Photo by: Rikkert Harink
Spotlight

Decaan Hans Hilgenkamp: terug naar wetenschap

| Rik Visschedijk

Eigenlijk zou Hilgenkamp per september zijn decanaat van de faculteit TNW beëindigen. Maar hij ging in op het verzoek van het college van bestuur om er een paar maanden aan vast te plakken. Hilgenkamp wil zich weer volledig richten op het onderzoek.

Waarom stop je? Je zit middenin een benoemingsperiode…

‘Dat is waar, maar mijn aanstelling verliep ook niet helemaal normaal. In eerste instantie was ik ruim een jaar interim, en daarna werd ik formeel decaan. Dat heb ik nu zo’n vijf jaar gedaan. Voor mij is dit een logisch moment om me uit het bestuur terug te trekken. De faculteit staat er uitstekend voor en de nieuwe bestuursstructuur die we een jaar geleden hebben doorgevoerd, is echt ingedaald. Er is bestuurlijke rust in de faculteit en daarom is het een goed moment om het stokje over te dragen.’

‘Met dit in het achterhoofd, begon ik in de herfst van 2017 na te denken: wat wil ik nog? Een decanaat doe je er niet even bij, het vergt tijd en je hebt weinig ruimte om er iets naast te doen. In de kern zie ik mezelf als een onderzoeker, en daar wil ik me weer op storten.’

Wat wil je bereiken in je onderzoek?

‘We hebben onlangs een groot onderzoeksvoorstel ingediend voor het Zwaartekracht-programma van onderzoeksfinancier NWO, onder de naam Bits & Brains. Daarmee willen we een nieuwe opvatting van elektronica onderzoeken, één die geïnspireerd is op de hersenen. De huidige generaties pc’s gebruikt veel energie, terwijl de hersenen enorm efficiënt zijn. Die werken namelijk met patroonherkenning, een mens kan in minder dan een seconde iemand herkennen in een drukke winkelstraat, waar de computer het hele gebied scant. In de hersenen reageert de hardware op de software; verbindingen veranderen en nieuwe worden aangelegd. Dat lerende aspect wil ik onderzoeken, omdat hier een uitdaging ligt voor nieuwe materialen.’

‘Mijn doel is een ERC Advanced Grant’

‘Ik heb rond de afgelopen kerst besloten me hier weer volledig op te richten, en die beslissing niet langer uit te stellen. In 2015 hadden we nog twee publicaties in het prestigieuze tijdschrift Science. Als ik langer wacht, dan is dat ancient history. Nu kan ik er nog gebruik van maken om mijn tweede doel te halen: een ERC Advanced Grant. Daar helpen zulke publicaties flink bij.’

Hoe laat je de faculteit achter?

‘Gezond, maar met ruimte voor verbetering. We krijgen consequent veel waardering voor ons onderwijs en op het gebied van onderzoek kunnen we ons spiegelen aan de wereldtop. En, misschien nog wel belangrijker, er is in de faculteit een collegiale sfeer. Medewerkers helpen elkaar en iedereen werkt mee aan onze hoge ambities, van beginnende onderzoekers en gearriveerde hoogleraren, tot het ondersteunend personeel. Daar kan de faculteit prima op verder bouwen.’

Waar ben je het meest trots op?

‘Ik kijk met de meeste voldoening terug op de tenure track. Die hebben we nu echt staan. We hebben excellente mensen aangenomen, en ik denk dat die onderzoekers zich gesteund voelen in hun traject naar het hoogleraarschap. We bieden een startup package, zodat ze goed beginnen. De tenure track moet niet draaien om prestatieafspraken en afrekenmomenten, maar om een gezamenlijke inspanning voor persoonlijke en professionele talentontwikkeling.’

Waar zie je ruimte voor verbetering? Wat geef je de nieuwe decaan mee?

‘Vanuit onze al sterke positie kunnen we ons blijven verbeteren in toonaangevend, modern onderwijs en hoogkwalitatief, origineel onderzoek. Er is een grote intrinsieke motivatie op de werkvloer. Als decaan ben je een soort burgemeester van een stad, als het goed gaat kun je de kaders aangeven, maar hoef je niet al te veel op micromanagement te zitten.’

‘Onze master heeft een sterk profiel nodig’

Dat wil niet zeggen dat er geen uitdagingen zijn. Want hoe ziet de universiteit van de toekomt eruit, op welke manier dragen we onze kennis over? Op onderwijsgebied zie je dat studenten mobieler worden, het is niet vanzelfsprekend dat ze de master ook volgen aan de universiteit waar ze hun bachelor haalden. Daar ligt een uitdaging, want de instroom in onze bachelor is sterk regionaal. Om de master aantrekkelijk te houden, hebben we een sterk profiel nodig.’

‘Op het gebied van onderzoek kunnen we ook nog stappen zetten. We zijn een kleine universiteit, dus we moeten keuzes maken op welke terreinen we excellent willen zijn. De clustering van de leerstoelen is een goede stap hierin, maar die interne discussie is nog niet af. Op het niveau van de faculteit kan de decaan deze discussie sturen.’ 

‘Wanneer ik definitief het decanaat neerleg? Wanneer er een nieuwe decaan is. Ik bemoei me niet met die benoeming, maar de insteek is dat die er binnen afzienbare tijd is.’