Van kok naar kassier

| Jelle Posthuma

Hij gaat zijn collega’s missen bij de dienst Financiële en Economische Zaken. Na 46 dienstjaren neemt administratief medewerker André Bouwhuis afscheid van de UT. ‘De eerste 35 jaar dat ik hier werkte, kabbelde het een beetje voort. Maar de laatste jaren is er veel veranderd.’

Photo by: Arjan Reef

Hij heeft de Batavierenrace net achter de rug. Zoals elk jaar telt André Bouwhuis de feestopbrengst. ‘Vroeger haalden we een veelvoud aan contanten op. Dat is nu een stuk minder. Tegenwoordig gaat bijna alles met de pinpas.’

Ook op zijn afdeling, de dienst Financiële en Economische Zaken (FEZ), is nagenoeg alles geautomatiseerd. ‘Toen ik in ’97 begon als kassier van de UT, ging bijna alles contant op de campus. Daar had ik een dagtaak aan. Medewerkers en studenten hadden een eigen pasje, die ze bij een automaat met contacten oplaadden. Ook een NS businesscard was er nog niet: ik regelde losse kaartjes voor de hele UT.’

Buffetten

In 1971 komt hij naar de campus. Niet als kassier, maar als kok. ‘Toen ik jong was, werkte ik in de horeca. In de krant zag ik een vacature van de Technische Hogeschool (TH), de voorloper van de UT. Ik reageerde en niet veel later kon ik aan de slag als zelfstandig werkend kok. In die tijd waren onze buffetten echte showstukken. Bovendien kookten we iedere avond voor zo’n 600 à 800 studenten: bijna iedereen at toen nog in de mensa.’

'Ik heb de switch kunnen maken.'

‘Ik herinner mij de campuszwerver. Hij kwam altijd bij ons eten. Met een dik pak kleren aan, stonk hij een uur in de wind. In een cirkel van tien meter zat er niemand om hem heen. Op een gegeven moment hebben we gezegd: je mag hier altijd komen eten, maar zorg dat je verzorgd bent. Sindsdien hebben we hem nooit meer gezien.’

(Tekst gaat verder onder foto)

Geur van hooi

In de jaren negentig slaat het noodlot toe: Bouwhuis krijgt een motorongeluk. Van stel op sprong is het kokswerk fysiek niet meer mogelijk. ‘Ik ben een half jaar met ontslag geweest. Uiteindelijk kon ik bij FEZ weer in vaste dienst. In het begin was het zoeken naar de letters op het toetsenbord, maar ik heb de switch kunnen maken. Dat heb ik voor een groot deel aan mijn collega’s te danken: zij zagen het als een plicht om mij te helpen.’

'Ik mis tegenwoordig de menselijke maat op de UT.'

‘Motorrijden kan niet meer. Als ze langskomen, denk ik er altijd even aan. Het is een heerlijk gevoel om iedereen voor te blijven bij het stoplicht. De kracht van de motor tussen je benen, de geur van hooi en het toeren langs binnenwegen: ik mis het nog altijd.’

Kasverschillen

Bij FEZ neemt hij de taak van kassier op zich. ‘Het ging vaak om veel geld. In het begin was een kasverschil vervelend. Vooral bij een tekort: ze kijken mij aan, hè. Echt grote kasverschillen heb ik trouwens nooit gehad. Vroeger nam het werk als kassier tachtig procent van mijn tijd in beslag. Nu hooguit één vijfde. Het grootste deel van mijn tijd besteed ik aan het invoeren van facturen en het behandelen van aanmaningen.’

(Tekst gaat verder onder foto)

Boventallig

Hoe hij het 46 jaar heeft volgehouden, vraagt Bouwhuis zichzelf ook wel eens af. De laatste tien jaar is er volgens hem veel veranderd. Zijn afdeling heeft recentelijk een reorganisatie achter de rug. Zeven fte zijn ‘boventallig’ verklaard.

'Ik ben niet iemand van de grote recepties.'

‘De eerste 35 jaar dat ik hier werkte, kabbelde het een beetje voort. De laatste jaren gebeurt er veel. Ik snap het wel: de UT moet mee in de vaart der volkeren. Het zijn de eisen van de tijd: alles moet efficiënter. Maar mensen zijn belangrijk, die moet je motiveren. Ik mis tegenwoordig de menselijke maat op de UT.’

Koffie en gebak

Het pensioen nadert, maar van stilzitten wil hij niets weten. ‘Ik doe vrijwilligerswerk bij MeeReizen, een reisorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze zomer gaan we naar de Formule 1 in Oostenrijk. Het begeleiden van mensen met een beperking is ontzettend dankbaar werk. Daarnaast doe ik vrijwilligerswerk bij de Hengelose revue, als toneelspeler en penningmeester. In mijn pensioen zal ik ook meer tijd hebben voor een oude passie: het kokswerk. Ik maak graag bonbons, taarten en koeken. Dat weten mijn collega’s bij FEZ maar al te goed.’

Over een maand neemt Bouwhuis afscheid van zijn collega’s. ‘De onderlinge gein ga ik wel missen. Eind mei neem ik afscheid met een kopje koffie en gebak. Ik ben niet iemand van de grote recepties.’