. Zoals met het analyseren van teksten in de persoonlijke dagboeken van nabestaanden. Of recentelijk nog, samen met een masterstudent: onderzoek naar inzet van deepfake-technologie. Voor haar Vidi-onderzoek kijkt ze naar rouw op een totaal andere manier, als iets overdraagbaars binnen gezinnen. ‘We hebben al bij twintig families een maand lang elke dag vier keer een vragenlijst ingevuld. En toen we keken naar alle gezinnen tezamen, toen vonden we niks. Dus ik dacht: shit, dit hele onderzoeksvoorstel is gebaseerd op het idee dat rouw wordt overgedragen binnen families. Maar toen we gingen kijken naar unieke gezinssituaties, zagen we dat de effecten er wel degelijk waren. Dus er zijn heel individuele verschillen in hoe mensen omgaan met rouw.’

‘Als ik ergens een wens mag formuleren, dan zou ik de academische wereld wat beter willen achterlaten dan ik ‘m aantrof’

Nieuwe generatie wetenschappers

Met een kersverse benoeming tot uhd1 is het nog één trede tot het hoogleraarschap aan de UT. Een wens? ‘Ik zou het wel leuk vinden, ja. Ik ben vooral dankbaar voor de kansen die ik krijg, hier op de UT en in Groningen, waar het Fonds Slachtofferhulp mijn leerstoel financiert. Ik vind het fantastisch om op de campus te wonen en werken. Dus nee, ik ben niet zomaar weg. En er valt nog zoveel te ontdekken rondom rouwen, het is een nog te groot probleem waar we te weinig oplossingen voor hebben.’

Nu ze zelf promovendi mag begeleiden, ziet Lenferink als promotor een nieuwe rol voor haarzelf weggelegd. ‘Om de deur open te houden voor jonge mensen, die misschien net zoals ik denken: de wetenschap is niks voor mij. Zoals ook ooit de deur voor mij is opengezet.’ Er komt een nieuwe generatie wetenschappers aan, zegt ze. ‘En of je het wil of niet, die gaat het anders doen. Ik maak graag onderdeel uit van die generatie. Als ik ergens een wens mag formuleren, dan zou ik de academische wereld wat beter willen achterlaten dan ik ‘m aantrof.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.