Photo by: Arjan Reef
Spotlight

Popelen voor nieuwe start in de Hogekamp

| Rense Kuipers

‘Een volledig nieuwe start’, ‘niet meer te vergelijken met wat we nu hebben’ en ‘een restaurant als belangrijke toegevoegde waarde’. Woorden van Marijke Schmand, directeur hotel Drienerburght. Ze kan niet wachten tot de verhuizing naar het U Parkhotel in gebouw de Hogekamp.

Dat het haar begint te kriebelen, is niet zo gek. Op een steenworp afstand en vanuit haar huidige kantoor, ziet Schmand dagelijks de vorderingen. ‘Het schiet zeker op’, weet de hoteldirecteur. ‘In september is de bouwkundige oplevering, maar daarna wacht ons nog een forse klus. Al het losse meubilair wordt dan ingericht, alle systemen aangesloten, noem maar op. Maar het moet heel gek lopen, willen we volgend jaar februari niet onze deuren kunnen openen.’

Hoognodige upgrade

De upgrade was hoognodig, vertelt Schmand. ‘De wensen van hotelgasten veranderden in de loop der jaren. Mensen verwachten tegenwoordig meer van een hotel, zowel qua comfort als faciliteiten. We moeten daarin mee.’

Dat meegaan was ook het credo toen het conferentiehotel midden jaren ’80 uit de grond werd gestampt. ‘Het was een van de eerste uitingen van de UT als ondernemende universiteit’, blikt Schmand terug. ‘Het idee van het college van bestuur was om een eigen congres- en studiecentrum op de campus te hebben voor na- en bijscholing. Daarnaast groeide de notie om conferentiegasten ook een plek voor overnachting aan te bieden.’

‘Hoe hoger, hoe mooier’

De functie van het nieuwe onderkomen zal niet veel verschillen met het huidige Drienerburght-hotel, vertelt Schmand. ‘Ruimte bieden voor conferenties, trainingen, opleidingen en vergaderingen blijft de essentie. Daarvoor hebben we op de begane grond geschikte ruimtes van minimaal zes personen tot maximaal honderdzestig.’

'Bij een volwassen hotelfunctie hoort een volwaardige keuken en restaurant'

Dan is er nog de hotelfunctie. De Hogekamp krijgt verdeeld over negen verdiepingen 72 hotelkamers, geschikt voor twee personen. Die zijn groter en luxer dan de 64 (voornamelijk eenpersoons)kamers in Hotel Drienerburght. En, naar de woorden van Schmand, hoe hoger in het gebouw, hoe mooier het wordt. Met als hoogtepunt de negende etage, waar ook nog een grote ‘boardroom’ is die plek biedt voor twintig personen.

Volwaardig restaurant

De belangrijkste slag wordt volgens Schmand geslagen op de begane grond. Een doorn in haar oog was het ontbreken van een eigen keuken en bijbehorend restaurant. Dat verandert met de integratie van restaurant Faculty Club. ‘Een belangrijke toegevoegde waarde. Bij een volwassen hotelfunctie hoort een volwaardige keuken en restaurant. Die krijgen we gelukkig en dat geeft ons veel meer opties en flexibiliteit in het aanbieden van eten en drinken. Ook in het weekend en in de zomer.’

‘We moeten de frequente gasten blijven verrassen’

Sjors Riewald is de nieuwe chef-kok. Hij komt over van hotel-restaurant De Broeierd. ‘Samen met hem bedenken we het nieuwe eet- en drinkconcept. Ook de huidige medewerkers van de Faculty Club betrekken we bij het opstellen van de menukaart. We moeten zorgen dat we de frequente gasten van de Faculty Club en de huidige Drienerburght blijven verrassen.’

Of het inbedden van het campusrestaurant in goede aarde viel bij het personeel? Schmand: ‘Natuurlijk waren ze blij met de plek die ze hebben, zeker omdat ze er al jaren lopen. Ik begrijp goed dat het in eerste instantie pijn deed en dat ze moesten wennen aan het idee. Maar zij weten ook dat in het leven niet alles hetzelfde blijft. Ze zien dat het een logische keuze is om te integreren. Tegelijkertijd denken ze goed en constructief mee, vanuit hun jarenlange ervaring. Het is belangrijk dat onze neuzen dezelfde kant op staan. We weten dat het werk niet een-op-een hetzelfde is, maar we gaan het goed invullen met z’n allen.’

Zichtlocatie

Schmand had haar pijlen in eerste instantie niet gericht op het kolossale gebouw waar ook 445 studentenwoningen komen van huisvester Camelot. ‘Toen we aan het verhuisproces begonnen, had ik zelf meer een zichtlocatie voor ogen, wat meer aan de kant van de Hengelosestraat. Maar nu de bouw vordert, heb ik er steeds meer vertrouwen in dat Camelot en wij elkaar niet zullen bijten, maar versterken. De ingang van het hotel en de ingang naar de studentenwoningen zitten elk aan een andere kant van het gebouw. En in het gebouw zelf zijn de gedeeltes gescheiden door branddeuren die alleen in geval van een calamiteit opengaan. Nee, het is niet de bedoeling dat mensen van het ene naar het andere gedeelte kunnen wandelen. Maar via de voordeur is iedereen welkom.’

Vertraging plein

Kopzorgen zijn er bij Schmand nog wel over de aanleg van het plein, die vertraging opliep. ‘Dat vind ik ontzettend jammer en daar ben ik niet de enige in. Feit is dat de verbouw van de toren achter de muziek aanloopt. Ik heb dit punt besproken, maar er is nu niets meer aan te doen’, aldus Schmand. ‘Er wordt alles aan gedaan om de overlast zoveel mogelijk te beperken. Het aangezicht van de toren wordt in ieder geval opgeknapt voordat we opengaan. Laat onverlet dat onze gasten eerst nog uitzicht hebben op een bouwplaats, wat zeker niet prettig is. Maar ik probeer het hoofddoel voor ogen te houden. Als het plein af is, is het prachtig.’

'De campus is misschien ook wel geschikt voor een mooie ansichtkaart'

De hoteldirecteur heeft echter geen zorgen over de uitbating van het U Parkhotel. Onder de nieuwe naam gelden dezelfde regels als bij conferentiehotel Drienerburght: het is een commerciële organisatie, maar de UT is honderd procent aandeelhouder. ‘We zijn nu gewoon winstgevend en ik verwacht dat we dat op termijn onder onze nieuwe vlag ook zijn. Voor het zover is, hebben we nog wel aanloopkosten. Alle losse inrichting komt voor rekening van onze bv. Daar proberen we zuinig mee om te springen.’

Blik naar buiten

Schmand is niet wars van een blik naar buiten. ‘We kunnen onze markt nog verbreden. Dat is ook wat de UT wil, meer zichtbaar zijn in de regio. Wij kunnen aansluiten op die gedachte door plek te bieden aan externen, zakelijke partijen en de vrijetijdsmarkt. De campus is een prachtig visitekaartje, misschien ook wel geschikt voor een mooie ansichtkaart.’

Eerst wacht er nog een flinke verbouw- en verhuisklus van een half jaar. ‘Dan staat er iets dat niet meer te vergelijken is met wat we nu hebben’, glundert Schmand. ‘Het is een volledig nieuwe start voor ons. Die start moet goed zijn.’ En om goed te beginnen, weet ze dat ze geduld moet hebben.